Reportage

Socrate van Satie gehuld in een perzikhuidje

Het is bij voorbaat al een legendarisch duo. Met hun eerste cd vieren Barbara Hannigan en Reinbert de Leeuw de 150ste verjaardag van Erik Satie. Een feest.

Beeld Daniel Cohen

Liederen van Satie, opnamedag twee. Sopraan Barbara Hannigan zingt in. Door de studio van het Hilversumse Muziekcentrum van de Omroep klinkt 'ooooooh....' - een traag dalende gil.

Aan de piano wrijft Reinbert de Leeuw zijn handen warm, zijn blik dwaalt over een partituur. Socrate staat erboven als titel. Erik Satie (1866-1925) componeerde het stuk in 1918. De Fransman gebruikte prozateksten waarin Plato drie episoden beschrijft uit het leven van zijn filosofische leermeester Socrates.

Socrate is het pièce de résistance op de eerste cd van een duo dat bij voorbaat al legendarisch mag heten. Barbara Hannigan (1971) is de Canadese sopraan die de modernste prikkeldraadnoten kan hullen in een perzikhuidje. Reinbert de Leeuw (1938) is de pianist die, als het op Satie aankomt, al veertig jaar de status kent van cultheld.

De Leeuws rechterhand opent het slotdeel van Socrate. Vier keer klinkt een motief van vier kalm klimmende tonen. Half zingend, half sprekend valt Barbara Hannigan in: 'Depuis la condamnation de Socrate...' Met die woorden begint de lange tekst waarin Plato verhaalt over Socrates' veroordeling tot de gifbeker. Achttien minuten later observeert Hannigan de doodskou die zich uitstrekt over het filosofenlijf.

'Kan het nog milder?', vraagt De Leeuw. 'Zing bescheiden, intiem, niet dramatiseren.' Nadat Hannigan de laatste restjes ijdelheid van haar stem heeft gepoetst, hoort ze van achter de piano: 'Mooi, zo totáál zonder ego!'

Satie zelf zei over de noten van Socrate: 'Étrange, n'est-ce pas?' (vreemd, niet?). Zijn collega Igor Stravinsky dacht het zijne van het kuierritme waarin het lied zich ruim een halfuur afspeelt ('wie kan zo'n grote regelmaat verdragen?'). In 1920, bij de première van de georkestreerde versie, schoot het Parijse publiek in de lach. Men meende van doen te hebben met een grap.

Satie schreef Socrate in opdracht van de princesse de Polignac. Deze weldoenster, in Amerika geboren als Winnaretta Singer, was erfgename van het naaimachine-imperium. In haar Parijse salon gaven componisten als Debussy, Fauré en Ravel kamermuziekpremières. Op zijn beurt zoog Marcel Proust er indrukken op voor beschrijvingen van de Franse saloncultuur. Voor de presentatie van Socrate kroop Erik Satie er in 1918 achter de piano. De befaamde sopraan Jane Bathori moest de solostem zingen 'en lisant' - alsof ze voorlas. In een tijd dat Wagnergolven en Strauss-tsunami's over Europa rolden, hield Satie het graag eenvoudig en transparant. Het eten van 'blank voedsel', bekende hij, had hem bij het componeren van Socrate in de juiste stemming gebracht.

Gniffelend draait Reinbert de Leeuw in de Hilversumse omroepkantine een sjekkie. Hij citeert een zin uit Satie's toelichting bij het stuk: 'Zij die het niet begrijpen, verzoek ik een houding aan te nemen van totale onderwerping en minderwaardigheid.' Al in 1971 publiceerde De Leeuw een essay over de lastig te peilen componist. Niet dat het hem de sleutel tot diens oeuvre heeft opgeleverd. 'Bij Satie kom je er nooit helemaal achter wat hij bedoelt. Allemaal maskerade, altijd raadselachtig.'

Vier jaar later vulde De Leeuw zijn eerste Satie-elpee met de Gnossiennes en ander mystiek klavierwerk. De Gymnopédies volgden en verrassend genoeg drong de pianist met zijn trage, onthaaste Satie-trance door tot popzenders en hitlijsten.

Met de in 2008 overleden sopraan Marjanne Kweksilber nam De Leeuw destijds ook liederen op. Het kennersblad Luister hoorde een zangeres zonder pose, die zong 'met terzijdestelling van vocalistenmaniertjes en geheel in de ban van Satie's onwerkelijke kunst'. Het zijn deze opnamen die Barbara Hannigan met rode oortjes beluisterde tijdens haar conservatoriumtijd in Toronto. Ze ging daarmee dwars in tegen het ontmoedigingsbeleid van een docent die Satie 'geen echte componist' vond.

In Hilversum koerst Socrates intussen af op zijn einde. Bij het beschrijven van de douceur merveilleuse (wonderbaarlijke zachtmoedigheid) waarmee de filosoof de gifkelk aan zijn lippen zet, krijgt Hannigans stem een blosje. In het spel van Reinbert de Leeuw is een hartslagritme geslopen. Wanneer de verlamming zich over Socrates' lichaam uitstrekt, klinkt in het hoge register van de piano een klokachtige dissonant.

'Voilà', zingzegt Barbara Hannigan, 'fut la fin de notre ami.' Zo kwam de meest wijze en rechtvaardige mens aan zijn einde. Waarna de piano hapert. En hapert. En stokt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.