Solomonica de Winter: 'Ik lees de boeken van mijn ouders niet'

Met het verschijnen van haar debuut deze week volgt 'Moon' het voorbeeld van haar ouders Leon de Winter en Jessica Durlacher. Hoewel? 'Ik lees hun boeken niet.'

null Beeld null

Tijdens het interview is er één moment waarop Solomonica de Winter haar serene houding laat varen. Dat gebeurt als ze hoort wat schrijver Jamal Ouariachi eerder dit jaar op zijn Facebook-pagina over haar schreef: 'Eerst maar eens het slechte nieuws: de dochter van Leon de Winter en Jessica Durlacher komt binnenkort met een debuutroman. Ja, echt. We leven in moeilijke tijden, lieve mensen.' De dochter in kwestie begint luid te schateren. 'Grappig', zegt ze.

Nou, gelukkig kun je erom lachen.

'Die man denkt waarschijnlijk dat ik een half verhaal heb geschreven en mijn ouders de rest. Maar zo zit het echt niet in elkaar. Als hij mijn boek leest, gaat hij er volgens mij anders over denken.'

Schrijver Kluun reageerde door te zeggen: 'Dit slaat als kut op Dirk.'

Ze is even stil. 'Ik weet niet wat dat betekent, maar het klinkt niet echt goed.'

Het betekent dat het nergens op slaat, wat Jamal Ouariachi zegt, Kluun neemt het dus voor jou op. Kluun zegt: 'Is het een idee om de roman eerst te lezen alvorens af te maken?'

'Dat is beter.'

Hoe vind je het dat je ouders er steeds bij gehaald worden als het over jou gaat?

'Ik snap het, maar ik ga natuurlijk hard aan het werk om te laten zien dat ik zelf schrijver ben en dat mijn ouders daar niet bij horen. Dat ik van mezelf ben.'

Voorlopig is het even niet anders: Solomonica de Winter is 'de dochter van'. Met zijn drieën zitten ze te wachten rondom de keukentafel in hun huis in Bloemendaal: de schrijvers Leon de Winter en Jessica Durlacher, en hun 17-jarige dochter Solomonica, die deze week debuteerde met de roman Achter de regenboog. De ouders geven een hand en trekken zich terug, waarna Solomonica voorgaat naar de serre, die baadt in een uitbundig herfstlicht. Ze gaat zitten achter een grote tafel: tenger, in zwartgrijze kleren die afsteken bij haar witte gezicht.

Haar boek is geschreven in het Engels, de taal die haar het meest na staat doordat ze met tussenpozen in de Verenigde Staten heeft gewoond, in Santa Monica, Berkeley en Los Angeles. In september verscheen het in het Duits als Die Geschichte von Blue, naar eigen zeggen omdat ze een 'neutrale blik' wilde. 'Die krijg ik niet in Nederland', zegt ze. Nu beweegt ze zich op de Nederlandse lezersmarkt, wat de belangstelling heeft gewekt van Nederlandse journalisten die ze thuis op één dag ontvangt.

Solomonica, 'Moon' in het dagelijks leven, zit midden in een toetsweek. Ze is bezig met het laatste jaar van de internationale school in Amsterdam-Zuid, dus ze kan niet te veel tijd missen. Maar ze wil ook aandacht voor haar boek, dus heeft ze voor het middaguur al haar eerste interview achter de rug, dat wil zeggen: het allereerste van haar leven. Dit wordt haar tweede. Ze praat kalm en zacht en houdt de meeste antwoorden kort.

null Beeld null

Normaal gesproken komen hier journalisten voor je ouders, hoe vind je het dat ze nu voor jou komen?

'Vrij onwerkelijk. Maar ik hou me over het algemeen niet bezig met wat mijn ouders doen hoor. Ik lees hun boeken niet.'

Echt niet?

'Nee.'

Is dat bewust?

'Bewust maar ook wel onbewust. Het is hun werk en daar hou ik me niet mee bezig. Ik hou me bezig met mijn eigen werk.'

Je hebt al een vermelding op Wikipedia, zag ik, zowel in het Nederlands als in het Engels. Achter jouw naam staat: schrijver. Dat is wat je je voelt, schrijver?

'Volgens mij heeft iemand van de uitgeverij dat geschreven. Maar het is iets wat ik me al jaren voel. Schrijven is vanzelfsprekend voor me. Ik begon al te schrijven toen ik 8 was en schrijver is wat ik de rest van mijn leven wil zijn.'

Zoute tranen

Ik heet Blue. Niet het blauw van een rokje of een turquoise edelsteen,
niet bosbessenblauw of blauw als blauwe nagellak. Maar Blue als zoute tranen, blauw als een klein ijsvogeltje. Blue als de wind, de zee, de regenboog. Het donkerblauw van naderende bewolking onder roffelende donder. Naar dat blauw ben ik vernoemd. Dat is de Blue die ik ben.

Eerste alinea van Achter de regenboog

Je schrijft al sinds je achtste? Kwam dat door het voorbeeld van je ouders?

'Zoals ik al zei: ik heb me nooit echt beziggehouden met het werk van mijn ouders. Het kwam uit mezelf. Toen ik 8 was, woonden we zes maanden in Berkeley, in een heel groot huis naast een bos. We zagen wilde kalkoenen, wilde herten en 's nachts hoorde je soms coyotes huilen. Dat gevoel van de wilde natuur vond ik zo geweldig, en ik was geobsedeerd door wolven, dus het eerste verhaal dat ik schreef, ging over een meisje dat opgroeit met wolven.'

En hoe kwam je op het idee voor Achter de regenboog, over een pubermeisje vol moorddadige gedachten en een moeder die aan de coke is?

'Ik heb me altijd geïnteresseerd voor duistere, verdrietige verhalen. De eerste verhalen die ik zelf schreef waren al niet vrolijk.'

Hoe kan dat?

'Dat weet ik niet. De grote thema's van haat, jaloezie en verdriet heb ik altijd mooi gevonden, de grote tragedies. Ze zijn universeel, iedereen kan erin meevoelen. Laatst moesten we op school Macbeth lezen, dat vond ik ongelooflijk.'

Je kunt ook met de liefde bezig zijn, dat is ook een groot thema. Maar dat spreekt je minder aan?

'In mijn boek speelt liefde wel een rol, maar ik wilde niet zo'n verhaal van: kwetsbaar meisje wordt gered door een jongen. Ik wilde juist laten zien: liefde kan mooi zijn, maar dat is niet altijd zo, je wordt niet altijd gered door de liefde. Ik wil meisjes het idee geven: je moet jezelf redden. Daar gaat het over.'

In de Frankfurter Allgemeine schreef een 16-jarige recensente dat ze je boek 'unglaublich cool' vond. Ik denk dat het voor iemand van die leeftijd herkenbaar is, er zitten veel boze pubergedachten in.

'Toen ik aan het boek begon, was ik zelf ook heel boos. Van mijn elfde tot mijn veertiende woonden we in LA en ik ben begonnen met schrijven toen we net terug waren in Nederland. Ik wilde hier niet zijn. Ik had daar een heel leven opgebouwd, ik was daar iemand. Ik wilde niet weer overnieuw beginnen. Die boosheid heb ik in dit boek verwerkt, maar het meeste heb ik natuurlijk verzonnen.'

Je zegt dat je de boeken van je ouders niet leest, lees je wel de interviews met hen?

'Nee.'

Weet je wat je ouders in NRC Handelsblad hebben gezegd over de reden waarom ze uit de Verenigde Staten zijn teruggekeerd? Ze hebben het gedaan voor jou en je broer.

'Er waren meerdere redenen. Amerika is duur en we hadden ook nog dit huis, in Bloemendaal, dat konden we niet langer volhouden. En LA is een bizarre, onwerkelijke stad waarin ik mezelf een beetje had verloren. Ik was heel boos.'

Je was al boos in LA?

'Ja. Ik spijbelde, had slechte vrienden, blablabla. Dus dat was ook een reden voor mijn ouders om terug te gaan.'

Je moeder zei dat jij te Amerikaans was geworden en van hen wegdreef. Dat was dus zo?

'Ja, maar niet extreem. Ik was niet een of andere crazy girl. Het was meer dat... In Amerika was ik eerst boos omdat ik Nederland zo miste. En het laatste jaar in Amerika wilde ik juist blijven, maar toen gingen we weer terug naar Nederland.'

Wat was er te Amerikaans aan jou geworden?

'Het is moeilijk te omschrijven, maar mensen in LA vinden het heel belangrijk hoe ze gezien worden, wat hun reputatie is. Kinderen houden zich altijd bezig met hoe ze er cool uitzien, hoe ze cool zijn of cool doen.'

Wanneer ben je cool?

'Outspoken zijn, een grote mond hebben, feesten, een puber zijn, zeg maar. Al die kinderen willen zo snel mogelijk opgroeien, dat is vrij ongezond. Het is voor jongeren daar strikt verboden om te roken en te drinken, en omdat het zo'n taboe is, doet iedereen het stiekem.'

Dus jouw leven bestond uit: roken, drinken, seks, alles.

'Nou, dat viel reuze mee. En ik ben nu een compleet ander persoon. Ik vind het wel fijn dat ik die rebelse fase heb gehad toen ik jonger was. Ik heb heel snel heel veel geleerd.'

Je ouders zijn volgens mij trots op wat je hebt geschreven. Je vader zei in 2012 dat hij twee keer met jou naar je boek heeft gekeken en die momenten hoorden tot de mooiste van zijn leven.

'Ik heb zes versies of zo geschreven en mijn vader ging na elke versie zitten en stelde mij vragen, zoals Socrates deed met zijn leerlingen. Door te vragen leerde hij mij dingen, daagde hij mij uit.'

Je vader heeft je meer begeleid dan je moeder?

'Ja, maar hij stelde vragen, het was geen begeleiding. Mijn ouders hebben mij nooit advies gegeven. Het kwam allemaal uit mijzelf.'

De Frankfurter Allgemeine suggereerde ook dat je wel vakkundig advies van je familie zult hebben gehad. Het is toch niet zo gek dat mensen dat denken?

'Het had zo kunnen zijn, als ik advies nodig had gehad. Maar ik wilde niet dat mijn ouders zich ermee bemoeiden. Het schrijven is iets van mijzelf.'

Je zit in Zürich wel bij dezelfde uitgeverij als je ouders, Diogenes. Ik neem aan dat dat komt door hun bemoeienis.

'Ja, maar wat heeft de baas van Diogenes gedaan? Hij heeft het boek opgestuurd naar vier adviseurs zonder mijn naam en leeftijd erbij te zetten. Na een week kreeg hij alleen maar positieve en enthousiaste reacties. Daarna besloot hij het uit te geven.'

Nu Nederland aan de beurt is, heeft het ook een voordeel dat je 'de dochter van' bent, toch? Je boek krijgt hier hoe dan ook belangstelling.

'Dat klopt, ik zie het voordeel wel. Maar ook als mijn ouders geen schrijver waren geweest, zou ik schrijven.'

Ben je intussen weer geworteld in Nederland?

'Een beetje, maar na de middelbare school wil ik zo snel mogelijk weg. Ik wil in een warm land zitten waar de zon het hele jaar schijnt. Ik wil óf naar Amerika, maar dat is duur en ver weg van mijn familie, óf naar Israël.'

Heb je iets met Israël vanwege je Joodse achtergrond?

'Natuurlijk vanwege mijn Joodse achtergrond, maar ik vind het ook zo'n mooi land. Iedereen heeft ideeën over Israël en de intenties van Israël. Het is zo bizar. Als je er zelf komt en meemaakt hoe vriendelijk en warm de mensen er zijn, dan weet je meteen hoe fout iedereen zit.'

Je voelt je in Nederland dus niet honderd procent thuis.

'Het is een hartstikke fijn land, maar klein. Het is een kabouterlandje en een kikkerlandje. Daar wil ik uit. De cultuur is hier niet zoals in Israël. Het is in Nederland gezellig, maar uiteindelijk ook best koud, in emotioneel opzicht, bedoel ik. Ik heb me nooit echt verbonden gevoeld met dit land.'

Dat komt door al die verhuizingen in je jeugd?

'Ja, maar wat ook meespeelt: als je uit een Joodse familie komt, voel je je nooit echt verbonden met een land als Nederland. Zo'n land heeft een hele andere geschiedenis dan die van Joodse families.'

Jij hoort meer bij de Joodse geschiedenis dan bij de Nederlandse?

'Jazeker. Joden zijn één grote familie en dat voel ik in Israël.'

Heb je wél de boeken gelezen van je grootvader, Gerhard Durlacher?

'Ja, ik heb een van zijn boeken gelezen, waarin hij beschreef hoe de oorlog voor hem als jongen was. Ik vond het heel mooi en ontroerend.'

Heeft jouw voorkeur voor zwaarmoedige thema's hier ook mee te maken? Er is veel verdrietigs gebeurd in jouw familie.

'Het verdriet van mijn familie heb ik niet in mijn boek verwerkt. Ik vind het gewoon fijn me in te leven in het verdriet van iemand anders, in iemands hoofd te kruipen die dat gevoel heeft. Dat vind ik fijner dan dingen van mijn eigen leven in een boek stoppen.'

Maar je bent wel bezig met de Joodse geschiedenis.

'Ja, ik wil ook graag Hebreeuws leren. En ik wil, als ik later een gezin heb, met zijn allen naar de synagoge. Dat wil ik heel graag.'

Gaan jullie er nu weleens naartoe?

'Nee, nauwelijks. Ik zou het meer willen. Ik vind het een mooi gegeven dat je daar samenkomt op vrijdag of zaterdag. Maar wij zijn thuis niet echt religieus.'

Ben je al bezig met een volgend boek?

'Ja, maar het gaat nog langzaam.'

Is het weer zwaarmoedig?

'Het gaat over haat, wraak, die dingen ja.'

Je bent een compleet ander persoon geworden, zei je net. Vertel eens?

'Ik ga niet uit. Ik hou niet van feestjes en clubs vind ik donker en zweterig, iedereen staat op een kluitje, daar is helemaal niks aan.' Ze glimlacht: 'Ik ben een beetje een kluizenaar.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden