Snijdend, druipend, knallend Saxofonist Eddie Harris telt weer mee

IN DE jaren zestig en zeventig, toen jazzliefhebbers dachten dat hun muziek werd bedreigd door rockliefhebbers en andere heidenen, had de ware fan geen boodschap aan Eddie Harris....

En toch: Harris was een geweldige saxofonist, zoals zijn platen uit deze periode bevestigen. Hij begon in Chicago, en zoals meer Chicago-tenors (Gene Ammons bijvoorbeeld), bezat hij een onvervalst, relaxed gevoel voor de blues. Ook wist hij hoe je in het allerhoogste bereik van de tenor moet spelen - hard en lang genoeg om je te laten denken dat het de kleinere altsax was.

Michael Brecker en de volgende golf commerciële saxofonisten wisten hem te waarderen, maar zij gaven de voorkeur aan een hard, scherp geluid - alsof ze hun tanden in het riet zetten. Harris klonk eerder alsof hij het riet inslikte; z'n geluid was ronder, alsof het achter uit z'n keel kwam.

Dat buigzame geluid bleek in het midden van de jaren zestig opgewassen tegen het technologische nieuwtje van de Varitone: een versterkte, aan speeltjes als een echoapparaat en een octave divider (die de gespeelde noten een oktaaf lager verdubbelt) gekoppelde saxofoon. Harris maakte zuinig gebruik van het apparaat, veel beter ook dan de meeste andere blazers die hem toepasten. Zijn Varitone-solo's herinneren tenminste niet aan Vader Jacob.

Toen Harris in 1965 in zee ging met Atlantic Records, kreeg hij eindelijk het succes waar hij naar haakte. De dubbel-cd Greater Than the Sum of His Parts is een heruitgave van vier van de vele lp's die hij voor Atlantic maakte: The In Sound (1965), Mean Greens en The Tender Storm (1966), en Silver Cycles (1968). De jaartallen van de opnamen ontbreken overigens op de heruitgave; de producer verdedigt zijn werkwijze met de opmerking dat muziek voor zichzelf moet spreken - je vraagt je af waarom hij nog de moeite nam titels en namen van muzikanten te vermelden.

Greater Than the Sum of His Parts is een goede introductie. Ze toont Harris in al zijn ogenschijnlijke tegenstellingen. Aan de ene kant is er de tenorist die met Coltrane en Rollins werd vergeleken (dankzij complexe, Giant Steps-achtige solo's en een enkele calypso), en die alles gemakkelijk leek af te gaan; hij riep die vergelijkingen op zonder iets van zijn eigen identiteit op te geven. Aan de andere kant is er de tenorist die zonder opsmuk Percy Sledge's nieuwe hit When a Man Loves a Woman speelde of, op Silver Cycles, met bizarre arrangementen Ennio Morricone naar de kroon stak.

De dansbare, funky bluesnummers die Lee Morgan en anderen in die tijd voor de firma Blue Note opnamen, waren Harris' specialiteit. Stukken als Mean Greens, Listen Here (de eerste van verscheidene versies, met Harris op elektrische piano) en Freedom Jazzdance (door bassist Ron Carter binnen het jaar opnieuw opgenomen, met het Miles Davis kwintet) stampen en draaien en twisten als rock 'n' roll-danspassen.

Wie zegt dat Harris ondánks die groove music goed speelde, zit ernaast: die funky patronen hielpen hem juist zijn grootste kwaliteit, zijn snijdende frasering, nog verder aan te scherpen. Net als Ellington-tenorist Paul Gonsalves wist hij eindeloze variaties uit een simpel motiefje te wringen, maar Harris hield ook van onverwachte wendingen. Een eenvoudige riff kon bij hem druipen als honing of knallen als een zweep; met standaard rhythm 'n' bluesformules had Harris weinig op.

En het belangrijkste: hij speelde het allemaal met de precieze timing van een drummer. Zijn lijnen dansen, op tenor én op elektrische piano (die hij in een paar stukken inzette naast Sonny Philips' orgel, voor een dubbele dosis souljazz). Harris was te gepreoccupeerd met ritme om zich met minder goede ritmesecties tevreden te stellen. Op drie van de oorspronkelijke lp's in de cd-set speelt hij met pianist Cedar Walton, bassist Ron Carter en de ultra-swingende drummer Billy Higgins.

Die kunnen ook uitpakken in een paar jazzstandards, waaronder een samba-achtig S'Wonderful, waarin Harris begint met een trotse paradepas à la Rollins, maar al snel met eigen ideeën komt, een teder A Nightingale Sang in Berkeley Square en My Funny Valentine, waarin de saxofonist eerst het begin van Nature Boy speelt, zodat het de luisteraar even tijd kost om uit te vinden om welk stuk het gaat.

Dat gebrek aan eerbied is typerend voor Harris. Hij speelt met jazzstukken en Coltrane-referenties alsof virtuositeit niks bijzonders is, en vertolkt met onmiskenbaar plezier muzak-toppers als The Shadow of Your Smile. Harris respecteerde elke stijl en beoordeelde die op zijn eigen merites. Geen wonder dat de jazzpolitie hem haatte.

Het kon hem niets schelen dat de smaakmakers hem niet zagen zitten, zolang zijn platen maar werden verkocht. In latere jaren zou hij ook trompet met een saxofoonmondstuk gaan spelen, nog meer elektronica en zangeressen toepassen, en zelfs platen met schuine verhalen opnemen. In de jaren tachtig maakte Harris nog een reeks goede jazzplaten met degelijke begeleiders, maar eerlijk gezegd komt zijn persoonlijkheid op de oude Atlantic-platen veel beter tot zijn recht.

Nog voor hij in 1996 overleed, begon Eddie Harris respectabel te worden. In de Verenigde Staten noemden nieuwe funkjazzers als Steve Coleman en Greg Osby vol bewondering zijn naam, in Amsterdam formeerde Benjamin Herman The New Cool Collective Big Band, die kan worden opgevat als een rechtstreekse hommage. Van Harris' verkenningen zullen luisteraars intussen niet meer schrikken - al was het maar omdat iedereen die oren aan z'n hoofd heeft, kan horen dat soulnummers als When a Man Loves a Woman een tijdloze kwaliteit bezitten.

Tegenwoordig wordt Harris in de Verenigde Staten geprezen voor dezelfde dingen waar hij vroeger om werd verketterd. Eddie Harris ontsnapte aan hokjes en hiërarchieën, lang voor iedereen de mond vol had van multiculturalisme en postmodernisme. Wie had kunnen voorzien dat zijn lowbrow-stijl de highbrow-trend van de toekomst was?

Eddie Harris: Greater Than the Sum of His Parts. 32 Jazz 32067 (dubbel-cd, distributie Plexus, Delft).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden