'Soms geven inwendige stemmetjes het verkeerde advies'

De kleine grote liedschrijver Paul Simon heeft voor zijn verrassend goede nieuwe album Stranger to Stranger zijn indrukwekkende muziekarsenaal opnieuw uitgebreid. De Volkskrant sprak hem in Londen.

Paul Simon.Beeld Getty Images

Als Paul Simon aan een verhaal begint, ga er dan maar even goed voor zitten. In een ondergronds symposiumcomplex in de Londense wijk Soho is net zijn nieuwe plaat Stranger to Stranger integraal afgedraaid. Daar is de volle zaal even stil van, want de nieuwe plaat is behoorlijk goed en indringend.

Dus om de sfeer weer wat losser te krijgen, vertelt Simon een anekdote. Van bijna een half uur.

Kort samengevat: Paul Simon gaat op aanraden van zijn vrouw Edie Brickell naar een geneeskrachtig Braziliaans medium dat praktijk houdt in de jungle. Simon heeft al vanaf zijn kindertijd last van extreem gewelddadige nachtmerries en daar wil hij weleens van af, want ze onderdrukken zijn stemming. Simon is sceptisch, maar ondergaat desondanks een handoplegging, samen met een paar honderd andere patiënten. Twee dagen later komen hij en de andere patiënten bij, in een gebouw met vele slaapzalen. De Braziliaanse goeroe vraagt Simon of hij met een gitaar langs de kamers wil trekken om de patiënten, van wie er een aantal in ontredderde toestand op de grond liggen, wat moed in te zingen. Simon pakt de gitaar - die daar al klaarstaat - en kuiert, The Sound of Silence tokkelend, door het junglesanatorium: 'Hello darkness my old friend.'

Geen lulkoek

En daar houdt het verhaal abrupt op. Stilte. Iedereen denkt na over de mogelijk diepere betekenis. Die moet er zijn: Paul Simon verkoopt geen lulkoek.

Dan een vinger in de lucht, van een vrouw met een vraag: 'Waarom zong u The Sound of Silence?'

Simon: 'Feelin' Groovy leek me minder gepast.'

De verplichte vervolgvraag: 'Heeft u nog steeds extreem gewelddadige nachtmerries?'

Simon: 'Helaas.'

En daar hebben we de hele Paul Simon dan te pakken. Lang van stof en uiterst bedachtzaam, maar ook scherp en ad rem. Onderkoeld grappig, zoals in veel van zijn liedjes. Een verhalenverteller - hij is tenslotte een archetypische New Yorker. En al zijn verhalen én liedjes nemen aan het einde een onverwacht scherpe bocht en laten de luisteraar achter in nevelen van onbehagen en melancholie.

Dubbele reputatie

Die onbestemde gevoelens overvallen hem vaak, vertelt hij 's avonds bij zijn laatste interview, exclusief aan V, na een dag gesprekken met een handvol Europese muziekmedia, in een gedecoreerde salon boven een antieke Britse balzaal waar piano en wijnglazen tingelen. De melancholie overvalt hem als hij in Londen is, zoals nu.

Simon reisde in 1964 al naar Londen, nog voor zijn juichende succesjaren als Simon & Garfunkel, het duo met zijn jeugdvriend Art, of zoals Simon hem noemde: Artie. Simon verliet zijn geliefde New York om onder te kunnen duiken in het Britse folkcircuit, waar hij zich wilde bekwamen in de traditionele liedjeskunst. Nu woont zijn dochter in Londen, vertelt hij. Hij logeert bij haar. 'Dat doe ik vaker. En elke keer als ik kom, zie ik een ander Londen. Deze stad groeit zo snel. Als je een jaar niet bent geweest, staat er weer een nieuwe toren.' In de vorm van een augurk (The Gherkin) bijvoorbeeld, of een enorme glasscherf uit de hemel (The Shard). Peinzende blik: 'Ik weet niet of ik dit soort verandering per se leuk vind.'

Paul Simon (74) heeft in het wereldwijde muziekcircuit een dubbele reputatie. Aan de ene kant is hij een best lollige kerel die goed om zichzelf kan lachen - denk aan de beroemde clip bij het nummer You Can Call Me Al uit 1986, waarin hij door acteur Chevy Chase op brute wijze uit de spotlight wordt geduwd. Anderzijds is hij een ruziemaker van formaat, die je het leven knap lastig kan maken als hij zich eenmaal tegen je heeft gekeerd. Art Garfunkel, éx-vriend, kan erover meepraten (zie kader).

Paul Simon

1941 Geboren als Paul Frederic Simon in Newark, New Jersey
1954 Eerste liedjes met schoolvriend Art Garfunkel
1957 Eerste single als duo Tom & Jerry: Hey, Schoolgirl
1965 Eerste soloplaat, opgenomen in Engeland: The Paul Simon Songbook
1966 Doorbraakplaat Sounds of Silence, als Simon & Garfunkel
1970 Grootste albumsucces met Bridge over Troubled Water, einde Simon & Garfunkel
1975 Soloplaat Still Crazy After All These Years op nr. 1 in Amerika
1981 Reünie met Art Garfunkel, concert in Central Park voor 500 duizend toeschouwers
1986 Wereldwijde albumhit Graceland
2003 Grammy Lifetime Achievement Award
2006 Album Surprise met Brian Eno, over de aanslagen van 9/11
2009 Reünietournee met Art Garfunkel

Behoedzaam benaderen dus. Eerst de stemming inschatten. Dat is aanvankelijk moeilijk. Simon is klein van stuk en hij zit ook nog eens diep weggezakt in de kussens van een fauteuil. Maar als de hand wordt uitgestoken, springt hij toch even omhoog. Lenig, voor een 74-jarige. En als de eerste vraag dan ook nog gaat over hoe het kan dat zijn stem ondanks de gevorderde leeftijd nog zo puur en ongehavend klinkt - geen geslijm - trekt de vermoeidheid wat uit zijn gezicht. Vindt-ie leuk om te horen.

'Daar ben ik zo ongelooflijk blij mee. Het verrast me. Ik heb nu toch wel een leeftijd waarbij je de jaren zou moeten horen. Maar het gebeurt niet - fijn dat het je is opgevallen. Misschien helpt het dat ik heel veel slaap. Minstens tien uur per dag, dan herstelt de stem zich vrij aardig. Maar wat helemaal leuk is: ik heb bij het maken van mijn nieuwe plaat op een andere manier leren zingen.'

En dat is duidelijk te horen op Stranger to Stranger. Op zijn twaalfde album gebruikt Simon bijzondere instrumenten uit de collectie van Harry Partch, een Amerikaanse componist die zijn muziek zocht in microtonaliteit en dus gebruik maakte van veel kleinere toonschreden dan gebruikelijk is in het westerse toonstelsel. Om die microtonen te kunnen spelen, bouwde Partch zelf zijn instrumenten. En op Stranger to Stranger zijn dus 'cloud chamber bowls' te horen, naast een 'chromelodeon' en een 'kithara'. Die bijzondere apparaten scheppen buitenaardse sferen in Simons verder toch vrij vertrouwde en intieme huiskamermuziek.

Paul Simon in het Londen Palladium in 1975.Beeld Getty Images

Schaduwen

Simon: 'Door die instrumenten ben ik anders naar mijn eigen zangnoten gaan luisteren. Ik hoorde veel meer nuances. Ik ontdekte dat een toon aan het einde van een zin vaak wat naar beneden afboog, misschien omdat ik daar wat buiten adem raakte. Ik ging dus proberen de laatste toon juist een klein duwtje omhoog te geven. En daarmee gaf ik mijn zangnoten ineens veel zachtheid, het klonk heel relaxed. Als ik de sfeer wat donkerder wilde maken, omdat de tekst dat nu eenmaal vereiste, kon ik de zangnoten juist wat platter maken en dus een microtoon naar beneden bijstellen. Zo bracht ik schaduwen aan in mijn zang, zoals ik dat eigenlijk nooit eerder had gedaan.'

Klinkt nog vrij eenvoudig, maar dat was het volgens Simon zeker niet. 'Man, ik heb per nummer zo ongelooflijk veel takes gedaan. Ik heb zinnen honderd keer opnieuw ingezongen. Mijn stem is van nature vrij intiem en oprecht, dat is bekend. Maar mijn teksten zijn soms best bozig, of heel ironisch. Dan komt het aan op hoe je de woorden uitspreekt.' Voorbeeld? 'In het nummer Cool Papa Bell zit het woord motherfucker. Dat is een woord dat niet in mijn vocabulaire zit. Ik heb er niets tegen, maar ik gebruik het gewoon niet. Ik heb dat woord dus duizend keer moeten inzingen. Het klonk of te boos, of te lief: volkomen ongeloofwaardig. Het veranderde steeds van betekenis, en de humor verdween uit de tekst.'

En juist bij humor in muziek luistert het nauw, volgens Simon. Hij kan het weten, want zijn liedjes zitten vol taalgrappen en tragikomische scènes, van relationeel onbegrip tot verbijsterende situaties in de supermarkt. 'Als je humor goed in muziek weet te vatten, bedrijf je de hoogste liedkunst. Als je een grappige zin op een grappige manier vertolkt, is hij ineens niet grappig meer. Een liedtekst wordt pas komisch als je hem op een bloedserieuze manier zingt, dat heb ik in vijftig jaar wel geleerd. Maar aan de andere kant: als ik iets grappig bedoel maar niet grappig zing, en iemand die luistert vat het op als serieus, dan heb ík een probleem. Als jij een grap vertelt en niemand lacht, was je dan grappig? Nee natuurlijk niet, ook al vond je zelf van wel.'

The metalsound of Silence

Cadeautje voor Paul Simon: bij het verschijnen van zijn twaalfde studioalbum Stranger to Stranger is zijn klassieker The Sound of Silence uit 1964 stomtoevallig een wereldhit, in de uitvoering van de Amerikaanse metalband Disturbed. Simon bracht zijn complimenten voor de cover over aan Disturbedzanger David Draiman: 'Really powerful.' Draiman, zo blij als een kind: 'Wij wilden eer betonen aan een van de grootste liedschrijvers aller tijden. Dat hij ons daarmee complimenteert, is een onuitsprekelijke eer.'

Innerlijke stem

Zo zat Simon dus te pielen aan zijn muziek, op een soms vrij uitzichtloze manier. 'Misschien dat dat nu wél wat met de leeftijd te maken heeft', zegt hij. Om vervolgens een prachtig en uniek kijkje te geven in het behoorlijk tobberige liedschrijfhoofd van de grote liedschrijver Paul Simon.

'Ik heb jaren gedaan over deze nieuwe plaat. Aan sommige liedjes heb ik zes maanden zitten sleutelen. Ik dacht echt dat ik per liedje duizend kleine beslissingen moest nemen. Over de lengte van het intro, het geluid van een gitaar, de volgorde van de zinnen, noem maar op. Weet je wat het grootste obstakel is in het creatieve proces, in welke kunst dan ook? Ontkenning. Je weet dat er iets niet helemaal goed is, maar je ontkent het. Je luistert niet naar jezelf, want je hebt nu eenmaal al maanden in dat liedje geïnvesteerd. En je weet ook niet precies wat er dan niet goed is. Je ego zit in de weg, dus laat maar. It's okay, zeg je steeds. Het komt wel goed, it's fine.

'Maar op een gegeven moment gaat je innerlijke stem spreken. Die zegt: Paul, het is niet goed. Ik weet het: soms geven inwendige stemmetjes het verkeerde advies, maar in het liedschrijfproces kun je maar beter luisteren. En als je eenmaal door je innerlijke stem over de streep bent getrokken en erkent dat het slecht is, dan wordt het ineens helder. In je gedachten hoor je het nummer ineens zoals het zou moeten klinken, zoals je het bedoeld had. En dan gaat het snel. Je verandert de melodie zodat die ineens veel beter bij de woorden past. Je denkt: goh, wat zit dat nummer eigenlijk vol. En je haalt laag voor laag van de song af, zodat er eigenlijk iets heel basaals overblijft: een goed liedje.'

Paul Simon en Andrea de Portago in New York, 1970.Beeld Getty Images

Schrijven vanuit het ritme

Daarvan heeft Simon er nogal wat geschreven. De lijst van zijn tijdloze liedjes is eindeloos. Denk met de ogen dicht aan Paul Simon en de Greatest Hits komen in optocht voorbij, van 50 Ways to Leave Your Lover tot Slip Slidin' Away, Still Crazy After All These Years en natuurlijk de klassiekers van zijn grootste album, Graceland uit 1986: The Boy in the Bubble, en Diamonds on the Soles of Her Shoes. En op Stranger to Stranger staan toch ook wat klassiekerkandidaatjes, zoals het atmosferische en bijna mystieke nummer Proof of Love, waarin Simon lijkt te zoeken naar God en bewijzen van ware liefde. En in het verbluffend goed gezongen titelnummer Stranger to Stranger legt hij uit waar het om draait in zijn leven én in zijn kunstenaarsschap: 'Words and melodies.'

Dat zijn nog altijd de bouwstenen van zijn liedjes, zegt Simon. Maar als hij zelf zo eens achterom kijkt - en dat doet hij vaker dan hem lief is - dan ziet hij dat toch ook zijn liedschrijverij is veranderd in de loop der jaren. Liedjes schrijven met de gitaar op schoot en een tekst in een kladblok krabbelen, dat doet hij dus bijna niet meer. 'Sinds Graceland ben ik liedjes gaan schrijven vanuit het ritme. De liedjes voor die plaat had ik zo geschreven dat ze nog overeind zouden blijven als je alle melodie en tekst eruit zou wippen. De ritmes waren steengoed, volgens mij mag ik dat best zeggen. Op Stranger to Stranger speelt het ritme ook de hoofdrol. Ik heb veel gewerkt met de flamencodanser Nino de los Reyes, maar op een heel subtiele manier. Ik nam handengeklap op en ritmes van zijn hakken op een houten vloer. Maar het ligt er niet al te dik bovenop.'

Dat kun je inderdaad wel stellen. Wie de nieuwe Paul Simon voor het eerst draait, denkt niet: goh, Paul Simon is nu eens in de flamenco gedoken. Hij is doodsbang voor dat soort reacties, zegt hij. Hij heeft al de naam een muzikale cultuurshopper te zijn geworden. Iemand die muziek leende uit de Andes (El Condor Pasa), uit Afrika (Graceland) en uit Brazilië (The Rhythm of the Saints). 'Daarom trek ik bewust niet de aandacht met die ritmes uit de flamenco. Wat ik er wel mee bereik? Dat mijn nummers iets nieuws en vreemds hebben, maar dat het niet makkelijk is er de vinger op te leggen. Een vaag onbekend geluid in een verder bekend klinkend liedje schept een verwachting bij de luisteraar. En als je die daarna als liedschrijver bevredigt, met bijvoorbeeld een goede tekst, dan kan dat heel louterend werken. En die elementen van buiten de pop geven mijn muziek denk ik ook iets fris. Zo van: hé, het is Paul Simon, maar zo hadden we hem nog niet eerder gehoord. Het is oud en vertrouwd, én nieuw. En op zo'n manier heb ik de plaat ook opgenomen: een mix van analoge studiotechniek en hedendaagse digitale middelen.'

Stranger to Stranger zit boordevol muziek. Kijk maar naar de uitvoerige credits in het cd-boekje, dat per nummer uitpuilt van de instrumentalisten, soms wel een stuk of twintig. En toch klinken de liedjes heel zuinig en transparant. 'Veel geluiden zijn nauwelijks hoorbaar, die zijn ver naar de achtergrond geduwd. Ze creëren eigenlijk alleen een sfeer en je hoort ze pas als ze ineens uit het liedje verdwijnen. Weglaten is een kunst, die je nummers aan het einde van het proces met sprongen kan verbeteren. Ik heb voor deze plaat op het laatste moment nog veel gitaren en bassen uit de liedjes geknipt, dat is zo'n openbaring! Je liedjes krijgen er een heel andere structuur en textuur van en ze dwingen ineens meer tot luisteren.'

Paul Simon en Art Garfunkel.Beeld Getty Images

Luisteren

En luisteren, zegt Simon, dát zouden we eens wat vaker moeten doen. 'Ik wil niet gaan klagen over onze moderne tijd. Maar we kunnen toch ook niet ontkennen dat er de afgelopen twintig jaar veel minder goed wordt geluisterd; in het algemeen, maar zeker ook in de popmuziek. We draaien muziek op YouTube, who cares hoe het klinkt? Het gaat tegenwoordig om een paar pakkende zinnen, een lekker refreintje. En zo worden liedjes nu dus ook opgenomen: waarom zou je heel veel aandacht besteden aan het studiowerk als dat totaal niet meer terug te horen is in een liedje vanaf de pc?'

Maar Simon wil niet de cultuurpessimist gaan uithangen, daarvoor voelt hij zich nog net niet oud genoeg. 'De mensheid heeft eeuwenlang geluisterd. Luisteren was in de prehistorie een manier om te overleven. Die gave komt echt wel weer terug, we leren zoiets als mensheid niet in twee decennia voorgoed af. En er ligt dus een taak voor musici als ik. Ik weet zeker dat mensen weer gaan luisteren, als je ze maar iets geeft dat het waard is om te beluisteren.'

De plaat Stranger to Stranger van Paul Simon verschijnt vandaag bij Concord Records/Universal. Op 31/10 speelt Paul Simon in de Ziggo Dome in Amsterdam. De voorverkoop is begonnen.

Don't mention art

Paul Simon en Art Garfunkel zijn al sinds de jaren zeventig gebrouilleerd.

Beleefd maar dringend verzoek van Paul Simons management, voorafgaand aan ieder interview: 'Begin niet over Art Garfunkel, please.' Niet dat je dat nou speciaal van plan was, maar toch. Wat is het vreselijk jammer dat dat prachtige popduo van weleer door ruzie is verscheurd.

Ja, Paul Simon en Art Garfunkel hebben een vete. Een dikke vete. Die begon al in 1970, bij het uitkomen van de laatste Simon & Garfunkel-plaat Bridge over Troubled Water. De opnamen waren niet bepaald vlekkeloos gegaan. Simon en zijn jeugdvriend 'Artie' maakten ruzie over elk akkoord, over elke zin en hoe die te zingen. Van dat leuke jongensduo Tom & Jerry, zoals Simon & Garfunkel ooit was begonnen op 15-jarige leeftijd, was niet veel meer over. Botsende persoonlijkheden, was in 1970 de verklaring waarmee het grootste popduo van de jaren zestig (van Bridge over Troubled Water werden zo'n 25 miljoen exemplaren verkocht) officieel uit elkaar ging.

Er volgden natuurlijk een aantal reünies - zo gaat dat in de muziekindustrie, ruzie of niet. In 1981 speelden Simon & Garfunkel in het New Yorkse Central Park, voor een half miljoen Amerikanen. Maar van harte ging het niet. Dat bleek in 1990 ook, toen de twee ruziezoekers samen werden bijgezet in de Rock and Roll Hall of Fame. Garfunkel was galant in zijn toespraakje: 'Paul is de persoon die mijn leven het meest verrijkt heeft, dankzij de prachtige liedjes die hij door mij liet stromen.' Simon was helemaal niet galant in zijn toespraakje: 'Arthur en ik waren het nooit over iets eens. Maar hierin heeft hij gelijk: ik heb zijn leven inderdaad enorm verrijkt.'

De laatste jaren is vooral Art Garfunkel aan het zieken. Hij wil best nog eens met Paul Simon spelen, zegt hij steeds in interviews. 'Het is alleen zo'n eikel. Zo'n idioot.' Simon doet er het liefst het zwijgen toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden