‘Sommige prijzen kunnen hoger, hoor’

Hoe kunnen kunstinstellingen zelf hun eigen inkomsten verhogen, was de vraag van het jaarlijkse Uitmarkt-debat...

Als de politiek nu eens alle concert-, toneel- en museumkaartjes in één klap met hetzelfde percentage in prijs zou verhogen, vroeg presentator Paul Witteman aan Frans de Nerée: hoeveel extra inkomsten zou dat de kunstinstellingen dan opleveren?

‘Viertiende procent’, antwoordde de financieel specialist van het CDA in de Tweede Kamer. Ongelovig gemompel in de zaal. ‘Neeneeneenee, sorry, wacht even!’, herstelde De Nerée zich snel. ‘Even kijken . . . een beperkte prijsverhoging leidt tot 5 procent meer opbrengsten.’

Twee dingen werden duidelijk tijdens een debat onder Wittemans leiding over hoe gesubsidieerde kunstinstellingen hun eigen inkomsten kunnen verhogen, zondag in Paradiso in het kader van de Uitmarkt. Eén: de verschillen van mening over dit onderwerp houden zich niet aan de traditionele links-rechtsscheidslijnen in de politiek. Atzo Nicolaï, kamerlid en cultuurspecialist van de liberale VVD, toonde zich een overtuigd pleitbezorger van de kunstsubsidies. Terwijl PvdA-man John Leerdam vond: ‘Sommige kunstprijzen kunnen heel goed omhoog, hoor.’

Twee: de feitelijke onderbouwing van de opinies over private kunstfinanciering staat nog in de kinderschoenen. Zo rekenden de politici zich rijk aan de extra opbrengsten zonder rekening te houden met de aanzienlijke extra kosten waarmee zulke fondsenwerving de kunstinstellingen opzadelt. En zo moest Wolter Lommerde, specialist in het aan de man brengen van de kunsten, alle aanwezigen eraan herinneren dat kunstmarketing heel wat meer inhoudt dan spotjes en brochures: ‘Eerst moet je bepalen wat voor soort voorstellingen je wilt maken, daarna welk publiek je wilt bereiken. Pas dan komt de reclame.’

Aanleiding tot het Paradiso-debat was het voornemen van minister van Cultuur Ronald Plasterk om tien miljoen euro per jaar te bezuinigen op de rijkskunstsubsidies door de kunstinstellingen dat bedrag zelf te laten bijverdienen. Een nieuwe commissie onder leiding van Martijn Sanders, oud-directeur van het Concertgebouw, zal binnenkort ideeën aandragen. Kunsten ’92, de lobbyclub die het debat organiseerde, had het adviesbureau Berenschot maar weer eens een rapport laten schrijven. Auteur Bart Drenth onderzocht daarin de mogelijke effecten van vijf instrumenten ter verhoging van de eigen inkomsten van gesubsidieerde kunstinstellingen: prijsbeleid, marketing, de Publieke Omroep, sponsoring en mecenaat, en nieuwe beleidsprogramma’s zoals voor ‘prachtwijken’. Drenth schat de extra opbrengsten in totaal op 17,7 tot 69 miljoen euro. Maar, zo voegde hij toe: ‘Daartegenover staat een extra investering van 29,6 miljoen.’

Per saldo is de meeropbrengst dus min 13 tot plus 30 miljoen: werk aan de winkel voor de commissie-Sanders. CDA-man De Nerée drukte de kunstinstellingen op het hart: ‘Of je nou meer of minder subsidie krijgt: ga op zoek naar hogere eigen inkomsten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden