Sociale herenhuizen, eigenlijk té mooi

In Rotterdam zijn opmerkelijke huizen verrezen voor gewone mensen. En nee, ze zijn niet te duur. Architect Hans van der Heijden liet zich ervoor inspireren door zijn eigen jeugd.

Dubbele beneden- en bovenwoningen in de Rotterdamse Oranjeboomstraat: sober, doelmatig en toch opmerkelijk en fraai. Beeld Cigdem Yuksel

Dit is eigenlijk té mooi, zo luidde het opmerkelijke oordeel van corporatie Woonstad Rotterdam bij de oplevering van de woningbouw die architect Hans van der Heijden ontwierp aan de Oranjeboomstraat, in de Rotterdamse wijk Feijenoord. Met hun oranje-rode bakstenen gevels, gemetseld in verschillende verbanden, statige erkers en het met de hand vervaardigde hekwerk voor de Franse balkons, lijken de woningen eerder herenhuizen dan sociale-huurwoningen. Bovendien zijn ze met drie tot vier slaapkamers bovengemiddeld groot.

Het heeft iets verdachts in een tijd waarin woningcorporaties door een lange reeks schandalen onder vuur liggen - alsof er belastinggeld over de balk gesmeten wordt.

Betaalbaar, sober en doelmatig - dat is het beeld dat we associëren met gesubsidieerde huisvesting. Gebouwen zoals de portiekflats aan de overkant van de straat, opgetrokken tijdens de stadsvernieuwing in de jaren tachtig. Met kunststof kozijnen en goedkope grijze gevelplaten, die door de sporen van regenwater wel lijken te huilen.

Beeld Cigdem Yuksel

Alledaags

Toch is wat Van der Heijden heeft gemaakt in de eerste plaats dát: betaalbaar, sober en doelmatig. De 21 panden, onderverdeeld in (dubbele) boven- en benedenwoningen, zijn ontworpen als simpele dozen, met klassieke plattegronden en gevels van doodgewone bakstenen. Efficiënt te bouwen, voor een lage prijs; de architect is zelfs 10 procent onder het budget gebleven. Zodat de vraag rijst: hoe heeft hij zo veel architectonische kwaliteit weten toe te voegen?

Het paradoxale antwoord is: door iets 'alledaags' te maken. De bijzonderheid van dit project schuilt in banale zaken, die - essentieel - niet wegbezuinigd kunnen worden. Het meest sprekende voorbeeld is de betonnen siersteen boven in de gevel; die blijkt bij nadere beschouwing de verplichte regenspuwer. Op vergelijkbare wijze heeft de architect deurknoppen en brievenbussen ingezet als ornamenten, uitgevoerd in goudkleurig aluminium.

Woningbouw - want dat is waar Van der Heijden zich op heeft toegelegd - behoeft volgens hem geen groots spektakel. Zijn uitgangspunt is (en blijft) de flat waarin hij als jongen woonde, de herinnering aan de troosteloze entreehal, met een plafond vol verwarmingsbuizen, waar het verteerde isolatiemateriaal van afbrokkelde op je hoofd. Dat moest beter kunnen, besloot hij; dat werd zijn missie als architect.

Wie is Hans van der Heijden?

De woningbouw aan de Rotterdamse Oranjeboomstraat is het eerste project dat Hans van der Heijden realiseert als zelfstandig architect. Van 1994 tot 2014 was hij partner bij het Rotterdamse bureau Biq, dat hij oprichtte met Rick Wessels. Biq maakte naam met stadsvernieuwingsprojecten die uitblinken door de zorgvuldige inpassing in hun omgeving en ambachtelijke details. Van der Heijden neemt in de architectuur een 'middenpositie' in, tussen het neotraditionalisme en supermodernisme de twee stromingen die de afgelopen decennia dominant waren. Veelzeggend is dat er nooit een project van zijn hand gepubliceerd is in het Jaarboek Architectuur, waarvan hij sinds 2012 redacteur is. Daarnaast was hij gastprofessor aan de universiteit van Cambridge.

Beeld Cigdem Yuksel

Licht

Missie geslaagd - je kunt niet anders concluderen bij het zien van de chique voordeuren in Rotterdam. De eigen opgang aan de straat, als alternatief voor de gangbare galerij of portiek, is dé grote luxe van deze woningen. En het is winst voor de openbare ruimte; met twee voordeuren per pand komt er weer leven in de Oranjeboomstraat.

Naar de bovenwoning is het wel een behoorlijke klim, maar ook van die nood heeft de architect een deugd weten te maken, door onder de eerste, uittrekbare trap een grote bergruimte in te bouwen (goed afgekeken van het Justus van Effencomplex in Rotterdam Spangen, architect M. Brinkman, 1922) en de tweede trap open uit te voeren, waardoor er, via de glazen deur naar het balkon, daglicht in het trappenhuis valt.

Licht is ook wat de ruimten aantrekkelijk maakt. Van der Heijden heeft zich ingespannen om dubbele in plaats van de standaard draai-kiepramen te plaatsen. Je kunt ze helemaal openslaan, wat een gevoel van vrijheid geeft.

Beeld Cigdem Yuksel

Het idee om de vensters tot aan de vloer door te laten lopen, komt minder goed uit de verf; een aantal radiatoren is pal voor het glas geplaatst. En zo veel openheid in de badkamer, is dat wenselijk?

De betekenis van dit project reikt verder dan de vraag wat voor huisvesting we vandaag de dag gunnen aan mensen met een lager inkomen. Het dwingt ons ook na te denken over de collectieve waarde van sociale-woningbouw. De tendens bij woningcorporaties is om, vanuit het oogpunt van kostenbesparing, meer met marktpartijen samen te werken die kant-en-klare bouwsystemen aanbieden, soms zelfs inclusief bouwstijl. Het zijn degelijke woningen, maar ze hebben niets te maken met de plek waar ze verrijzen.

Hier is het tegenovergestelde gebeurd: de architectuur is het sterkst als je door de Oranjeboomstraat loopt. Dan ervaar je het ritme en het reliëf van de gevels, het valse perspectief; de daken verspringen steeds iets in hoogte - en de subtiele aansluiting op de bestaande bebouwing. En dan besef je dat deze 42 woningen meer zijn dan de broodnodige ruimte voor de vele grote gezinnen in Rotterdam-Zuid, namelijk: een stuk stad.

Beeld Cigdem Yuksel

Het einde van de sociale woningbouw?

'Het einde van de sociale woningbouw', kopte NRC eind 2012, toen bekend werd dat het Kabinet-Rutte II een heffing instelt op sociale huurwoningen, die vanaf 2017 2miljard euro moet opbrengen. Een enorme strop voor de corporaties, die stelden dat er door deze belasting geen geld overblijft voor investeringen in nieuwbouw en renovaties.

In augustus 2013 sloten Aedes, de overkoepelende organisatie van corporaties, en minister Blok van Wonen vervolgens een deal. De corporaties accepteerden de heffing, maar krijgen via het energieakkoord 400miljoen euro om te investeren in energiebesparing voor verhuurders in de sociale-huursector, en een btw-voordeel van 60miljoen euro. Bij deze deal hoort ook dat sociale taken en commerciële activiteiten voortaaan gescheiden zijn.

Koopwoningen realiseren om sociale-huurhuizen mee te financieren mag voortaan niet meer, net als scholen of cultuurhuizen bouwen om de 'leefbaarheid' in de wijk te versterken. Betekent dit inderdaad het einde van de anderhalve eeuw oude volkshuisvestingtraditie waarom Nederland wereldwijd beroemd is? Immers, voor het ontwerp werden, anders dan in de meeste landen, altijd talentvolle architecten aangetrokken: Berlage, Oud, De Bazel, Hertzberger, Weeber, Mecanoo, Koolhaas en MVRDV. Projecten als Het Schip in Amsterdam (M. de Klerk, 1920) en de WoZoCo in Amsterdam Osdorp (MVRDV, 1997) groeiden uit tot internationale iconen.

Olof van der Wal, voormalig directeur van KEI (Kenniscentrum Stedelijke Vernieuwing), denkt dat het project aan de Oranjeboomstraat een van de laatste in zijn soort is. 'Je ziet momenteel een omslag in het denken over woningbouw; de benadering is soberder, zakelijker.

Op zichzelf is dat goed; er gebeurde in de corporatiewereld heel veel onnodigs. Maar je ziet nu dat die zakelijkheid zich vertaalt naar het elimineren van architectuur. Als we niet oppassen, gooien we straks de baby met het badwater weg. 'Sommige corporaties menen dat ze geen architect meer nodig hebben, omdat dit zou schelen in de kosten', zegt Fred Schoorl, directeur van de Bond van Nederlandse Architecten in een interview in Aedes-Magazine.

'Kortzichtigheid, noem ik dat. Die ertoe kan leiden dat de gemiddelde kwaliteit achteruit kachelt. Een architect is veel meer dan tekenaar van een schetsje en heeft meerwaarde vanwege de kwaliteit van zijn ontwerp en zijn verbeeldend, verbindend en oplossend vermogen. Er kan dus goede architectuur worden ontworpen zonder dat dit veel kost.

Een project als de Oranjeboomstraat blijft echter verliesgevend, benadrukt Riki Aarden, projectmanager vastgoedontwikkeling bij corporatie Woonstad Rotterdam. 'In dit geval hebben we kunnen profiteren van de crisis; aannemers hadden minder werk en daardoor konden we voor een gunstige prijs bouwen. Maar nu de markt aantrekt, wordt dat lastiger. Wij moeten kritisch kijken wat we aan nieuwbouw kunnen realiseren.'

Woonstad wil wel blijven werken met architecten, al zal hun aandeel in de technische uitwerking kleiner worden. 'We proberen eerder de samenwerking met een aannemer te zoeken, zodat we zijn kennis kunnen inzetten om de uitvoering goedkoper te maken. Dit geldt vooral voor eengezinswoningen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden