ProfielSnelle

Snelle (25) zou een stoere rapper worden. Een Netflix-documentaire laat zien hoe het anders liep

Zonder jas de straat op is een feelgood-film waarin Snelle, alias Lars Bos, de pijn niet uit de weg gaat.

Snelle in de Netflix-documentaire Zonder jas naar buiten. Beeld
Snelle in de Netflix-documentaire Zonder jas naar buiten.

Het is niet moeilijk om je voor te stellen dat popster Snelle (artiestennaam van de 25-jarige Lars Bos) weg wilde uit het appartement in Diemen waarin we hem zien ontwaken aan het begin van de nieuwe Netflix-documentaire Zonder jas naar buiten.

De woning is nieuw en strak, maar ook kil en leeg, in een dure buurt als een stedenbouwkundige showroom. Hij woont er alleen, ‘voor zaken’, in de Amsterdamse periferie waar hij bijna geen mensen kent, maar de mensen hem wel. Ze maken foto’s en filmpjes van hem in de supermarkt. Hij voelt zich er niet senang bij.

Anderhalf uur later, aan het einde van de film van regisseur Anne de Clercq, leidt hij zijn vriendin Sterre het erf van zijn nieuwe huis op: een dubbele boerderij in de buik van Overijssel, vlakbij Deventer. Terug in zijn geboortestreek. Zijn wieg stond aan de Gelderse kant van de nabije provinciegrens, in Gorssel.

‘Aan die kant komt de zon op,’ zegt hij tegen Sterre.

De verhuizing staat symbool voor het verhaal dat in Zonder jas naar buiten wordt verteld. We volgen de immens populaire Snelle (zeven toptienhits, waarvan vier nummer één, en twee nummer één-albums sinds mei 2019) in het jaar dat vanwege de coronacrisis geen knaljaar maar een bezinningsjaar werd en waarin hij terugkeert naar de basis. Naar zijn vrienden. Naar Lars (zijn echte voornaam is niet voor niets de titel van zijn in maart verschenen nieuwste album).

En naar ‘de overkant’ dus: over de IJssel. Hij zong er al over met het duo Suzan & Freek (De Overkant, in oktober 2020 nummer 2 in de Top 40). Op Lars staat ook Veilige plek: ‘Hier ben ik immuun voor commentaar/ Het zijn momenten dat het even weer wat beter met me gaat.’

Want commentaar krijgt hij, de vriendelijke rapper die ooit Mac Miller en 50 Cent als voorbeelden noemde, maar gaandeweg meer een popzanger in de hoek van Marco Borsato, Suzan & Freek en Acda & De Munnik werd, met de kritiek die je je daarbij voorstelt. Met al die collega’s nam hij duetten op, bijna altijd met groot succes.

Zijn publiek is jong, deels zeer jong. Bij ondergetekende zitten al weken elke zaterdagochtend vier achtjarige voetballertjes op de achterbank die uit volle borst Limonade meezingen, Snelles ode aan het jeugdvoetbal. Ze kennen ál zijn liedjes. Ook dat is Snelle: een basisschoolidool. Daar past geen schuttingtaal of donker randje bij en dat vind je bij Snelle ook niet meer.

Lars Bos is, zo vindt hij zelf ook, in veel opzichten een bevoorrechte jongen. Zowat niemand uit de Nederlandse muziekindustrie is de laatste jaren zo succesvol als hij. Hij heeft een vriendin op wie hij ‘heel erg dol’ is. Zijn beste vrienden spelen in zijn band, maken muziek met hem (zijn oude maat en creatieve partner in crime Tristan Rozendaal) of fungeren als zijn manager (Hidde Stegink, maatje sinds hun peuterjaren).

In zijn jeugd rond het lommerrijke Gorssel (‘een beetje een kakomgeving’, zegt Hidde) zal vast ergens gebrek aan zijn geweest, maar aan welstand in elk geval niet. Snelle en zijn ‘matties’ zijn rijkeluiszoontjes. Alle hoofdfiguren groeiden zo te zien op in kapitale huizen in het bos, vol designmeubelen en met alle merkkleding en elektronica die een wannabe rapcrew zich maar wensen kan: Apple-computers, microfoons, geluidsapparatuur, muzieksoftware, dure telefoons en camera’s om álles in uitstekende beeldkwaliteit vast te leggen voor de documentaire die met een beetje geluk ooit zou komen – en nu dus door Anne de Clercq gemaakt is.

‘Het is in deze omgeving logischer om advocaat te worden dan rapper,’ zegt Snelle, maar hij werd dus rapper, want hij moest wel degelijk vinnige woorden kwijt. Met vader Jan en moeder Saskia lijkt hij ook als volwassene een liefdevolle band te hebben, maar ze scheidden toen hij jong was. Het zou, zo horen we vader Jan terloops analyseren, Lars’ rusteloosheid kunnen verklaren: hij heeft geen echt ouderlijk huis.

En dan was er natuurlijk zijn schisis, of zoals de pestkoppen op de middelbare school het vermoedelijk noemden: zijn hazenlip, die hem een jeugd vol medische ingrepen bezorgde en ertoe leidde dat hij vooral zijn jaren op de middelbare school ‘kut’ vond.

Hij vertelt dat hij zich als 18-jarige, herstellend van zijn laatste kaakoperatie, sterk vereenzelvigde met zijn Amerikaanse collega-rapper 50 Cent, die in de documentaire Get rich or die tryin’ (2005) óók een tijd zijn kaken op elkaar moet houden na een chirurgische ingreep. ‘Fifty’ moest dat omdat hij met een pistool door zijn gezicht was geschoten in Los Angeles, een net iets ander verhaal dan dat van Lars Bos, maar ze waren toch een soort lotgenoten – en dat hielp.

Snelle in Zonder jas naar buiten. Beeld
Snelle in Zonder jas naar buiten.

Het is de kiem van de paradox die door Zonder jas naar buiten mooi wordt blootgelegd. Zijn schisis en het getreiter wakkerden zijn vechtlust aan om een succesvolle rapper te worden (in zijn eerste nummer 1-hit Reünie rekent hij af: ‘Bedankt voor die vlam, die brandt nu als nooit te voren/ Zonder jou was er geen muziek, dus het geeft nu niet/ Ja, natuurlijk ben je bang voor de reünie’), maar ze verklaren ook waarom hij ongevraagde aandacht als vervelend en potentieel bedreigend is blijven ervaren. Waarom hij soms de eenzaamheid verkiest. En misschien ook waarom hij het onaangenaam vindt oud werk van zichzelf terug te zien en horen.

Als een van zijn ouders een lief liedje laat zien dat hij ooit opnam met zijn telefoon, wendt hij het hoofd af: ‘Dit kan ik echt niet zíen hoor.’ Maar het fragment mocht wél in de documentaire, net als een waaier aan filmpjes en foto’s uit zijn kinderjaren, beslist niet alleen kiekjes waarop je kunt zien wat een prachtig blond ventje hij was, maar ook foto’s waarop zijn schisis prominent is.

Het neemt je voor hem in. Zonder jas naar buiten is een feelgood-film die ook weer niet al te genadeloos tot op het bot gaat, maar de pijnpunten mogen van Snelle best benoemd. Dat hij als student aan de Herman Brood Academie, popopleiding in Utrecht, erg op zoek was naar zichzelf. Dat hij nogal wat hatelijke reacties uit hiphopkringen kreeg toen hij, na een succesvolle sessie bij het hiphopplatform 101Barz (2018), langzaamaan de rap losliet en de scherpe randjes van zijn alter ego vijlde.

‘Lekker belangrijk,’ zegt hij, als hem de keuze tussen rappen en zingen wordt voorgelegd. ‘Gewoon lekker muziek maken’.

Het is het enige moment in de documentaire waarop, door zijn vriendelijke glimlach heen, een klein beetje ergernis doorsijpelt. Misschien is dat het échte pijnpunt: dat hij een stoere rapper wilde worden, maar een ander, breder muzikaal pad koos. Met de kritiek van dien (die in de documentaire dan weer géén echte plek heeft).

Twee vrienden, Hidde en zangeres Maan, zeggen dat het voor Lars moeilijk is geworden om Snelle uit te schakelen. Dat zijn tomeloze ambitie zijn vriendschappen soms onder druk heeft gezet. Aan zelfinzicht ontbreekt het hem niet. ‘Waar ik bang voor ben,’ zegt hij, ‘is dat ik me ga gedragen zoals mensen dénken dat ik ben. Dat ik een karikatuur van mezelf word.’

Gelukkig heeft hij Hidde, zijn manager en oude maat. In het begin van de film merkt Snelle op dat hij dat hij zich lekker met muziek wil bezighouden, maar dat zijn agenda nu voor hooguit 10 procent gevuld is met muziek en voor 90 procent met ‘randzaken’. Commercie, meetings, publiciteit.

‘Dan moet je gewoon vaker nee zeggen,’ zegt Hidde.

Snelle is een goede gozer omringd door goede gozers. Die houdt beide benen wel op de grond, zo weet je zeker, terwijl de grote zwarte Audi oostwaarts stuift, richting de veilige plek aan de overkant.

Snelle. Zonder jas naar buiten.

Anne de Clercq, 2021. 89 minuten. Te zien op Netflix.

Recente Nederlandse popdocu’s

1.Nick & Simon in L.A. (Tim Toorman, 2020, Amazon Prime)

Voor Nick & Simon zijn Simon & Garfunkel het summum. Hun album NSG (Nick, Simon & Garfunkel) wordt daarom opgenomen in de Henson Studio in Los Angeles, waar ze weten hoe je die sound benadert. Volendamse lol én een interessant opnameproces.

2.Oscar Benton: I’m Back (Roel & Mees van Dalen, 2021, NTR)

De Haarlemse blueszanger Oscar Benton (Bensonhurst Blues, dikke hit in 1973) valt in 2006 van de trap en raakt in coma. Zijn gitarist John blijft geloven in (en werken aan) de comeback. Ontroerend verhaal over vallen en opstaan.

3.De vlucht van Ronnie (Sacha Vermeulen, NTR, 2020)

Een soort vervolg op Alleen met iedereen (2017) van dezelfde maker. Over het succes, maar ook de turbulente ‘binnenwereld’ van Ronnie Flex, die we aangrijpend zien worstelen met het vaderschap, depressie, drugs en drank, terwijl nieuwe muziek van hem wordt verwacht.

BALKON: Snelle x Maan

In Zonder jas naar buiten spreekt collega en goede vriendin Maan liefdevol over Snelle. Hun duet Blijven slapen staat nu vijf weken op één in de Top 40 en is alleen al op Spotify 16,5 miljoen keer gestreamd. Het is na Reünie (2019), Smoorverliefd (2020), 17 miljoen mensen (met Davina Michelle, 2020) de vierde nummer één-hit voor Snelle.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden