'Soldaten begrijpen weinig van Afghanen'

Interview..

Den Haag Dat fotograaf Ad van Denderen ‘weinig met het leger’ had, kwam door een legertruck. Hij was 14 toen een militaire vrachtwagen hem met fiets en al omver reed. Maanden in het ziekenhuis, opnieuw leren lopen. Dat ongeluk was later de reden voor zijn afkeuring voor de militaire dienst. Zo komt het dat Van Denderen (66 inmiddels) pas het afgelopen jaar het soldatenleven van nabij heeft leren kennen.

Dat was voor de jaarlijkse foto-opdracht Document Nederland van het Rijksmuseum en NRC Handelsblad. Vandaag gaat gaat de tentoonstelling Vechters en Vredestichters open in het Fotomuseum Den Haag. Het fotoboek heeft als titel Occupation soldier.

De opdrachttitel sprak Van Denderen niet aan, die riekte toch naar de heroïek van het leger. ‘In Occupation zitten die twee betekenissen: van beroep en van bezetting.’ In één woord de ambivalentie waarin de Nederlandse soldaten verkeren, volgens Van Denderen. De eerste week liet hij zich nog onbevangen op sleeptouw nemen door het leger. Meteen mee naar een oefening vol spektakel. ‘Met grote helikopters die jeeps door de lucht vervoerden.’

Zo moest het niet, begreep hij meteen. Hij wilde niet worden meegesleept in het stoere verhaal uit de reclamefilmpjes van het leger. Hij moest zich inperken: geen marine, geen luchtmacht, alleen de infanterie, de soldaten die als vredeshandhavers naar Uruzgan gaan. Van Denderen ging op zoek naar de soldaten zelf en begon bij hun aanmelding.

Hij kende die jongens. Niet persoonlijk, maar wel het soort jongens. ‘Ik had eerder veel gefotografeerd op vmbo’s. De meeste rekruten komen van die scholen. En dan vooral in de provincie. De zoon van de groenteboer uit het dorp.’ In de klas waren die jongens tamelijk onhandelbaar – docenten vertelden Van Denderen dat ze blij waren met elke paar minuten die ze boven de herrie uitkwamen. Nu stonden de jongens in de rij voor een sergeant. Spijkerbroeken uit, uniformen aan. Ze gehoorzaamden. ‘Ik zag ze in een uur veranderen, het was verbijsterend.’

Wat kon Van Denderen in een jaar wat nieuwsfotografen niet kunnen? ‘Meer laten zien.’ Hij fotografeerde over de schouder mee van de legerfotograaf die de jongens met hun legernummer vastlegde. ‘Alleen laat ik ook zien dat een jongen onder zijn legerhemd nog gewoon een spijkerbroek met witte riem draagt.’ De gedaanteverwisseling in beeld.

Hij fotografeerde bij omroep MAX, waar familie en geliefden kerstboodschappen in de camera mogen inspreken voor de jongens en meisjes in Kamp Holland. Sommigen hebben kerstmutsjes op. De herhaling van foto’s van lacherige en verdrietige mensen in een paars decor maakt het kijken almaar wranger.

Hij bracht een kort bezoek aan de mariniers op vredesmissie in Tsjaad en was twee weken logé in Kamp Holland. Hij werd vooral bevestigd in zijn oordeel dat die missies in de kern zinloos zijn. ‘Zo’n missie heeft alleen zin als de vredesmacht twintig of dertig jaar blijft’, zegt hij.

Dat geldt zeker voor Afghanistan, met al twintig jaar strijd tussen legers en krijgsheren. ‘Ik kom al heel lang in Afghanistan. Al in de tijd van de koning. Toen al was het land onregeerbaar. Er was een Grondwet, maar die was effectief tot de buitenwijken van de hoofdstad Kabul. Ik geloof niet dat de soldaten veel van die cultuur begrijpen.’

De oude rot Van Denderen moet hoofdschuddend hebben toegekeken toen hij foto’s nam van de voorbereiding van de dorpsjongens en -meisjes op de confrontatie met de islamitische Afghaanse cultuur. Hij fotografeerde ze in de moskee van Harderwijk: verspreid op de kale tegelvloer zitten ze te luisteren naar een islamdeskundige.

Hij fotografeerde ze ook tijdens een les ‘hoe omhels ik een Afghaan’, gegeven door twee Afghanen in Nederland. Onwennig ziet het eruit. En hoe groot is het contrast met de foto’s van Nederlandse soldaten die Afghanen fouilleren in hun land. De vernedering van opengemaakte tassen en leeggehaalde zakken.

Van Denderen: ‘Ze komen in die dorpen in hun militaire pakken en met hun moderne geweren en denken dat ze op vriendschappelijke voet kunnen komen met de bevolking. Maar die weet dat ’s avonds de Taliban weer komen.’ Ze glimlachen vriendelijk en laten de Nederlanders in de waan, denkt hij.

Tijdens zijn verblijf trof een raket Kamp Holland en sneuvelde de soldaat Azdin Chadli. Van Denderen maakte een foto van het condoleanceregister in het kamp, met erboven een kruisbeeld. ‘Een pijnlijke vergissing, Chadli was moslim.’

Zijn beeld van de krijgsmacht is niet wezenlijk veranderd, wel heeft hij ‘warme gevoelens’ opgevat voor de jongens die het leger ingaan. Hij is onder de indruk van de diepe band tussen hen. Geen van de familieleden en vrienden van de omgekomen militairen noemt Uruzgan zinloos – dat zou ook een onverdraaglijk idee zijn, een zinloze dood. Van Denderen bezocht een paar families en fotografeerde hun persoonlijke ‘altaartjes’. Hij luisterde uren naar ze.

Het heeft iets bizars: vmbo-leerlingen die vrede gaan brengen in een ver en onbegrepen land. Die politiemensen in Afghanistan moeten opleiden. Van Denderen fotografeerde Afghaanse politierekruten die een Hollandse touwladderstelling beklimmen, in lange gewaden. ‘Dat wordt nooit wat.’ Hij maakte portretten van Afghaanse politiemannen in opleiding. Ze wekken weinig vertrouwen. Op een foto staat een knul die zo maar de zoon kan zijn van een Afghaanse dorpsgroenteboer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden