Sommige van deze mensen zijn geen mensen, maar hyperrealistische sculpturen

Baby's van 5 meter en werklui van 189 kilo: akelig echt. Op deze expositie in de Kunsthal vraag je je af waarom deze sculpturen aantrekken én afstoten.

De sculptuur Two Workers (1993) van Duane Hanson wordt opgesteld in de Rotterdamse Kunsthal.Beeld Raimond Wouda

Het lijkt business as usual in Hal 2 van de Kunsthal in Rotterdam. Kisten worden opengeschroefd. De handschoentjes gaan aan, restauratoren, tentoonstellingsbouwers, bruikleengevers en de curator staan klaar. Op de kisten staat in grote letters FRAGILE, de inhoud bestaat uit bubbeltjesplastic en monteerinstructies. En kunst natuurlijk, kunst die zo vreemd is dat iedereen in Hal 2 er een beetje van in de war raakt.

Als een paar dozen zijn uitgepakt en de levensechte sculpturen op hun sokkels staan, huivert de stagiair: 'Stel je voor dat je hier 's nachts in het donker bent...' Ook voor Bart Cuppens, hoofd van de opbouwploeg, was het wennen: 'Zo'n doos gaat open en dan zie je bijvoorbeeld een heel mooie blote vrouw liggen. Hoe ga je die optillen? Tja, er zitten twee bobbels op en die geven de meeste grip.' Zodra zijn handschoenen de sculptuur aanraken verdwijnt de illusie: 'Het materiaal is koud en hard.'

Iris Lasetzke, hoofdconservator van Museum Stiftung Haus der Geschichte der Bundesrepublik Deutschland in Bonn, reisde over de hele wereld mee met de wisselende tentoonstelling van hyperrealistische sculpturen. Rotterdam is de vijfde plek waar het werk uit de museumcollectie te zien is. De kunstwerken blijven haar verbazen: 'Toen we in museum Arken in Denemarken aan het installeren waren, raakte ik geïrriteerd door een man die naar me stond te staren. Tot ik me realiseerde dat hij niet echt was.' Het kunstwerk dat Lasetzke begeleidt, is Two Workers van Duane Hanson, twee levensechte werkmannen: een zit op een gereedschapskist, de ander leunt tegen een ladder.

Ze hebben geen namen, zegt Lasetzke, maar een van de beelden kent ze nogal goed, althans in 'een oudere versie'. Het was de conciërge van het museum die in 1993 model mocht staan, hij werkt nog steeds voor Haus der Geschichte. De zittende man is een stratenmaker die ook voor het museum werkte. De twee reisden naar Hansons atelier in de Verenigde Staten. Daar werd een mal van hun lichaam gemaakt. Ze moesten hun kleren bij de kunstenaar achterlaten. En o ja, ook hun haar. Wacht even, kwamen ze dan kaal terug in Bonn? 'Ik denk het wel ja', zegt Lasetzke.

Echter dan echt

Nu zitten de conciërge en zijn collega in grote kisten. Op de ene kist staat 161 kg, op de andere kist 189 kg. Er wordt naar sjouwers gezocht. 'Wacht even, ik moet nog handschoenen aan!', roept iemand. 'Waar kunnen we hem beetpakken?' 'Niet waar zijn huid bloot is', luidt de instructie. 'Kan dit, onder zijn oksel?' Zijn knieholte blijkt ook een geschikte plek. De gereedschapskist die deel uitmaakt van de installatie moet vlug aan de kant: 'Pas op, dit is ook kunst.' En dan wordt de 189 kilo wegende conciërge voorzichtig uit de kist geschoven. 'Eén, twee! Eén twee!' Hij ondergaat het voorzichtige gesjor gelaten, zo lijkt het.

Hyperrealistisch is de overtreffende trap van waarheidsgetrouw. Echter dan echt. Een hypersecure klus om te maken. Vandaar dat deze Two Workers hun kleren en haar in het atelier van Hanson moesten achterlaten: die werden in de sculpturen verwerkt.

De zittende figuur van de Two Workers wacht in de kist. Op de achtergrond een sculptuur van John De Andrea (Ariel, 2011).Beeld Anna van Leeuwen

De kleine veertig kunstwerken in deze tentoonstelling zijn gemaakt met vergrootglazen en pincetten, en een precisie die maakt dat je er met ingehouden adem naar kijkt. Hanson (1925-1996) was een van de pioniers van het genre. Hij maakte deze beelden in brons, dat hij aankleedde met een laag polyester, vandaar dat dit zulke gewichtige mannen zijn.

Latere hyperrealisten, van wie de Australiër Ron Mueck (60) de bekendste is, gebruiken geen brons, maar bijvoorbeeld geharde glasvezels en siliconen. Dat maakt dat Mueck op een andere schaal kan werken: larger than life. In Museum Voorlinden in Wassenaar is een bejaard stel op het strand (schaal 2:1) van zijn hand te zien.

De tentoonstellingsbouwers poseren bij Duane Hansons installatie Two Workers 1993.Beeld Anna van Leeuwen

Babymeisje

Het grootste kunstwerk van deze tentoonstelling is een vijf meter groot babymeisje dat Mueck maakte. Haar kist heeft een escorte van zes mannen, een komt van haar thuisbasis, de National Galleries of Scotland. Voordat zij kan worden uitgepakt, heeft het tafereel van Hanson nog wat aandacht nodig, de stratenmaker wacht geduldig in zijn doos.

Hanson koos altijd modellen die uit het leven gegrepen waren. Hij selecteerde ze op zo min mogelijk glamour: een huisschilder, een dakloze, een vrouw achter een supermarkt-karretje. Het was een vorm van sociale kritiek. In het begin van zijn carrière bootste hij complete situaties na die getuigden van sociaal onrecht, zoals rassenrellen of taferelen uit de Vietnamoorlog. Daarom past Hansons kunst beslist niet in wassenbeeldenmuseum Madame Tussauds (waar het om nabootsingen van beroemdheden gaat), maar in de traditie van het sociaal realisme, kunstenaars die datgene laten zien waar we liever niet naar kijken.

Hanson gaf zijn sculpturen een wat afwezige blik. Het maakt je als toeschouwer nog meer tot voyeur, je bekijkt iemand die in het luchtledige staart. 'Moet hij niet wat meer gedraaid worden, dan kan hij naar zijn collega kijken', stelt een tentoonstellingsbouwer voor als de stratenmaker op zijn gereedschapskist zit. 'Nee, zo hoort hij', zegt curator Eva van Diggelen, 'ze hebben juist geen contact.' Als de mannen op hun plek staan, wordt een groepsfoto gemaakt. In die foto valt het verschil tussen de tentoonstellingsbouwers en de Workers bijna weg. Al vallen de dikke snorren op de laatsten op, die lijken retro-hip.

Enkele tientallen meters verderop in Hal 2 is een kleine dubbelgevouwen vrouw uit haar kist genomen en op een sokkel geplaatst. Haar handen zijn gevouwen, alsof ze bidt. Met hulp van een airbrush (luchtblazer), een kwast en een lampje wordt ze zorgvuldig afgestoft. Na deze afstofbeurt, die doet denken aan een beautybehandeling, wordt de sculptuur van Sam Jinks uitvoerig bestudeerd. 'Hé wacht, hier zit een haartje van de kwast, kun je dat even wegblazen?', vraagt een restaurator. Elke vierkante centimeter moet nu gefotografeerd worden voor het conditierapport, een onmisbaar document bij zo'n reizende tentoonstelling. De staat waarin de kunstwerken uit hun kist komen moet exact bekend zijn, elke afwijking moet bij de bruikleengever worden gemeld.

Restauratoren verwijderen stof van Sam Jinks' sculptuur (Zonder titel, 2015).Beeld Anna van Leeuwen

Effectbejag

Jinks maakt zijn beelden van siliconen, in dit materiaal oogt de huid levensecht en geeft zelfs een beetje mee. Net als Mueck deed Jinks ervaring op in de filmindustrie, waar hij modellen maakte en was gespecialiseerd in special effects.

In feite is een hyperrealistisch kunstwerk ook zo'n special effect, een weldoordachte truc. Het genre valt effectbejag te verwijten, iets waarop in de hedendaagse kunst wordt neergekeken. Maar het effect mag er zijn, de huivering is echt, de aantrekkingskracht ook: op de sokkel ligt een mooie blote vrouw.

Een restaurator verwijdert stof van een deel van een installatie van de Deense kunstenaar Peter Land. Dit bovenlichaam is gemodelleerd naar de kunstenaar zelf.Beeld Anna van Leeuwen

Over die dubbelzinnigheid, het aantrekkelijke en afstotelijke van wat zo sterk op ons lijkt, bedacht de Japanse roboticaprofessor Masahiro Mori in 1970 een theorie. Volgens hem is er in onze omgang met dingen en poppen die op mensen lijken een 'griezelvallei'. Het woord 'vallei' verwijst hier naar een dal in een grafiek met op de x-as de mate van menselijkheid en op de y-as de mate van empathie die iets of iemand oproept. Zo'n grafiek laat zien dat hoe menselijker iets oogt, hoe liever we het vinden - tot iets bijna een écht mens is, dan vinden we het opeens afstotelijk. Daar zit het dal in de grafiek, de vallei waar we de levensechte robots vinden.

De aantrekkingskracht van hyperrealistische sculpturen schuilt volgens Mori's theorie dus hierin, dat we ze een kort moment voor echt aanzien. Curator Van Diggelen zegt dat ze liever geen hekjes plaatst, dan zou het museum die vervreemdende ervaring frustreren. In 2002 had Hanson een solotentoonstelling in de Kunsthal, toen was op de vloer met plakband de afstand gemarkeerd die bezoekers moesten bewaren. Zulke markeringen worden nu ook aangebracht.

Al tijdens de opbouw houdt een beveiliger alles in de gaten. 'We krijgen het straks zwaar', zegt ze. 'Mensen willen echt álles aanraken.'

Hyperrealisme Sculptuur

Kunsthal Rotterdam
10 maart t/m 01 juli

Hyperrealistische sculpturen hebben een voorloper in verf: het fotorealisme, een stroming in schilderkunst die eind jaren zestig in de Verenigde Staten ontstond. Die niet van foto's te onderscheiden schilderijen, waarin elk detail haarscherp is, kwamen voort uit de pop art. Het driedimensionale hyperrealisme zoals dat in de Kunsthal wordt tentoongesteld, ontstond ook in de Verenigde Staten. De stroming nam een vlucht toen de kunstwerken van de Amerikanen Duane Hanson, John De Andrea en George Segal (allen vertegenwoordigd in de Kunsthal) werden getoond op de Documenta in Kassel in 1972. Het publiek vond vooral de levensechte naakten van De Andrea schokkend.

Terwijl de technieken die de hyperrealisten gebruiken overeenkomen, lopen de ideeën achter de kunstwerken sterk uiteen. De Andrea was een haast klassieke beeldhouwer, die met nieuwe technieken een nog effectievere manier had gevonden om vrouwelijk naakt na te bootsen. Duane Hanson probeerde sociale kritiek te leveren door gemarginaliseerde figuren na te bootsen. Het werk van Ron Mueck kan heel persoonlijk zijn; hij maakte onder andere een levensechte (maar verkleinde) naaktsculptuur van zijn dode vader. En Patricia Piccinini confronteert de kijker met mutanten tussen mens en dier in angstaanjagende visuele sciencefiction.

Sommige sculpturen doen denken aan de wassenbeelden van Madame Tussauds. Maar de kunstenaars laten juist niet de helden van onze cultuur zien. Eerder draait het in de Kunsthal om voyeurisme (de tentoonstelling bevat ook veel naakt) en vervreemding.

Een bekende hyperrealistische sculptuur is de meer dan levensgrote Big Man (2000) van de Australiër Ron Mueck. Muck baseerde het beeld van de naakte, zwaarmoedige man mede op Albrecht Dürers gravure Melancolia I, uit 1541.Beeld afp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden