InterviewLaetitia Gerards

Sopraan Laetitia Gerards: ‘Een beetje arrogantie kan geen kwaad voor een zangsolist’

Sopraan Laetitia Gerards (28) houdt van theater en avontuur. Daarom is ze ook dolblij met haar aanstaande rol in Wie is de mol?

Merlijn Kerkhof
Laetitia Gerards Beeld Lin Woldendorp
Laetitia GerardsBeeld Lin Woldendorp
Laetitia Gerards Beeld Lin Woldendorp
Laetitia GerardsBeeld Lin Woldendorp

Nog een paar nachtjes slapen en dan is Laetitia Gerards (28) een BN’er. Was de sopraan uit Helmond – een van Nederlands grootste zangtalenten – al een bekend gezicht in de wereld van de klassieke muziek, vanaf 1 januari zal ook televisiekijkend Nederland haar leren kennen. Gerards is een van de kandidaten van de spelshow en eeuwige kijkcijferhit (seizoen 22) Wie is de mol?.

Hoe kwamen ze bij jou terecht?

‘Geen idee. Ik werd gewoon gebeld.’

En dan vraag je niet: leuk, maar waarom bellen jullie míj?

‘Nee, nee. Het ging zo: Laetitia, we hebben een vraag voor je, zou je het leuk vinden om mee te doen aan Wie is de mol? En toen zei ik: fijn dat jullie bellen, daar had ik nou echt zin in. Dat was in februari dit jaar. Ik was niet bezig met ‘waarom nou ik?’, maar had zoiets van: natúúrlijk bellen jullie mij. Ik wist al van kleins af aan dat ik ooit mee zou doen.

‘Ik houd heel erg van avontuur, dat is ook waarom ik op het podium sta. Muziek en theater, dat zijn mijn grootste passies, daarvoor sta ik op. Niks is zeker op het podium, nooit gaat eens iets hetzelfde. Doordat ik een jaar niet voor publiek kon zingen en de adrenalinekicks van de deadlines en hoge noten waren weggevallen, had ik me zó verveeld. Dit hadden mijn oogstjaren moeten zijn, zo voelde dat. Dus de timing was perfect.’

Je zegt ‘ja’, en dan?

‘Dan kom je in zo’n traject, een selectieproces eigenlijk. Er vallen ook mensen af, ze willen niet twee zangeressen van in de twintig met rood haar hebben. Ik had een Zoom-call met de programmamakers. Die stellen dan allemaal vragen om te checken of je wel een leuk mens bent. Daarna is er nog een psychologische test, dan kijken ze je of je het allemaal wel aankunt, omdat het toch een spel is dat dag en nacht doorgaat. Je moet geheimen kunnen bewaren. Driehonderd vragen waren het. Je wordt helemaal doorgelicht, ik vind dat reuze interessant.’

Wat kwam eruit?

‘Het klinkt hartstikke arrogant, maar dat ik meer dan geschikt ben voor dit spelletje. Omdat ik aan de ene kant heel erg op kan gaan in het spel en fantasievol, maar tegelijk heel nuchter ben. Ze bepalen aan de hand van zo’n test ook of je de mol zou kunnen zijn.’

(Voor wie de afgelopen 21 seizoenen heeft gemist: tijdens het spel, meestal in een ver buitenland, moeten deelnemers opdrachten doen. Eén deelnemer, de mol, heeft de geheime missie de boel te saboteren. Na iedere ronde moeten de kandidaten vragen beantwoorden over de mol. Elke aflevering wordt degene die de minste vragen goed heeft beantwoord, naar huis gestuurd. Tot in de finale drie mensen overblijven: de winnaar, de verliezend finalist, en de mol.)

‘Na de test hoorde ik heel lang niks. Op 4 mei stond ik in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Het was een kwartier voordat ik daar moest zingen in verband met de Dodenherdenking. Het kwam live op tv. Andere musici hadden gevraagd of ik meeging naar de Dam om naar de speech te luisteren van André van Duin, maar het regende en het was koud en ik moest de volgende dag wéér zingen, dus het leek me geen goed plan om kou te gaan vatten. Toen kreeg ik een berichtje: wij zouden het heel erg leuk vinden als je met ons meegaat. Huh, dacht ik: ik had toch gezegd dat ik niet naar de Dam wilde? Toen daalde het in, het was Wie is de mol.’

Dus toen heb je met een grote lach op je gezicht dat herdenkingsconcert gezongen?

‘Haha, nee, helemaal niet! Ik keek heel ernstig.’

Het programma is in augustus opgenomen in Albanië. Is de boete als je iets verklapt aan de inflatie aangepast of nog steeds 250 duizend euro?

‘Ja, 250 duizend. Eigenlijk zouden ze voor mij een ander tarief moeten hanteren. 10 duizend is al heel veel voor een zangeres in coronatijd. Maar het is gebleken dat ik er extreem goed in ben om niets los te laten.’

Je bent straks – zeer waarschijnlijk – bekend door je deelname aan dat programma, niet om wat je kunt. Hoe voel je je daarover?

‘Ja… Ja. Het is zo: de kijkers horen me niet zingen. Bekendheid vind ik niet boeiend. Als ik het belangrijk had gevonden om beroemd te zijn, had ik wel een ander vak gekozen. Bij mij is het meer van: als ik af en toe op tv kom, vind ik dat hartstikke leuk. Waar ik echt gelukkig van word, is zingen voor publiek. Wie is de mol? is ook een en al theater, een spel met je psyche, dat past heel goed bij me. Ik vind het ook leuk dat er weer eens iemand uit de klassieke muziek in zo’n programma zit. Ik hoop dat er dan jonge mensen kijken en denken: o, zij is best normaal. En dat ze dan misschien eens naar een concert komen. Al zijn het er maar een paar, dan ben ik daar al heel blij mee.’

Stel: na je triomf in WIDM word je gebeld door Joop van den Ende. Hij wil je in zijn nieuwe musical. Je krijgt heel veel geld.

‘Wat denk je zelf dat mijn antwoord gaat zijn? Ik ben operazangeres. Ik zou eigenlijk op de verjaardag van prinses Amalia hebben gezongen, in Amare in Den Haag. Dat ging helaas niet door. Mij was gevraagd of ik ook dat nummer uit Frozen wilde doen, Let It Go. Ja, uh, nee: dat kan ik wel proberen te zingen, alleen klinkt het nergens naar.

‘Ik vind het ook niet van respect getuigen voor mensen die musical zingen als ik dat zou doen, met mijn klassiek geschoolde stem. Trouwens, ik word al gek als ik twintig keer dezelfde opera moet doen, laat staan dat ik een jaar lang avond aan avond hetzelfde zing. Dan denk ik: geef me nieuwe muziek, nu! Ik heb echt veel bewondering voor mensen in het musicalvak.’

Maar je hebt bij de Nederlandse Reisopera al een Sondheim- en een Bernstein-musical gedaan, je zong in 2013 al Maria in West Side Story in het Concertgebouw. Zweer je dat dan af?

‘Nee, dat is fantástische muziek!’

Dat zijn elite-musicals?

‘Dat zijn musicals waarvan ik de muziek heel mooi vind en waarvan ik denk dat ik de rollen kan zingen. Als je naar musical kijkt, zijn er misschien vijf die ik heel mooi vind en de rest niet.’

Bariton Ernst Daniël Smid zei eerder dit jaar tegen de Volkskrant dat zijn carrière in de klassieke wereld instortte toen hij musicalrollen aannam.

‘Ik ben nog steeds weleens bang om in een hokje geduwd te worden en dat ik dan niet meer word gevraagd voor andere dingen. Ik denk hier al tien jaar over na: waar hoor ik nou eigenlijk bij? Vanaf het moment dat ik begon met zingen, heb ik overal een beetje tussen gewandeld. Ik studeerde aanvankelijk muziektheater in Tilburg. Daar paste ik niet helemaal, want ik was degene die altijd klassiek zong.

‘Toen ik werd toegelaten op de klassieke opleiding van het Conservatorium van Amsterdam, kreeg ik steeds te horen: Laetitia, stop eens met dat acteren, richt je op dat instrumént van je. Waar ze helemaal gelijk in hadden, want dat instrument moet ontwikkeld worden. Maar daar hebben ze het hele theatrale van mij aan de kant gezet. Het ging alleen nog om de klank, de persoonlijkheid zakte een beetje weg. Terwijl we niet moeten vergeten dat het om teksten gaat.

‘Als kind wilde ik cellist worden, later actrice. En nu ben ik operazangeres die ook in een toneelstuk staat, die ook aan een populair programma meedoet. Wat ik in ieder geval weet, is dat ik datgene moet doen wat het best bij mijn stem past. Dat kan een Mozart-rol zijn, maar ik houd ook van 20ste-eeuwse muziek, Alban Berg, Kurt Weill en Leonard Bernstein. Opera vind ik echt het allermooiste.’

Zowel opera als musical is hoe dan ook vlakbij. Sinds een jaar woont Gerards boven in een pand aan de Amsterdamse Keizersgracht, aan het stukje dat uitmondt in de Amstel. Zowel Carré als De Nationale Opera is op zwemafstand. In de kamer liggen verkleedkleren (Brabantse herkomst) en yogaspullen, hoewel Gerards – Lea voor intimi – volhoudt beslist ‘geen yogameisje’ te zijn. Tegen de wand staat een platenhoes van Maria Callas, de diva aller diva’s.

Op een schaal van 1 tot 10, hoeveel diva ben je?

‘Toen ik begon met zingen was ik bang dat mensen mij arrogant zouden vinden. Ik was een verlegen meisje dat cello speelde, dat achter in het orkest tegen iedereen opkeek en niet eens de tandarts durfde te bellen. Door te acteren, door in een rol te kruipen, kreeg ik veel meer zelfvertrouwen. Maar dat je dan ineens vóór een orkest staat, en dat je weet dat mensen naar je kijken, was gek. Uiteindelijk wil ik niet anders zijn de anderen.

‘Ik heb geleerd dat je wel iets van arrogantie moet hebben als zangsolist. Omdat als je één repetitie hebt waarin je acht aria’s moet zingen, waarvan één met drie hoge c’s, je wel moet kunnen zeggen: dit stuk kan ik maar twee keer doen. Of dat je zegt: ik kan nu niet praten, ik moet op mijn stem letten. Als je te bescheiden bent, kun je niet presteren. Maar een cijfer… Op dit moment een 7,3.’

Laetitia Gerards Beeld Lin Woldendorp
Laetitia GerardsBeeld Lin Woldendorp

Kun je je stem beschrijven?

‘Technisch gezegd ben ik een lichte lyrische sopraan. De hoge tonen kun je dan het best vergelijken met die op een cello. Grappig: als ik zit te piekeren over een bepaalde frase, helpt de cello me vaak. Dan ga ik even spelen en dan vind ik een oplossing. Voor een sopraan heb ik veel mogelijkheden in het midden en de laagte.’

Wat is je artistieke doel?

‘Dat ik kan blijven zingen wat bij mij past. Al jaren krijg ik de vraag: wat is je droom als operazangers, wil je zingen in de Metropolitan Opera in New York? Maar ik ben heel saai daarin, ik heb geen operahuizen of rollen die ik per se af wil vinken. Ik wil gewoon dat podium op en me blijven ontwikkelen. Het is wel zo dat Nederland een klein land is, en ik heb Nederland bijna uitgespeeld. Ik zou heel graag meer in het buitenland werken.’

Alleen Nederlands grootste opera-instelling, De Nationale Opera, ontbreekt nog op je cv.

‘Precies, daar heb ik nog geen rolletje gedaan. Dat zou hartstikke leuk zijn, heel graag. Maar ik ben realistisch en geduldig, een dikke hoofdrol zit er daar nog niet in.’

Laetitia Gerards is op 2/1 om 11.00 uur te horen op Radio 4 tijdens het Zondagochtendconcert. Ze zingt in een Weens programma met het orkest Phion.

CV Laetitia Gerards

Geboren op 18 juni 1993 in Eindhoven

1998 – begint met cello spelen

2013 – zingt hoofdrol in West Side Story in Concertgebouw

2014 – Young Talent Award van het Concertgebouw

2016 – studeert af aan Conservatorium van Amsterdam

2016 – debuteert in Moskou en Los Angeles

2019 – debuteert bij Nederlandse Reisopera

2020 – neemt album op voor Avro-Tros met pianist Thomas Beijer

2022 – kandidaat in Wie is de mol?

Laetitia Gerards woont in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden