Interview Daan Manneke

Spijker uw kennis over orgel- en koormuziek bij, u móét componist Daan Manneke (79) leren kennen

Nu hij 80 wordt, zijn er volop concertseries en een wereldpremière met werk van de grote componist Daan Manneke. Toch is hij niet half zo bekend als zijn rebelse collega’s Louis Andriessen en Peter Schat. Hoog tijd om kennis te maken met zijn moderne en tegelijk welluidende, menselijke muziek.

Daan Manneke: ‘Ik ben er ver vandaan geraakt van wat men van mij vindt. Ik weet dat mijn muziek een plaats inneemt. Ik voel me gezien en gehoord.’ Beeld Els Zweerink

Wie denkt dat Zeeuwen steile types zijn, moet op de koffie bij de componist Daan Manneke. Het begint er al mee dat de reis voert naar Brabant. In de statige Baronielaan in Breda zwaait een voordeur open. Meteen gonst daar die stem. Ga zitten! Melk, suiker? Worstenbrood erbij?

Dat zo’n wakkere man veel vrienden heeft, blijkt steevast rond zijn verjaardag. Toen Daan Manneke 50 werd, gaven ze een feestconcert. Op z’n 60ste kreeg hij een liber amicorum. Met 70 niet alleen een boek, maar ook een festival. En nu, terwijl 7 november nadert, overstroomt de agenda van de website daan80.nl.

Er zijn concertseries en wereldpremières, maar zaterdag 9 november spant de kroon. Overdag schuift de jubilaris aan bij een Manneke-symposium in de hoofdstad, ’s avonds wacht een cd-presentatie in Zeeland. Hij kan zich er nu al op verheugen. ‘Van de Waalse Kerk in Amsterdam, hop de taxi in, naar Middelburg. Heerlijk!’

Nooit van Daan Manneke gehoord? Dan leeft u ver verwijderd van de orgelcultuur die heerst van Cadzand tot Delfzijl. Dan is het wijdvertakte koorwezen voor u een gesloten boek. Dan heeft u, geef toe, de nieuw gecomponeerde muziek van de afgelopen halve eeuw een beetje verwaarloosd.

Spijker bij, zouden we zeggen, want Daan Manneke, dat zijn etherischevrouwenstemmen die een koorwerk binnensluipen (Le pavillon, 1987). Vier zachte saxofoons die in parelmoertinten glanzen (Syrinx, 1991). Een Amsterdams Concertgebouw dat met koor en orgel wordt omgetoverd in een Venetiaanse kathedraal (Canti ornati, 2013).

Mannekes muziek klinkt ontegenzeglijk modern. Maar onder de oppervlakte zit altijd die milde, menselijke touch. Wat de vraag oplevert: waarom is deze componist eigenlijk niet beroemder?

Uit het grijsomkranste hoofd komt meteen antwoord. ‘Ik ben niet ambitieus. Muziek is voor mij puur een zaak van gretig enthousiasme.’ De jeugd op Zuid-Beveland klinkt nog altijd door. De r neigt naar een d; naar de g moet je zoeken.

Dat van die ambitie geloven we trouwens niet. Ziedend moet hij zijn geweest, de jeugdige inwoner van Kruiningen die de pen pakt na een concert door de christelijke orgelcoryfee Feike Asma. Brief in het Zeeuwsch Dagblad: slap programma, had meneer Asma nooit gehoord van de orgelgiganten Bach en Buxtehude?

‘Heb ík dat geschreven? Ha, roepen voordat je iets te melden hebt. Iemand afserveren terwijl je nog van niks weet. Oké, met iets van ambitie ben ik wel begonnen.’

Alle 150 psalmen zitten er al vroeg in, luid en langzaam gezongen, met moeder die begeleidt op harmonium. Muzieklessen worden gegeven door een handelaar in lompen en oud ijzer, tevens verslingerd aan de trombone. De man brengt Bach in huis en krijgt bij het voorzingen van een toonladder al vochtige ogen.

Hoezo geen ambitie? Daan Manneke reist op zijn 17de naar Den Haag voor het staatsexamen piano. Staat gelijk aan eindtoets conservatorium, terwijl hij officieel in Goes studeert aan de middelbare landbouwschool, voorbestemd voor het familiebedrijf. ‘Mijn vader wist van niks. Als hij naar onze herenboerderij in Zeeuws-Vlaanderen was, kroop ik in de serre achter de piano.’

Manneke vraagt begrip voor zijn muziekdroom, maar vindt geen gehoor. ‘Ik liep het huis uit en trok voor een gulden per week in een landarbeiderswoning.’

Daan Manneke in drie stukken

La mélodie passagère (1991)

Manneke: ‘Dit werk heb ik oorspronkelijk geschreven voor sopraansaxofoon. Een briljante compositieleerling van me, Marijn Simons, heeft het op z’n 13de bewerkt voor viool. Het is een spel met contrasterende elementen, zoals lange liggende tonen en korte ritmische.’

Canti ornati (2013)

‘Een monumentaal, ruimtelijk werk voor orgel en koor. Bij de première in het Amsterdamse Concertgebouw verspreidden zeven groepen zangers zich over de zaal en de balkons. Het stuk eindigt met een schaamteloos bedwelmende, 25-stemmige canon.’

Quasi una fantasia (2017, deel 1 van Grote Archipel)

‘Ik zie de zesdelige pianocyclus Grote Archipel als mijn magnum opus. Het eerste deel is een soort ouverture: het exposeert het materiaal waarmee ik aan de slag ga, zoals Bachs magnifieke koraalvoorspel Christum wir sollen loben schon.’

Dan en daar begint zijn mars naar artistieke vrijheid. Hij ruikt er voor het eerst aan als student orgel en compositie aan het Brabants Conservatorium in Tilburg. ‘Ik was zo gretig. Al gauw vonden ze me daar roomser dan al die roomse jongens en meisjes bij elkaar.’

Een veelbelovende carrière als orgelsolist laat hij schieten. Hij is klein van stuk, orgelspelen is fysiek zwaar. Voor je het wist zat hij voor het leven vast aan een martelwerktuig.

Componist wil hij worden. Manneke neemt poolshoogte in Parijs, bij de muziekvorst Olivier Messiaen. Uit zijn klasje komen invloedrijke oproerkraaiers als Karlheinz Stockhausen en Pierre Boulez. Manneke is welkom, maar Parijs blijkt een brug te ver. ‘Ik had inmiddels een gezin en woonde nogal geïsoleerd in Zeeuws-Vlaanderen.’

Op en neer naar Amsterdam, dat lukt wel. Als Manneke er in 1968 verschijnt, waait de revolte niet alleen door de straten, maar ook door het klassiekemuziekleven. Een ‘Politiek Demonstratief Eksperimenteel Konsert’ in Carré staat stijf van anti-Amerikaans en pro-Cubaans sentiment. Aan Che Guevara wordt zelfs een opera gewijd, Reconstructie, roemrucht groepswerk van frontsoldaten als Louis Andriessen en Peter Schat. 

Hun rebellenclub vertegenwoordigt de goedgebekte, dominante stroming. Wie wil meetellen, componeert rauwe, urgente, atonale of cerebrale, maar vooral niet ‘mooie’ klanken. Daan Manneke voelt zich er niet bij thuis. ‘Ik had om te beginnen hun politieke kleur niet, of welke kleur dan ook. Bovendien schreven ze muziek die me fysiek pijn deed. En dan die ellenlange toelichtingen, veel kletskoek.’

Gelukkig vindt hij een leermeester in Ton de Leeuw. Dat was een filosoof en een denker, met zowel oor voor elektronisch experiment als voor mystieke oosterse tradities. Op Mannekes werkkamer hangt zijn portret pal onder de kop van Bach.

‘Hij heeft de componist in mij bevrijd. Ton gaf les met een quasi-losse houding. Hij reikte een muzikaal idee aan en zei: onderzoek het, proef het.’

Daan Manneke Beeld Els Zweerink

Gaandeweg vindt Manneke zijn eigen geluid. De zoon van het Zeeuwse eilandenrijk formuleert het concept van de ‘archipel’. Het is een metafoor voor het werken met contrasterende klanksferen. 

‘Een componist kan dan spelen met hybride elementen. Laten we zeggen: eiland A is klankschoon en glad, eiland B is ruw en atonaal. Ik heb dan twee 'kleuren’ muziek tot mijn beschikking, die elkaar al dan niet beïnvloeden, die ik al dan niet laat botsen. Het geeft aan mijn muziek vaak een theatraal, ruimtelijk effect.’

Hij  pakt er zijn nieuwe koorwerk bij, Geistliche Dämmerung. Het Groot Omroepkoor brengt het zaterdag in première. ‘In dit stuk speel ik met de namiddagschemering, dat fijne moment van de dag waarop het niet meer licht en nog niet donker is. Ik laat lucide en versluierende klanken op elkaar inwerken, soms welluidend, soms dissonant.’

Zei hij daar welluidend? Als in 1997 het HonderdComponistenBoek verschijnt, een lexicon met Nederlandse toonmeesters uit vier eeuwen, valt Daan Manneke buiten de boot. De inhoudsopgave springt van Loevendie naar Marez Oyens.

Hij geeft toe: dat stak. Waar werd hij op afgerekend? Componeerde hij dan toch te mooi? Was hij niet belangwekkend genoeg? Zat hij niet in het juiste circuit?

Nu steekt het allang niet meer. ‘Ik ben er ver vandaan geraakt van wat men van mij vindt. Ik weet dat mijn muziek een plaats inneemt. Ik voel me gezien en gehoord.’

Grote klussen pakt hij niet vanzelfsprekend meer aan. Nog los van de morbide vraag of hij ze kan voltooien, valt componeren hem steeds zwaarder. ‘Toen ik 75 was had ik nog geen last van lage rugpijn. En voorheen ondenkbaar: soms ben ik moe.’

Het worstenbrood is op, de componist zwaait uit. Een paar dagen later: mail van Manneke: ‘Op dit moment fietst een klas kinderen zingend door de Baronielaan, op weg naar een sportdag. Het ontroert me diep. Het naderen, ter plekke zijn en weer verdwijnen: wat krijg ik deze ochtend een prachtig muziekstuk cadeau.’

Het Groot Omroepkoor zingt Geistliche Dämmerung op 5/10 in de Utrechtse Jacobikerk. NPO Radio 4 zendt uit op 11/10. Voor alle jubileumconcerten: zie daan80.nl.

Daan Manneke

1939 7 november geboren in Kruiningen

1959 studeert orgel en compositie aan het Brabants Conservatorium in Tilburg

1967 Prijs voor jonge Zeeuwse kunstenaars

1968 studeert compositie aan het conservatorium van Amsterdam

1972 wordt docent analyse in Amsterdam

1976 richt het koor Cappella Breda op

1986 wordt docent compositie in Amsterdam

1999 Cultuurprijs van de provincie Noord-Brabant

2000 Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw

2009 Oeuvreprijs van de stad Breda

2018 Diplôme de Médaille d’Argent, Société Arts-Sciences-Lettres

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden