Sofia Gubaidulina

Interview Sofia Goebaidoelina

Sofia Goebaidoelina gelooft nog steeds in de ‘verkeerde’ weg

Sofia Gubaidulina Beeld David Carreno Hansen

De Sovjetcomponistenbond sprak in de jaren zeventig een banvloek uit over de ‘waanzinnige’ muziek van Sofia Goebaidoelina. Maar de componist ging natuurlijk stug door, en brengt nu, op haar 86ste, een nieuw stuk.

De ogen. Praat met Sofia Goebaidoelina, ’s werelds vermaardste vrouwelijke componist, en haar 86-jarige ogen zuigen aandacht. Vermoeide ogen zijn het, wanneer de Russin spreekt over het harde werk dat componeren heet. Wetende ogen, als ze vertelt over religie en mystiek. En twinkelogen, als ze verklapt aan wie ze haar nieuwste stuk opdraagt.

Über Liebe und Hass heet het, over liefde en haat. Op 15 september, de slotavond van het Gergiev Festival, speelt het Rotterdams Philharmonisch Orkest de wereldpremière. Dat wil zeggen, van de definitieve, naar 75 minuten opgerekte versie van een gelijknamig oratorium uit 2016 voor symfonieorkest, vier zangsolisten en twee koren.

Maar die opdracht dus. Sofia Goebaidoelina lacht als een kind dat op iets stouts wordt betrapt. ‘Misschien is het brutaal, maar ik beschouw het stuk als mijn geschenk aan God.’

Een kwartier eerder is ze een hotel in Hannover binnengeschuifeld, steunend op de arm van haar uitgever. De volgende ochtend zal ze, met de partituur op schoot, kritisch luisteren naar repetities van de NDR Radiophilharmonie, het orkest dat haar Tripelkonzert uit 2017 klaarstoomt voor de Duitse première. Maar eerst laat Frau Komponistin zich voorzichtig op een stoel zakken. Interviews geeft ze op haar leeftijd nog zelden, de Hollandse krant mag in z’n handjes knijpen.

De uitgever, Herr Duffek, heeft haar opgehaald in Appen, een gehucht in de buurt van Hamburg. Sinds 1992, na de implosie van de Sovjet-Unie, leeft Goebaidoelina er als een kluizenares. Haar telefoon neemt ze nooit op, zegt Duffek.  ‘Als ik iets wil bespreken schrijf ik een brief. Waarna ze me belt als het haar uitkomt.’

Even recapituleren: een gelovige componist, die leeft in afzondering, die haar noten rechtstreeks naar de Schepper stuurt. Die muziek zal dan wel vroom en kwezelachtig klinken? Naar wierook, EO-landdag, meditatie desnoods?

Haha. Sofia Goebaidoelina componeert muziek die kan rochelen en grauwen. Geselende slagwerkpartijen heeft ze geschreven, helse zangmaten, flodderscheten voor accordeon. Naast, toegegeven, engelachtige cellomaten en koorgezoem naar Russisch-orthodox recept.

Toen documentairemaker Cherry Duyns en dirigent Reinbert de Leeuw in de jaren negentig doordrongen tot haar woning, troffen ze een vrouw die geobsedeerd is door de geheime wereld van geluid. Daar zat Goebaidoelina, met een glas in de hand, als een slidegitarist te roetsjen over de snaren van een Japanse koto. Daar stond ze, met een kiezelsteen, kras- en schraapgeluiden te maken op een brok graniet.

Als kind was ze al een doerak. In Tsjistopol, Tatarstan, kroop kleine Sofia het liefst in de piano. Leuk, die zwarte en witte toetsen, maar in het binnenste beleefde ze al plukkend en kloppend veel spannender avonturen.

Dmitri Sjostakovitsj moet haar eigenzinnigheid in 1959 hebben herkend. Bij hem, de grootste componist van de Sovjet-Unie, mocht Goebaidoelina haar eindexamensymfonie komen voorspelen. Op haar 27ste belde ze aan bij zijn appartement aan de Koetoesovski Prospekt in Moskou, nam plaats achter de piano en speelde. ‘Blijf trouw aan jezelf’, zei de man die in doodsangst had gezeten omdat dictator Stalin zijn ‘chaotische’ muziek niet lustte.

‘Ik zie ons nog staan’, zegt Goebaidoelina. ‘Sjostakovitsj vond dat ik vooral door moest gaan op mijn eigen, ‘verkeerde’ weg. Voor dat advies ben ik hem eeuwig dankbaar. In turbulente tijden hebben zijn woorden mij op de been gehouden.’

De verkeerde weg bewandelde een kunstenaar in het Sovjetparadijs al gauw. Muziek kon maar beter heldhaftig klinken, met een blije blik op de toekomst. Sofia Goebaidoelina, eigenwijs, koos het foute pad. Dat schampte langs verwerpelijke bourgeoiskunst uit het westen, zoals hyperintellectuele twaalftoonsmuziek en subversieve jazz. Haar geld verdiende ze met filmmuziek. De spitsvondige klanken die ze schreef bij de Russische tekenfilmversie van Jungle Book staan op YouTube.

Ze las verboden literatuur en kreeg akkefietjes met de KGB. De geheime dienst doorzocht haar appartement en intimideerde haar. In 1979 zette Tichon Chrennikov de zaken op scherp. De tirannieke voorzitter van de Sovjetcomponistenbond sprak een banvloek uit over Goebaidoelina’s muziek. Hij hoorde ‘een waanzinnige stroom van kabaal en gekrijs, vol gebrabbel’.

‘Ik had het een paar jaar moeilijk’, zegt Goebaidoelina. ‘Gelukkig waren er een paar moedige musici, zoals violist Gidon Kremer en cellist Mstislav Rostropovitsj, die mijn werk in het buitenland propageerden.’

Met succes. Terwijl de Sovjet-Unie onder partijleider Gorbatsjov gonsde van glasnost (openheid), wijdde het Holland Festival in 1989 een concertserie aan Russische componisten. In Amsterdam kreeg Sofia Goebaidoelina het laatste zetje naar wereldroem.

Al moest het in rap tempo ontkerstende Westen even wennen aan haar Russisch-orthodoxe geloof. Voor haar, zegt Goebaidoelina, was dat een ontsnappingsroute uit de wurggreep van het communisme. ‘In de jaren zestig ben ik me gaan verdiepen in ideeën over collectivisme en individualiteit, over de invloed van religie op de geest. Tegen mijn 40ste heb ik me laten dopen.’

Haar peettante heette Maria Joedina. Zij was de fameuze pianist die ooit uit bed zou zijn getrommeld om in allerijl Mozart op te nemen voor Stalin ((zij heeft de dictator daarbij géén hersenbloeding bezorgd, zoals te zien was in de film The Death of Stalin). In de aanloop naar de doop noteerde Joedina: ‘Bij Sofia Goebaidoelina betovert de buitengewone puurheid, het geloof in haar creatieve weg, in mensen, in de schoonheid en waarheid van de wereld.’

Haar geloof vond al vaak de weg naar muziek. De inspiratie voor Über Liebe und Hass, het nieuwe stuk, haalde Goebaidoelina uit een Gebed om vrede. Het wordt toegedicht aan de 13de eeuwse prediker Franciscus van Assisi. Ten onrechte, maar dat stoort de componist niet. ‘Toen ik het las, was ik meteen verliefd!’

De eerste strofe:

‘Heer, maak mij tot instrument van uw vrede:

laat mij liefde brengen waar haat is,

eenheid waar mensen verdeeld zijn,

vergiffenis aan mensen die zwak zijn.’

Half september, in Rotterdam, zal een bas de versregels reciteren. Onder zijn stem schuift een piano, er klinkt ritselend slagwerk, strijkers maken glijbeweginkjes over de snaren. Koorzangers prevelen de tekst, ‘als in gebed’.

Goebaidoelina plooit het 20-delige stuk rond drie allegorische figuren. Naast liefde en haat, de hartstochten uit de titel, duikt een figuur op die ze slechts bij benadering kan omschrijven. ‘Het is niet God en niet de ziel. Eerder iets bovenpersoonlijks, dat de tragiek van de mens doorgrondt.’

Uit bijbelteksten en poëzie smeedt ze een verhaal dat bij vlagen klinkt naar opera. Gods toorn, bijvoorbeeld, komt met zwiepende orkestklappen. Een lang uitgesponnen, sereen gebed tot de Heilige Geest vormt de catharsis.

Goebaidoelina steekt haar spiritualiteit met timmermansoog in elkaar. Virtuoos hanteert ze wiskundige principes als de Gulden Snede en de rij van Fibonacci. Het schema van het tijdsverloop in haar Johannes-Passion (2000) oogt als een kleurig schilderij van getallen en accolades.

Het cijferwerk geeft grip op het ongrijpbare. Dat is noodzakelijk, wanneer inspiratie je vanuit het niets kan overvallen, als klank die verschijnt in de vorm van ‘een kolossale geluidsverticaal’.  ‘Ik vertrouw hemelse verbeelding toe aan aards papier. Dat voelt vaak als een gang naar Golgotha. Maar het moet, opdat de materie tijdens een concert de sprong terug naar de geest kan maken. Muziek herstelt de mystieke band met God.’

Haar geloof wankelde niet toen in 2004 haar dochter Nadja overleed. ‘Lijden vormt nu eenmaal de essentie van het bestaan. Zelfs God lijdt. Al meteen bij de schepping heeft hij tweespalt gezaaid. Dat was noodzakelijk, want energie ontstaat alleen uit tegenpolen. Geen leven zonder plus en min, goed en slecht, liefde en haat.’

Zonder God, zegt ze, wordt alles zinloos. De ogen vonken. ‘Of er bestaat iets onstoffelijks, of ik stop met componeren.’

Sofia Goebaidoelina: Über Liebe und Hass. Solisten, Koor van het Mariinski Theater, Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valeri Gergjev. Rotterdam, de Doelen, 15/9, gergievfestival.nl.

Sofia Asgatovna Goebaidoelina (86)

- op 24 oktober 1931 geboren in Tsjistopol, Tatarstan; studeert piano en compositie in Kazan en Moskou

- 1959 speelt haar eindexamensymfonie voor aan Dmitri Sjostakovitsj

- 1970 laat zich dopen in de Russisch-orthodoxe kerk

- 1975 begint met Viktor Soeslin en Vjatsjeslav Artjomov het improfolktrio Astreja

- 1979 wordt door Sovjetcomponistentsaar Tichon Chrennikov in de ban gedaan

- 1984 reist voor het eerst naar het Westen

- 1992 strijkt neer in het Duitse gehucht Appen, bij Hamburg

- 2002 krijgt in Zweden de Polar Music Prize, samen met de Zuid-Afrikaanse protestzangeres Miriam Makeba

Het oeuvre van Sofia Goebaidoelina telt ruim honderd stukken, van korte pianowerken tot avondvullende composities voor koor en orkest.

Muzikale rekenarij

Muziek en wiskunde gaan al goed samen sinds de Grieken. Pythagoras muntte het idee van de Harmonie der Sferen: afhankelijk van hun snelheid en onderlinge afstand maken hemellichamen klank. Middeleeuwers bedreven wiskunde met intervallen, de afstand tussen twee tonen. En Johann Sebastian Bach ontpopte zich als een ware getallentovenaar. Sommige onderzoekers rekenen zelfs voor dat hij met een x-aantal noten zijn eigen sterfdatum heeft voorspeld. Voor de lay-out van een stuk gebruikt Sofia Goebaidoelina vaak de Gulden Snede (verdeel lijn a in de delen b en c, zorg dat de verhouding tussen b en c gelijk is aan de verhouding tussen a en de som van b en c). De rij van Fibonacci kent voor haar evenmin geheimen. Die begint met de cijfers 0 en 1, waarna elk nieuw getal de som is van de twee voorafgaande (0, 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34 ...).

Drie sterke Goebaidoelina’s

Sieben Worte (1982, voor cello, bajan en strijkers)

‘Mijn monstertje’, noemt Goebaidoelina de bajan, ofwel het Russische accordeon. Samen met een cello speelt het instrument de hoofdrol in Sieben Worte, een meesterwerk rond de laatste woorden die Jezus sprak aan het kruis. Goebaidoelina laat het monstertje grommen, janken en huilen.

Jetzt immer Schnee (1993, voor koor en kamerensemble)

Hoogtepunt in de samenwerking tussen het Nederlands Kamerkoor en het Schönberg Ensemble was de wereldpremière van Jetzt immer Schnee  in 1994. IJle koorstemmen zingen versregels van Gennadi Ajgi, alsof ze op de tast ronddwalen in een mystiek universum.

The Lyre of Orpheus (2006, voor viool, slagwerk en strijkers)

Klinkt als het getoonzette rouwproces na het overlijden van Goebaidoelina’s dochter Nadja. Het zijn schrijnende klanken rond een open zenuw, met knagende viool en metalige percussie. Rode ogen, bonkende koppijn, een knoop in de maag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.