Sollicitant, controleer je sporen op sociale media

Werkgevers mogen niet zomaar het socialemediagedrag van sollicitanten checken. Wat mogen ze wel?

Beeld anp

Hij noemt het zelf een guerrilla-actie op Facebook en Twitter. Marketing-adviseur Stef (54) was drie jaar geleden kwaad dat de douches op zijn sportschool al weken kapot waren. Hij kreeg geen gehoor als hij erover klaagde, dus dacht hij: 'Ik ga die lui te kijk zetten'. De sportschool reageerde fel en de ruzie escaleerde op de sociale media.

Stef was het incident allang vergeten, toen hij een paar maanden geleden zijn baan verloor tijdens een reorganisatie. Een loopbaanadviseur maakte hem erop attent dat de kapotte douches snel opdoken als ze Stef (zijn achternaam is bekend bij de redactie) googelde.

'Ik schrok ervan, want mijn woede-uitbarsting was geen reclame voor me. Als ik werkgever was, zou ik mezelf niet uitnodigen voor een sollicitatiegesprek. Zo iemand kent de voorgeschiedenis niet, dus zal hij denken dat ik een kort lontje heb.' Stef haalde de ruzie met zijn sportschool meteen van Twitter en Facebook. Hij verwijderde ook een paar foto's die hij iets te privé vond.

Europees rapport

Voor deze marketing-adviseur is de pas verschenen richtlijn van Europese privacy-toezichthouders niet meer nodig. In het rapport 'Dataprocessing at Work' besteden zij ook aandacht aan de rechten van sollicitanten. Werkgevers mogen niet zomaar hun socialemediagedrag checken volgens de werkgroep, waarvan de Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens deel uitmaakt. Ook al is iemands profiel openbaar, het is niet altijd toegestaan de gegevens 'voor eigen doeleinden' in te zetten.

De informatie moet volgens de gezaghebbende privacywaakhonden noodzakelijk en relevant zijn voor de uitoefening van de baan. Bovendien moet de werkgever openbaar maken dat hij de sociale media van sollicitanten controleert, bijvoorbeeld in de vacaturetekst of op de website. Als hij 'vrienden' wil worden om profielen te kunnen bekijken, noemt de werkgroep toestemming niet rechtsgeldig: de sollicitant heeft nu eenmaal een afhankelijkheidsrelatie met de werkgever.

De richtlijnen zijn omfloerst en ingewikkeld geformuleerd, op pagina 11 van het rapport. De Britse Financial Times was de eerste die er half juli nieuws in zag. Sindsdien buitelen de interpretaties en vragen over elkaar heen op de sociale media. Valt LinkedIn - juist bedoeld om de aandacht van werkgevers te trekken - ook onder deze richtlijnen? En hoe denken de Europese waakhonden de toepassing te kunnen controleren? Een sollicitant die zonder opgaaf van redenen is afgewezen, heeft toch geen voet om op te staan?

Grote pupillen

Topdrukte bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Terwijl de telefoons blijven rinkelen, legt een woordvoerder uit dat een werkgever best mag kijken op LinkedIn en andere sociale media. 'Als hij maar zorgvuldig en transparant met de informatie omgaat. Stel dat een sollicitant feestend met grote pupillen op Facebook staat. Wij zeggen dan: laat die foto niet meespelen in de beslissing of je hem uitnodigt voor een gesprek. Vraag de sollicitant er liever naar.'

Vooruitlopend op nieuwe privacywetgeving in mei 2018 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens al eerder een lijst met vergelijkbare do's en don'ts op de website staan. De woordvoerder: 'Of anderen het betuttelend noemen of niet, het gaat ons erom dat werkgevers sollicitanten niet grootschalig volgen in hun privéleven.'

Het Europese rapport maakt een uitzondering voor banen waar sociale media een rol spelen. 'Bijvoorbeeld in de woordvoering, pr of bij onlinefuncties', zegt de woordvoerder. 'Het is ook logisch dat je het twittergedrag van mensen met een publieke functie checkt. Maar wat een stratenmaker in zijn vrije tijd doet, is vaak minder relevant.'

Als de Autoriteit Persoonsgegevens aanwijzingen krijgt dat een werkgever de wet overtreedt, kan zij sancties uitdelen. Deze kunnen onder de nieuwe wetgeving oplopen tot wel 20 miljoen euro of 4 procent van de jaaromzet. De Nationale ombudsman zou ook corrigerend kunnen optreden.

Beeld Claudie de Cleen

Wetgevertje spelen

Gerrit-Jan Zwenne, hoogleraar recht en de informatiemaatschappij in Leiden en advocaat in Amsterdam, juicht de aandacht voor het onderwerp toe. Al vindt hij dat de Europese toezichthouders veel verwarring veroorzaken. 'Ze spelen wetgevertje, maar als je belt, zeggen ze dat een werkgever best mag kijken naar LinkedIn. Dat vind ik ongelukkig. Een toezichthouder moet geen rechtsonzekerheid creëren.'

Volgens Zwenne hebben sollicitanten een eigen verantwoordelijkheid. 'Ze zijn geen slachtoffer, maar hebben iets te verkopen, namelijk zichzelf. Op hun socialemediagebruik hebben ze zelf controle. Ze kunnen informatie verwijderen of desnoods een beroep doen op het vergeetrecht. Ik raad sollicitanten aan een Google Alert aan te maken op hun naam. Niet uit ijdelheid, maar om te controleren wat er over hen te vinden is.'

De hoogleraar onderschrijft het advies opvallend gedrag op sociale media te bespreken met de sollicitant. 'Maar dat kan alleen als iemand ook op gesprek mag komen.' Hij raadt werkgevers aan niet te snel te oordelen. 'Je doet jezelf tekort als je iemand niet uitnodigt omdat hij als student een feestbeest was.'

Kafkaëske situaties

Zwenne hoorde vorig jaar bij een congres dat er een nieuwe trend op komst is: bedrijven ontwikkelen technieken om het socialemediagebruik van sollicitanten te analyseren. Volgens hem kan dat leiden tot kafkaëske situaties. Michel Rijnders, expert op het gebied van online recruitment en privacy, is daar ook bang voor. Hij kent al zoekmachines die persoonlijke informatie kunnen screenen. 'Zij maken dan een profiel van jou op basis van je LinkedIn, Twitter, Facebook en GitHub. Voorbeelden zijn TalentBin en Talentwunder.'

Bemiddelingsbureaus en werkgevers kunnen zo ook mensen benaderen die niet op zoek zijn naar een baan. Volgens Michel Rijnders komen persoonsgegevens vaak zonder toestemming in de systemen terecht. 'Een schending van de privacy.' Hij heeft zijn hoop gevestigd op strengere wetgeving in Europa.

Marketing-adviseur Stef heeft een nieuwe baan, maar hij blijft waakzaam. 'Ik waarschuw vrienden en collega's nu dat ze moeten opletten wat ze tweeten.'

Missers op sociale media

Van alle Amerikaanse werkgevers checkt 70 procent de sociale media van sollicitanten. Wanneer sturen ze een afwijzing?
1. Ongepaste foto's, video's, teksten (39 procent)
2. Informatie over drank- of drugsgebruik (38 procent)
3. Discriminerende frases over kleur, sekse, religie (32 procent)

Bron: Onderzoek CareerBuilder, juni 2017

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden