FilmrecensieJeanne d’Arc

Soms wens je dat die brandstapel eindelijk in zicht komt in de Jeanne d’Arc van Bruno Dumont ★★☆☆☆

Toen Bruno Dumont met Jeannette – l’Enfance de Jeanne d’Arc (2017) een speedmetalmusical over de Maagd van Orléans afleverde, kon het gebeuren dat je als toeschouwer geïrriteerd én verrukt achterbleef. Een headbangende Jeanne, zoiets was nog nooit vertoond. 

Dat verrassingseffect is er af bij het vervolg Jeanne (in Nederland uitgebracht als Jeanne d’Arc), dat net als Jeannette teruggrijpt op een toneelstuk uit 1897 van Charles Péguy. Het hoeft niet meer te verbazen dat de acteurs opnieuw door een Noord-Frans duinlandschap scharrelen. Of dat een WO2-bunker figureert als kerker ten tijde van de Honderdjarige Oorlog. 

Het opvallendst is de casting van het hoofdpersonage. In Jeannette werd Jeanne als kind gespeeld door Lise Leplat Prudhomme, als adolescent door Jeanne Voisin. Nu Dumont de jongvolwassen Jeanne volgt, van haar door God opgedragen (en buiten beeld gehouden) veldslagen tegen de Engelsen tot haar proces en terechtstelling, is het wederom de 12-jarige Prudhomme die haar ogen hemelwaarts richt

Prudhomme legt in haar blik en in Jeannes geloofsbelijdenissen volop intensiteit, alsof het heilige vuur in iedere lettergreep oplaait. Als jongste Jeanne d’Arc uit de filmgeschiedenis benadrukt ze bovendien de voortdurend in twijfel getrokken onschuld van haar personage: Jeanne is een kind Gods, ook in het harnas.

Prudhomme zingt niet meer. Die taak blijft voorbehouden aan de in april overleden popartiest Christophe, die ook de synthesizersoundtrack componeerde. Christophes frêle timbre werkt als Jeannes innerlijke stem, terwijl hij ook een  – schier eindeloze – scène heeft als zingende inquisiteur. 

De musicalchoreografieën blijven beperkt tot een enkele parade van paarden en soldaten. Er zijn geen campy heiligenverschijningen en headbangen is weer passé. Dumont, die naam maakte met ascetische arthousedrama’s en zich met Ma Loute (2016) en de Quinquin-series aan het absurdisme waagde, weigert zichzelf te herhalen. 

Dat Jeanne veel ascetischer is dan Jeannette, valt bovendien inhoudelijk te motiveren. Net als het hoofdpersonage is de vertelstijl volwassener en strenger geworden. Hoewel: de overige acteurs lijken vaak gecast om hun moddervette gesticulaties, rollende ogen en elastische kaken. Het resultaat voelt geregeld als een Monty Python-sketch waar je absoluut niet om mag lachen.

Die vage toonzetting is niet het voornaamste probleem. Kwalijker is dat met alle spielereien ook de passie uit Dumonts project verdwenen lijkt. Jeanne sleept zich bloedeloos voort, van de duinen naar de kathedraal waar Jeanne ter dood wordt veroordeeld. Zonder Prudhomme zou het een slopende kijkervaring zijn geweest.

Soms wens je dat die brandstapel eindelijk in zicht komt. Dat kan zelfs van deze recalcitrante Jeanne d’Arc-verfilming niet de bedoeling zijn.

Jeanne d’Arc

Drama

★★☆☆☆

Regie Bruno Dumont

Met Lise Leplat Prudhomme, Annick Lavieville, Justine Herbez

137 min., in 17 zalen en te zien op Picl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden