Somber Salzburg juicht bij Palestijnse versie van Mozart

Een stoet natte paraplu's en regenjassen trekt door de straten van Salzburg. De jaarlijkse Festspiele zijn zaterdag aan hun tweede week begonnen, maar in de oude binnenstad laat het festivalgevoel nog op zich wachten....

Van onze verslaggever

Erik van den Berg

SALZBURG

Wie een blik werpt op de langgerekte gevel van het Festspielhaus, wordt aangegrijnsd door de tronie van Magere Hein, een niet te missen memento mori van Jeroen Bosch. Daarnaast hangt metershoog het portret van de bejaarde avant-gardist Geörgy Ligeti, wiens melancholieke kop de voorbijganger ook niet meteen in jubelstemming brengt.

Gerard Mortier, de artistiek leider van deze 77ste Salzburger Festspiele, zet zijn handtekening. Als verweer tegen het ook in de klassieke muziek oprukkende materialisme wil hij een festival waar de Nachdenklichkeit regeert.

In de stad waar het sprookje van Wolfgang Amadeus elke dag opnieuw voor busladingen toeristen in het Mozart Geburtshaus wordt opgevoerd, durft Mortier zich hardop af te vragen, of de kunst nog wel iets te melden heeft. 'Zijn kunstenaars van nu soms vertellers van oude verhalen, die niemand meer horen wil?', luidt zijn provocatie in de festivalbrochure.

Salzburg koestert zijn tradities - als het er al niet in stikt - en bij Mortiers aantreden in 1991 hebben pers en publiek de handschoen onmiddellijk opgenomen. In de krantenkolommen uitgevochten controversen horen evenzeer bij het festival als de extravagante avondtoiletten en champagne-ontvangsten, waarin nog de geest heerst van Mortiers voorganger Von Karajan.

Ondanks het gesomber lijken de kritieken Mortier dit jaar te sparen. Ze klinken hooguit zorgelijk, omdat de kaartverkoop tegenvalt. De organisatie geeft zichzelf de schuld: er zouden eenvoudigweg te veel grote producties tegelijk gebracht worden. Volgend jaar moeten de hoogtepunten beter worden gespreid; de ambtieuze uitbreiding van het festival met een week extra wordt dan ook weer teruggedraaid.

Zou Pelléas et Mélisande dan wél uitverkocht raken? Vormgeving en regie van dit lyrische drama van Debussy zijn in handen van Robert Wilson, niet bepaald de lieveling van Salzburg. Het dagblad Kurier, Mortiers trouwe vijand, vond de première afgelopen dinsdag desondanks 'bewonderenswaardig' en meende zelfs dat Wilson het berucht-wijde speelvlak van het Festspielhaus goed gebruikte, maar ja: hij is dan ook een Meister der grossen, etwas hohlen Räumen'.

Voor Mortier moet er persoonlijk meer op het spel hebben gestaan bij de nieuwe versie van Mozarts Die Entführung aus dem Serail onder dirigent Marc Minkowski, die zaterdag in een volgepakte Residenzhof in première ging. Uiteraard niet in een 'traditionele' lezing, maar in een opvatting waarmee Mortier de actualiteit van het klassieke repertoire wil onderzoeken. Voor deze sprookjesachtige oriëntaalse opera, over de edelman Belmonte die zijn geliefde Konstanze uit de harem van een Turkse pasja probeert te bevrijden, ging Mortier in zee met de Palestijnse regisseur François Abou Salem, een vrijwel onbekende naam in de operawereld.

Abou Salem blijkt gefascineerd door de botsing tussen oost en west in dit Singspiel. Van Mozarts haremwachten naar de PLO, bezette gebieden of moslimfundamentalisme; in zijn ogen is het geen al te grote stap. Enkele wijzigingen in de gesproken tussenteksten volstaan om het verhaal zijn actuele wending te geven. Verder laat hij de pasja, in het Arabisch gedichten voordragen en voegt hij als entr'acte een ensemble met Turkse instrumenten toe.

Genoeg voor een nieuw schandaal in de Mozartstad, zou je zeggen: maar zie, de première in de tot een grote bedoeïnentent omgetoverde Residenzhof werd ontvangen met uitbundig applaus en daverend voetgeroffel, dat de eenzame boe-roepers makkelijk overstemde.

Abou Salem zette weliswaar brutaal de schaar in het tekstboek (Konstanze, een mooie rol van de sopraan Christine Schäfer, blijkt nu niet ongevoelig voor de avances van de pasja , maar hij maakt er geen pamflet van. Hoewel nog tijdens de ouverture de eerste blauwhelm op het toneel verschijnt, en prikkeldraad en tv-camera's niet lang op zich laten wachten, doseert Abou Salem zijn vondsten en laat hij het betoverende, humoristische maar ook bedreigende van de opera onverlet tot hun recht komen.

Dat laatste geldt vooral voor de opzichter Osmin - een smakelijke, deels door Oliver Hardy geïnspireerde parade-rol van de bas Franz Hawlata, die een Rolex horloge draagt maar op beslissende momenten een gewelddadig fundamentalisme predikt: 'Erst geköpft, dann gehangen, dann gespiesst auf heisse Stangen', luidt zijn bulderende recept tegen 'westerse' zonden.

Als Osmin met een luide tik een Mozartkugel in de orkestbak laat rollen is dat aangenaam relativerend, maar in talrijke andere details laat Abou Salem zien dat hij weet wat hij doet. Zo haalt Konstanze's hulpje Blonde tijdens een duet met haar bezem uit naar een of ander ongedierte. Het terloopse gebaar roept een kleine keten van associaties op (schorpioenen, woestijnhitte), die de fantasie van het in de open lucht blauwbekkende publiek in het juiste spoor houdt.

De essentie van Abou Salems interpretatie schuilt in het slot. De pasja heeft redenen genoeg de ontvoeringspoging te wreken, maar toont zijn wijze humanisme door geen 'haat met haat' te vergelden. Mozart wordt hier noot voor noot en woord voor woord gehoorzaamd, maar het kost geen enkele moeite bij deze strekking beelden uit het journaal van acht uur voor je te zien.

Woensdag zal blijken of Salzburg ook zo van harte meegaat bij de première van Le Grand Macabre, een 'vrolijk requiem' van Ligeti, waar het komische wordt verplaatst naar een pikzwart Bosch- en Breughelland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden