ColumnManon Spierenburg

Soms ben ik zó blij dat ik doof ben

Auteur en scenarist Manon Spierenburg over hoe het steeds stiller wordt om haar heen.

null Beeld Douwe Dijkstra
Beeld Douwe Dijkstra

Terwijl ik op mijn afspraak sta te wachten bij een tentje dat lunch to go serveert, gluur ik naar het stel naast naast me. Hij is een Kennedy-kloon. Zij een elegante vrouw met een sjiek Kerastasekapsel. Hij eet een tosti terwijl hij een anekdote oplepelt waarin hij waarschijnlijk een hoofdrol speelt. Er valt een beetje ketchup op zijn donkerblauwe colbert, maar dat heeft hij niet in de gaten. Haar knokkels klemmen zich om de steel van haar plastic lepel tot ze er wit van zien, wat een zekere spanning verraadt. Ze lacht nep. Toch kan het geen eerste date zijn, want zij eet soep en dat risico neem je niet als je iemand net kent.

Vroeger, toen we van onze leiders nog met honderden tegelijk naar restaurants mochten en ik nog kon horen, was het mijn favoriete bezigheid om de gesprekken aan het tafeltje naast me af te luisteren. Hele huwelijken zijn aan me voorbij getrokken, verbroken relaties, achterdeurtjespolitiek in het managementteam, seksuele abberaties, geheime rendez-vous en alle gangbare frustraties die mensen elkaar toesissen boven een pre-tostimenu van biologische kweekzalm met groentefantasie en lactosevrije veganistische chocoladesorbet op een bedje van havermoutijs. Ik schreef in die tijd voor een soap, dus was altijd op zoek naar inspiratie voor de volgende onwaarschijnlijke verhaallijn. Niets was veilig voor mijn dwalend oor.

Een schrijver is van nature een voyeur: we observeren de omgeving en gebruiken die om er mooie sier mee te maken. Maar nu ik zowat niets meer hoor, lukt het niet meer. Als ik de intrige naast me wil volgen moet ik ver, vèr overhangen en dat valt te veel op. Het doet denken aan Hogerop, een van Simon Carmiggelts beste Kronkels, waarin hij om een burenruzie te kunnen volgen uiteindelijk bovenop een kast in de gang belandt omdat hij hen anders niet kan verstaan. Omdat ik het niet van de audio moet hebben, verzin ik zelf wat op basis van de lichaamstaal van het stel. Zij spreidt haar handen. Dat kan betekenen ‘hoe kon je dat doen?’ of ‘ik heb een enorme vis gevangen’. Hij soebat. Ik denk dat hij haar uitlegt dat het er misschien op líjkt dat het het doet met Marilyn, maar dat dat natuurlijk allemaal speculatie van de pers is. Hij valt meer op rigide brunettes dan op blonde seksgodinnen, dus zelfs als ze de laatste vrouw op aarde was zou hij een hertelling eisen. Zij overweegt hem neer te schieten, maar vreest voor haar Chanel.

Op dat moment komt eindelijk mijn beste vriendin aan. Zij is privédetective met ogen in haar rug en bionische oren die met gemak als afluisterapparatuur verkocht zouden kunnen worden. Bovendien kent ze me goed genoeg om meteen door te hebben wat ik sta te doen. ‘Gaat over hypotheekrenteaftrek’, zegt ze zonder dat ook maar iemand gemerkt heeft dat ze staat te luistervinken. ‘Sorry.’

Hypotheekrenteaftrek. Serieus. Soms ben ik zó blij dat ik doof ben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden