Special effects ontroeren in hun stunteligheid

De brand die op 11 mei 1772 uitbrak in de Amsterdamse Schouwburg, ontstond tijdens een voorstelling. Dat was niet zo verwonderlijk....

Van onze medewerkster

Marijn van der Jagt

GRONINGEN

Open vuur bij al dat hout en linnen van de decors, dat moest wel fout gaan. Achttien doden vielen er onder de toeschouwers en het personeel. Maar bij de tentoonstelling Welk een'vertooning, te zien in het Universiteitsgebouw in Groningen, ligt het accent niet op die verloren levens. Bezoekers van de tentoonstelling zijn zich vooral bewust van de fantastische 'toneelmachine' die door de brand werd weggevaagd.

In de schouwburg kon zo ongeveer alles. Vliegen over het toneel, in de vloer zakken of afdalen uit de hemel, uit alle richtingen konden acteurs verschijnen. Het decor kon op spectaculaire wijze veranderen: voor de ogen van het publiek transformeerde een huiselijk interieur in een bos, compleet met waterval. Het kon allemaal sinds de ingrijpende verbouwing van het theater door architect Philips Vingboons. Voor die verbouwing stond er in de Amsterdamse Schouwburg een vast decor. Dat werd per voorstelling aangekleed met beschilderde doeken of met takken groen in het geval van een bos. Toneelgroepen waren aangewezen op de spullen die de schouwburg in huis had. Gezelschappen die met hun eigen decors rondreisden bestonden nog niet, de schouwburg was verantwoordelijk voor het decor en de rekwisieten.

In de Amsterdamse schouwburg was het toneel helemaal open. Er was nog geen lijst, en er waren geen coulissen waarachter je verrassingen kon voorbereiden. Tussen de bedrijven kon het decor niet worden veranderd. Goed, voor een 'afdaling op aarde' was er een hemelmechaniek, een soort lift die naar beneden kwam schuiven. Maar dat was niks vergeleken bij de hoeveelheid special effects die mogelijk was sinds de schouwburg naar Italiaans voorbeeld was verbouwd. Een modern theater was het nu, schreef stadsbeschrijver Tobias van Domselaar, 'met alle bedenkelijke en schiellijke veranderingen van Perspectiven of Inzichten, en veelderley Vliegende Werkken, die men Machines noemt.'

De bekendste machine was de wolk, die in twee versies was uitgevoerd. Dit was een houten hokje, aan de voorkant bedekt door geschilderde wolkjes van hout. In de kleine wolk kon precies één persoon plaatsnemen, in de grote wolk was ruimte voor meerdere mensen. Via een ingenieus systeem van touwen en katrollen kon de wolk worden neergelaten. Bij aankomst op aarde schoven vanzelf de kleine wolkjes opzij, en zie, daar kwamen engelen of andere mythische figuren tevoorschijn. Er werden ook andere hemelvaartuigen gebouwd, die op dezelfde manier werkten als de Kleine en de Groote Wolk.

Schouwburgregent Jan Vos, die mede het initiatief nam voor de verbouwing, vervaardigde eigenhandig toneelstukken waarin een hoofdrol was ingeruimd voor de technische snufjes van zijn theater. 'Hier komt een hemelkloot, die met starren versiert is, van 't gewelfssel daalen', schrijft hij voor in zijn toneelstuk Medea (1667). De hemelkloot moest zich in acht stukken ontsluiten, 'daar de zeven Planeeten, elk naar zijn eigenschap uitgebeeldt, uitkoomen, die nadatze gedanst hebben, weeder in de kloot gaan, die zich van zelf sluit en om hoog verdwijnt.'

Met de vliegmachine konden de spelers door de lucht worden bewogen. De acteurs hingen in een tuigje, dat aan twee touwen hing. Helpers naast het toneel trokken aan die touwen, en zo kon Jupiter in Vondels toneelstuk Fäeton niet alleen op en neer, maar ook heen en weer vliegen. Je zou zo'n apparaat wel eens in werking willen zien. Verliep het allemaal gladjes of hing zo'n arme acteur hulpeloos te bungelen boven dat toneel? Was de machinerie geruisloos of ging het gepaard met gepiep en gekraak?

Op deze vragen geeft Welk een'vertooning geen antwoord. Voor een vliegtoestel in werking moeten we naar de Utrechtse tentoonstelling Geluk van Carsten Höller. In Groningen wacht de bezoeker een bescheiden zaaltje met twee statische maquettes en een flink aantal gravures aan de muur. Wie er de tijd voor neemt krijgt een goed beeld van de rijkdom van de Amsterdamse theatermachine. Maar in hun pogingen om deze ingetogen materie te verlevendigen zijn de studenten Kunst- en Architectuurgeschiedenis die de expositie samenstelden niet verder gekomen dan het neerzetten van een regen- en een windmachine, afkomstig van het Theater Instituut Nederland. Gelukkig is er het korte videofilmpje over het miniatuurtheater van Baron van Slingelandt. De decorwisselingen in deze theatermaquette roepen een overtuigend beeld op van de spectaculaire mogelijkheden van het achttiende-eeuwse theater. Talloze keren kun je het filmpje bekijken. Om te zien hoe de klassieke galerij traag uiteenwijkt en verandert in een

rotspartij. Hoe op de achtergrond de zee tevoorschijn komt, onrustig bewegend met rollende golven. Zo kunnen ze het tegenwoordig niet meer, ben je geneigd te denken. Zo ontroerend stuntelig een wonder verbeelden, waar je bijna in gelooft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden