Boeken

Snouck Hurgronje: vechtjas met een zwak voor de inlander ★★★★☆

De fameuze arabist en islamoloog Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936) kon ‘halve naturen’ slecht verdragen. Als hij sprak ‘sidderden de continenten’, schrijft Wim van den Doel in zijn biografie.

Christiaan Snouck Hurgronje met fez, het hoofddeksel dat hem ‘zelfs aan tafel’ niet verliet. Beeld Typex
Christiaan Snouck Hurgronje met fez, het hoofddeksel dat hem ‘zelfs aan tafel’ niet verliet.Beeld Typex

Niemand die lang geleden in verre windstreken was betrokken bij de vestiging of de instandhouding van het koloniaal gezag wordt nu nog begrepen – laat staan gewaardeerd. De kolonisatoren belichamen bij uitstek een tijdgeest waarvan we ons nu met kracht distantiëren. Het feit dat zij in een andere tijd leefden, wordt in de regel niet als verzachtende omstandigheid aangemerkt. Over de mate waarin ze ‘fout’ waren, kunnen fijnproevers misschien nog van mening verschillen. Maar fout wáren ze, bijna per definitie.

De arabist en islamoloog Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936) kan bezwaarlijk aan zo’n morele weging worden onderworpen. Daarvoor was hij te complex, te veelzijdig en te weinig een representant van zijn tijd en van de koloniale cultuur. Zeker: hij verdedigde de rechtmatigheid van het Nederlands bestuur in de overzeese gebiedsdelen. Hij adviseerde het gouvernement van voormalig Nederlands-Indië over de wijze waarop het buitengewest Atjeh zou kunnen worden ‘gepacificeerd’. En hij zag, ook in de verre toekomst, geen rol weggelegd voor de volksmassa’s bij het bestuur van Indonesië – zoals hij ook geen voorstander was van een uitbreiding van het algemeen kiesrecht in Nederland.

Tezelfdertijd maakte hij – steeds met de felheid die hem eigen was – bezwaar tegen de taakopvatting en de intellectuele luiheid van de koloniale bestuurders. Hij meende dat hogere bestuurstaken aan ‘inlanders’ (mits voldoende opgeleid) moesten worden toevertrouwd. Hij ageerde tegen het vertoon van horigheid waartoe de plaatselijke elite was verplicht, tegen straffen die aan opstandige elementen werden opgelegd (van lijfstraffen tot verbanning) en – in het algemeen – tegen misplaatst Europees superioriteitsgevoel.

En toen hij, aan het eind van zijn lange leven, de hoop had verloren dat het Nederlands gouvernement de Indonesiërs door wijs beleid voor zich zou weten te winnen, prees hij een snelle soevereiniteitsoverdracht aan als de enige mogelijkheid om een oorlog te voorkomen.

Christiaan Snouck Hurgronje in 1902.  Beeld Universiteitsbibliotheek Leiden
Christiaan Snouck Hurgronje in 1902.Beeld Universiteitsbibliotheek Leiden

Ook in levensbeschouwelijke zin was Snouck Hurgronje moeilijk te identificeren. Hij bekeerde zich tot de islam, nam een islamitische naam aan (Abd al-Ghaffar) en liet zich besnijden. Weliswaar uitsluitend met het oogmerk om als wetenschapper de heilige stad Mekka – verboden terrein voor niet-moslims – te bezoeken, maar zijn bekering lijkt niet louter door opportunisme te zijn ingegeven: hij stelde oprecht belang in deze wereldgodsdienst, hij had er achting voor, en hij hield er (ook te midden van landgenoten) een ‘Mohammedaanse leefwijze’ op na. Zo droeg hij lange tijd een fez. ‘Dit hoofddeksel verlaat hem zelfs aan tafel niet’, schreef een tijdgenoot, ‘terwijl hij, tafelende, varkensvleesch en wijn onaangeroerd passeeren en staan laat.’ Daarentegen nam hij in Mekka het heilige water tot zich, al ‘vereischt (dat) tijd om in al zijne voortreffelijkheid gewaardeerd te worden’.

When in Rome, do as the Romans do’, moet Snouck hebben gedacht. In Mekka voorzag hij zichzelf tegen betaling van 150 Maria Theresia-daalders naar lokaal gebruik van een Ethiopische slavin – die kort na zijn vertrek zwanger bleek te zijn. In toenmalig Nederlands-Indië, waar hij van 1889 tot 1906 verbleef, verwekte hij meerdere kinderen bij twee Javaanse vrouwen (van wie de eerste drie jaar na de voltrekking van hun huwelijk overleed). In de koloniale samenleving waren dergelijke verbintenissen overigens niet ongebruikelijk – wat niet wegnam dat Snouck er tegenover zijn in Nederland achtergebleven familieleden en kennissen geen ruchtbaarheid aan gaf.

Voor zijn tijdgenoten was Snouck Hurgronje een even fascinerende als ongrijpbare figuur. Voor de nu levende Nederlanders is hij dat in nog sterkere mate. Dat verklaart wellicht het feit dat in betrekkelijk korte tijd twee biografieën van hem zijn verschenen: in Pelgrim (2017) beschreef Philip Dröge zijn hoofdfiguur als een avonturier die wist hoe hij zich moest gedragen om zich in werelden met zeer uiteenlopende conventies te kunnen handhaven. Wim van den Doel, auteur van de zojuist verschenen biografie Snouck. Het volkomen geleerdenleven van Christiaan Snouck Hurgronje, legt – zoals uit de titel is op te maken – meer de nadruk op de verdiensten van Snouck als wetenschapsbeoefenaar en als raadgever van de autoriteiten in voormalig Nederlands- Indië (die zijn wenken overigens vaak in de wind sloegen).

Van den Doel, hoogleraar geschiedenis aan de universiteiten van Leiden, Delft en Rotterdam, gaat allerminst voorbij aan de uitzonderlijke avontuurlijkheid van Snouck, maar hij maakt duidelijk dat Snouck met zijn expedities het hogere doel van de kennisvermeerdering heeft willen dienen. Daarmee had hij (ook) een praktisch oogmerk: een modus vivendi vinden voor de christelijke wereld en de islam, ‘die groote Internationale met het groene vaandel (…) die door eene koloniale mogendheid als de onze met ernst bestudeerd en met groote wijsheid behandeld moet worden.’

Bijna zijn hele werkzame leven bestreed hij enkele misverstanden over de islam, waarvan het taaiste wel was dat de Javanen (en de andere bewoners van de uitgestrekte Indische archipel) het geloof slechts oppervlakkig aanhingen. De islam mocht in haar uitgestrekte verspreidingsgebied dan vele verschijningsvormen hebben, en ontbeerde een paus die de dogma’s bewaakte, maar daaruit mocht niet worden opgemaakt dat hij ‘flauw werd behartigd’. Integendeel: de islam was een permanent tikkende tijdbom onder de koloniale orde. Die bom kon slechts met wijs beleid onschadelijk worden gemaakt.

Dit betekende niet dat opstandigheid in de buitengewesten moest worden getolereerd – Snouck was een kind van zijn tijd tenslotte – maar wel dat de oorzaken van de opstandigheid met goed bestuur en eerbied voor de lokale cultuur moesten worden weggenomen. Van een harmonieus samenleven zou echter nooit sprake zijn, wist Snouck. ‘Immers, deze godsdienst, hoe geschikt ook om Barbaren aan orde en tucht te gewennen, laat zich met de moderne beschaving niet verzoenen dan door eene radicale hervorming; en niets geeft ons recht deze te verwachten.’

Snouck polemiseerde hartstochtelijk met iedereen die met hem van mening verschilde. Hij vond het ‘eervol’ om tegenstanders ‘te mogen verachten’. En hij koesterde een ‘wilde haat tegen dilettanten, halve naturen, laffen en intriganten en baantjesjagers’. Bij zijn vertrek uit Nederlands-Indië – door velen met vreugde begroet – dichtte een Arabier dan ook: ‘Als gij spreekt, sidderen de Continenten. Bij Uw woord zwijgen de Oceanen.’

Met het vorderen der jaren groeide zijn gevoel van machteloosheid. Op de ontwikkelingen in Nederlands-Indië had hij hoegenaamd geen invloed meer, en de morele ontwrichting van Europa culmineerde in de machtsgreep van Adolf Hitler. ‘De wereld geeft in den laatsten tijd zoo velerlei narigheid te aanschouwen, dat men soms geneigd zou zijn zich in een gebied als Jemen of Mekka voorgoed terug te trekken’, schreef hij in 1933.

Nu, 85 jaar na zijn dood, is het laatste woord over Snouck nog niet gesproken. Critici zien hem als de kwade genius achter Jo van Heutsz, de bedwinger van Atjeh, en als een opportunist die met een schijnbekering het vertrouwen van moslims heeft gewonnen. Mensen die bereid zijn Snouck in het licht van zijn tijd te beoordelen, waarderen echter zijn inzet voor de huisvrede in voormalig Nederlands-Indië en zijn bijdragen aan onze kennis over de islam. Wim van den Doel stelt op pagina 551 van de biografie vast dat ‘Snouck gerust onder de belangrijkste Nederlandse wetenschappers uit de geschiedenis (kan) worden gerangschikt. (…) Een leven met licht- en schaduwzijden. Zoals ieder leven.’ Een enigszins flets oordeel over een man die nu juist niet als een ieder heeft geleefd.

Wim van den Doel: Snouck Het volkomen geleerdenleven van Christiaan Snouck-Hurgronje. Prometheus; 622 pagina’s; € 49,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden