Sopraan Mari Eriksmoen steekt boven iedereen uit in Debussy's Pelléas et Mélisande

De grote ster in Debussy's 'Pelléas et Mélisande' is Mari Eriksmoen. De Noorse sopraan imponeert van de beginscène tot en met haar sterfbed. Adembenemend jongleren de dansers met de glinsterende draden, Mélisandes lange haren.

Pelléas (Jacques Imbrailo) en Mélisande (Mari Eriksmoen). Beeld Ravi Rezvani

Wie in Antwerpen de zaal van Opera Vlaanderen binnenstapt, houdt zijn hart vast. In deze bonbonnière gaat straks het doek op voor Pelléas et Mélisande, de tere, onheilszwangere opera van Claude Debussy uit 1893. Aan dat symbolistische drama kan heel wat knakken, zoals de rol van Mélisande, het kindvrouwtje dat in de beginscène door een verdwaalde prins wordt aangetroffen in het bos.

Het libretto van Maurice Maeterlinck is een en al ongrijpbaarheid en suggestie. Alleen regisseurs met gevoelige vingers kunnen overweg met dit verhaal rond symbolen als ring en water, woud en grot, rond het wereldvreemde personage Mélisande. De prins, Golaud, voert haar mee naar Allemonde, een door grafwalm verstikt kasteel, waar ze verliefd wordt op zijn halfbroer Pelléas.

Pelléas et Mélisande
Opera
Muziek Claude Debussy.
Concept en decor: Marina Abramovic.
Regie en choreografie: Sidi Larbi Cherkaoui en Damien Jalet.
Kostuums: Iris van Herpen.
Koor en Symfonisch Orkest van Opera Vlaanderen o.l.v. Alejo Pérez.
4/2, Antwerpen. Herh. Antwerpen t/m 13/2, Gent 23/2 t/m 4/3.

Koningin van de performancekunst

Je houdt je hart vast, in de wetenschap dat het concept en het decor voor Pelléas et Mélisande in Antwerpen komen uit het brein van Marina Abramovic. In haar jonge jaren was deze koningin van de performancekunst immers gespecialiseerd in zelfverwonding en pijn.

Het vertrouwen neemt niet toe bij de naam van de choreograaf die de regie voert. Toegegeven, Sidi Larbi Cherkaoui heeft een gelauwerde reputatie. Maar Pelléas et Mélisande wordt pas zijn tweede opera (na Satyagraha van Philip Glass, voorjaar 2017). De vraag is of de Vlaams-Marokkaanse meester en zijn kompaan Damien Jalet de kwetsbare noten zullen vermorzelen onder dansende lijven.

'La Abramovic' keert terug in de operazaal'

De Servische kunstenaar Marina Abramovic werd vooral bekend met uitputtende performances.

En opeens duikt Marina Abramovic (71) op bij de Vlaamse Opera in Antwerpen. Vanaf de jaren zeventig werd ze bekend met extreme performances, die vaak de uitputting en automutilatie niet schuwden. Abramovic is Servisch van geboorte, maar hield aan een decennialang verblijf in Amsterdam een Nederlands paspoort over. Haar beroemdste wapenfeit is de performance The Artist is Present, die ze in 2010 hield in het Museum of Modern Art van New York. Dag in dag uit, drie maanden lang, zat ze op een stoel. Wie haar in de ogen wilde zien, kon precies tegenover haar aanschuiven. Een man of 1.500 deed het, sommigen raakten in tranen. Met haar Antwerpse operapartners, Sidi Larbi Cherkaoui en Damien Jalet, maakte ze in 2013 Boléro, op Ravels repetitieve muziek.

Eerste meevaller: Marina Abramovic toont zich van haar spiritueelste kant. Haar spectaculaire decor kent drie dimensies. Op de achtergrond zeilen de sterrenstelsels voorbij die videokunstenaar Marco Brambilla heeft gebaseerd op Nasamateriaal. In de toneelmond staan en hangen pilaren, het zijn stalagmieten en stalactieten, die vertellen van oeroude tijden. Om alles heen zit de bolvorm van het menselijk oog, het symbool van de soort die zweeft door ruimte en tijd.

Tweede opluchting: de dansers vermorzelen niets. Sterker, zeven kronkelende mannen versmelten tot barokke poses, die een mooi contrast vormen met de onthechte handeling. Ze kruipen bij elkaar als Atlas onder zijn wereldbol of laten hun torsen golven als het fameuze marmer van de Laocoöngroep. Adembenemend jongleren ze met glinsterende draden, het zijn de lange haren waarmee Mélisande mannen vangt als in een web.

Maar boven iedereen uit steekt de Noorse sopraan Mari Eriksmoen. In haar roldebuut als Mélisande ontwijkt ze de voetangels en klemmen van een verraderlijk personage. Zie maar eens een stem te vinden voor een wicht dat spreekt in raadsels, dat dingen ziet die voor anderen verborgen blijven, vergeestelijkt lijkt maar niettemin zwanger wordt. Vrouwenvlees mag er niet aan hangen, een meisjesstem past evenmin.

Zeggingskracht halverwege spreken en zingen

Eriksmoen frappeert van de beginscène tot en met haar sterfbed. Ze vindt haar zeggingskracht halverwege spreken en zingen, haar geluid is zonder galm en nagenoeg vibratoloos. Hoe fraai dat de jurk uit het atelier van stercouturier Iris van Herpen als een nevel rond haar lichaam valt.

Pelléas zingt in Antwerpen helaas met de keel van Jacques Imbrailo. Zijn larmoyante reflexen misstaan bij de ingetogen klanken die dirigent Alejo Pérez haalt uit het Symfonisch Orkest van Opera Vlaanderen. Een schot in de roos is bariton Leigh Melrose als Golaud, de weduwnaar die Mélisande huwt. Overtuigend doorloopt Melrose het parcours van sympathiekeling tot jaloerse sadist tot gebroken kerel.

In de slotscène zit hij op zijn knieën aan Mélisandes sterfbed. Ze schenkt vergeving. En nadat ze is gestorven, wandelt hun dochtertje van het toneel, gekleed in haar eigen Iris van Herpenjurkje. 'Nu is het de beurt aan dit arme kleintje', luidt de dodelijke slotzin van dit drama.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden