Review

Southpaw is een eenvoudig behapbaar sportverhaaltje

Jake Gyllenhaal vertolkt wellicht de spannendste filmbokser sinds Robert De Niro's Jake La Motta in Raging Bull. Van woeste, ontregelende antiboksfilm transformeert Southpaw tot eenvoudig behapbaar sportverhaaltje.

Beeld Scott Garfield

Billy Hope is een uitzonderlijk oneconomische bokser. Een man die tijdens een gevecht pas tot leven komt als vrijwel al het leven uit hem is geslagen. Middels een linke combinatie van zelfdestructie, agressie, doorzettingsvermogen en een gebrekkige techniek, waardoor hij niet in staat is een effectieve verdedigende houding aan te nemen en honderden klappen op het hoofd incasseert, sleept hij zich als een logge oorlogsmachine van het ene naar het andere titelgevecht. 'I'm a motherfucking beast!', brult de openingstune. Billy 'The Great' Hope is de beste, maar niet zonder gevolgen.

Uitgebreid zoomt actieregisseur Antoine Fuqua (Training Day, King Arthur) tijdens de eerste scènes van Southpaw in op de fysieke gevolgen van de strijd. 's Ochtends in bed spuugt hij nog altijd bloed, als een wrak sjokt hij door zijn fraaie villa, waar zijn vrouw (Rachel McAdams) bezorgd toekijkt, waar hij bovendien liefhebbende vader is, terwijl zijn manager (50 Cent met kek hoedje) hem likkebaardend een megacontract voorschotelt - categorie: serietje-laatste-gevechten-om-toekomst-veilig-te-stellen.

Transformatie

Jake Gyllenhaal, die na zijn iele verschijning in Nightcrawler een voormalige boksprof in de arm nam en gedurende zes maanden zes uur per dag trainde om als Hope overtuigend intimiderend en beefy voor de dag te komen, sleept je moeiteloos zijn film binnen. Buiten de ring, ongemakkelijk hangend op de spreekstoel tijdens een liefdadigheidsbijeenkomst bijvoorbeeld, komt Gyllenhaals fijnzinnige gevoel voor dit type sociaal onhandige, grillige en onvoorspelbare karakters nog beter uit de verf dan erbinnen. Hier vertolkt de acteur wellicht de spannendste filmbokser sinds Robert De Niro's Jake La Motta in Raging Bull.

Maar dan, op eenderde van de speelduur, zakt Southpaw als een pudding in elkaar. Scenarist Kurt Sutter (showrunner van de gelauwerde bikersserie Sons of Anarchy) laat zijn hoofdpersonage iets vreselijks overkomen, stapelt als gevolg drama op drama en hanteert daarbij een vastomlijste opkomst-ondergang-opkomststructuur. Op het kerkhof van gemiste kansen maakt zelfs Forest Whitaker zijn entree als de clichématige bokswijsgeer ('Boksen is als schaken', zegt hij onder meer) die eigenlijk geen professionals meer traint, maar voor de van het pad geraakte Hope met frisse tegenzin een uitzondering maakt - en het bioscooppubliek zachtjes in slaap sust.

Van woeste, ontregelende antiboksfilm transformeert Southpaw tot eenvoudig behapbaar sportverhaaltje, geschoeid op de leest van Amerikaans heldendom. Niet ondermaats, wel zonde, gezien het potentieel.

Scenarist Kurt Sutter.Beeld epa

Southpaw, Regie: Antoine Fuqua, Met: Jake Gyllenhaal, Rachel McAdams, Forest Whitaker, Oona Laurence, 50 Cent, 124 min., in 20 zalen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden