Spoedcursus Watteau

Voor de Watteau-tentoonstelling in het Teylers Museum kan wat basiskennis van de rococoschilder geen kwaad. Een spoedcursus.

L'Amour au théâtre français (1715-1717) van Jean Antoine Watteau, wiens werk vanaf 1 februari te zien is in het Teylers Museum in Haarlem.Beeld bpk / Gemäldegalerie, SMB / Jörg P. Anders

Om de verwachtingen te temperen: de Watteau-tentoonstelling in Teylers wordt geen blockbuster. Van de aangekondigde 'zestig schilderijen en tekeningen' betreft slechts tien procent geschilderd werk. De rest bestaat uit tekeningen van Watteau en tijdgenoten. Welgeteld hangt er straks dus een Watteautje of zes, daar in Haarlem. Dat is niet per se erg. De Fransman was een geweldige tekenaar, de beste van de 18de eeuw, en zijn studies van koppen en figuren zijn een expositie waard. Enige basiskennis van de rococoschilder, echter, kan voor wie naar Haarlem reist geen kwaad. Bij wijze van introductie daarom een spoedcursus Watteau aan de hand van het beste schilderij in de expositie: L'Amour au théâtre français, uit de Berlijnse Gemäldegalerie.

Setting

Watteau was de uitvinder van het fête galante, een genre dat draait om gezelschappen van jonge, knappe mannen en vrouwen in parkachtige landschappen. Zij zitten goed in de kleren, deze jongelui, en waarschijnlijk dus ook goed in het geld. Zij worden begeleid door muzikanten en commedia dell'arte-achtige figuren en houden zich onledig met de liefde. Men doet een danspas, men lonkt. Het oogt broeierig maar minder frivool dan bij Watteau's navolger Fragonard. Het heeft iets sentimenteels en Nijhoffs Tuinfeest komt in gedachten. Bomen die 'groen donker dicht zwellen', figuren die 'zingen, nijgen naar elkaar en kussen'. Nee, de weemoed is nooit ver te zoeken.

Theater

Watteau, die nooit een academische opleiding tot kunstenaar genoot, leerde het schildersvak bij de decor- en kostuumontwerper Claude Gillot en dat zie je. Zijn schilderijen ogen vaak theatraal: figuren bewegen alsof ze op een toneel staan (of auditie doen), hun handelingen worden becommentarieerd door acteurs. Hier ook. De jongen op de stenen brits met de druiventros en het luipaardvel, bijvoorbeeld, stelt Bacchus voor, god van de wijn; de figuur met de pijlenkoker en het moeilijke bloemstuk op de hoed liefdesgod Amor. De god van de wijn en die van de liefde toasten. Voor de man en de vrouw op de voorgrond lijkt dat een hoopgevend gebaar.

Posen

Tijdens zijn korte leven - Watteau stierf op z'n 37ste aan tuberculose - maakte de schilder rond de duizend tekeningen waarvan er zo'n 670 bewaard zijn gebleven. Hieronder bevinden zich landschappen en compositiestudies en ook veel studies naar de figuur. Deze studies - van baby's, soldaten, muzikanten, Pierrots - zijn zeer ongekunsteld. De figuren die afgebeeld zijn lijken compleet onwetend van hun rol als model, wat soms ook zo was. Tijdgenoten beknorden Watteau omdat hij de menselijke anatomie niet meester zou zijn. Toch maken deze suggestieve en vaak onaf gebleven (want onder tijdsdruk gemaakte) schetsen op ons juist een erg virtuoze en vooral ook levendige indruk. Met deze levendigheid deed de kunstenaar in zijn schilderijen, die hij minder hoog aansloeg dan zijn getekende werk, zijn voordeel. De heren en dames aldaar maken steevast een geanimeerde indruk. Zelfs wanneer het drama stilstaat, zoals vaak het geval is bij Watteau, zijn het absoluut geen houten klazen.

Kleding

Waar Watteau, ten slotte, ook in uitblonk is kleding: schoenen, hoeden, kragen, tussenstukjes, jurken, alsook een grote verscheidenheid aan theaterkostuums. Al in zijn vroegste kostuumontwerpen legt hij een grote handigheid aan de dag voor het nabootsen van plooien, in het bijzonder in het imiteren van de contrasten in plooival tussen de plekken waar een kledingstuk ruim in de stof zit en waar het strakker om het lijf sluit. Zijn schilderijen zijn een staalkaart van stoffen en texturen. Het was hierom dat er een jurk naar Watteau vernoemd werd: de 'robe à la francaise', ofwel de 'plis Watteau'. Deze in de 18de eeuw erg populaire losse, zakachtige jurk met wijde plooien aan de achterkant is op veel Watteaus te zien, zij het niet op deze. Watteaus instrumenten zijn trouwens ook goed. Net als zijn muzikanten. En hun vingers.

Watteau, Teylers Museum, Haarlem, vanaf 1/2 t/m 14/5

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden