Boekrecensie

Soepel en met zelfspot geschreven portret van een Indische familie

Hans Wansink
null Beeld Walburg Pers
Beeld Walburg Pers

Zijn grootouders waren allen ‘van gemengde bloede’. Hem werd vaak gevraagd wie van zijn voorouders Chinees was. Het was een slavin, die voor 12 dollar was verkocht aan een Hollandse kolonist, de stamvader van journalist Hans Moll (Batavia, 1948). Nijver genealogisch onderzoek leverde een ‘opperhoofd’ op in het Japanse Deshima: Jan Willem de Sturler – door koning Willem III in de adelstand verheven. Een nazaat van De Sturler kocht op Java het landgoed Tijomas (Goudrivier), aan de voet van de vulkaan Salak. Deze landjonker schoot met zijn mannen in 1886 ruim veertig opstandige inlanders dood.

‘Het moet gezegd’, schrijft Moll onderkoeld in Sluipschutters in de tuin, ‘dat ‘wij’ de inheemse bevolking niet altijd met liefde en égards hebben behandeld.’ De boodschap van zijn soepel en met (zelf)spot geschreven Indische familiegeschiedenis luidt dat je Indo-Europeanen, oftewel Indo’s, nooit moet verwarren met Indonesiërs. De ouders van Moll werkten voor het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger.

Net als de meeste ‘repatrianten’ integreerde de familie Moll probleemloos in het nieuwe vaderland – uiteraard wel met het in ere houden van de Indische keuken. Over hun ervaringen in de jappenkampen en de bersiaptijd, waarbij duizenden (Indische) Nederlanders door Indonesische pemoeda’s werden afgeslacht, spraken zijn ouders niet. Moll verbreekt met zijn familieportret hun stilzwijgen. Daarmee levert hij een markante bijdrage aan onze koloniale geschiedenis.

Hans Moll: Sluipschutters in de tuin – Een Indische geschiedenis. Walburg Pers; € 17,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden