Snakken naar de toekomst

Het duurde maar kort. Een paar jaar. In het hectische Berlijn van de jaren dertig werd Eva Besnyö een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Nieuwe Fotografie....

Eva Besnyö heeft in haar bestaan bijna de hele twintigste eeuw beleefd: de jaren twintig in Hongarije, de jaren dertig in Berlijn, de oorlog, wederopbouw en de opstandige jaren zestig in Nederland. Ze legde het allemaal vast: de zorgeloosheid van haar jeugd in Hongarije, de dynamiek van de Großstad in Berlijn, de verwoesting van de oorlog, de architectuur van de wederopbouw en de vrolijke opstand van Dolle Mina in Nederland.

Toch zijn de hoogtepunten van haar oeuvre, de foto's die vernieuwend en een voorbeeld waren, betrekkelijk gering. Ze stammen vooral uit haar Berlijnse jaren, toen ze net twintig was, een heel korte periode die maar een paar jaar duurde. In het vooroorlogse Berlijn ontwikkelde Besnyö de nieuwe beeldtaal die haar tot een pionier maakte van de moderne fotografie. 'Ik werd een nieuw mens', zei ze later op hoge leeftijd, 'in Berlijn is de Eva Besnyö geboren die ik nu ben.'

Een paar van haar foto's zijn wereldberoemd geworden, met als bekendste die van het zigeunerjongetje uit Hongarije in de jaren dertig, dat een cello meezeult die groter is dan hijzelf. We zien hem op de rug voor een lege weg staan, 'alleen op de wereld' naar Hector Malot, het ongewisse tegemoet.

Eva Besnyö groeide op in Boedapest, in een burgerlijk joods milieu. Ze kende een beschermde jeugd, te beschermd vond ze later. Ze kon er uit ontsnappen toen ze van haar vader eindelijk toestemming kreeg om in Berlijn te gaan studeren. 'Het was net of ik pas begon te leven toen ik uit Hongarije wegging', zei ze later. 'In Berlijn gingen de deuren open, het licht kwam binnen.'

Ze vond er de vrijheid en een stimulerende vriendenkring, links en antifascistisch, en een stad die 'snakte naar de toekomst'. Van alle kanten stormde het leven op haar af, ze stortte zich erin met de charme en overmoed van haar jeugd. Ze ontwikkelde er, dag in dag uit rondzwervend en tot diep in de nacht discussiërend met vrienden, een nieuwe beeldtaal. Het was het Berlijn van Christopher Isherwood en George Grosz, van Heinrich en Erika Mann, de nieuwe stad van Bauhaus.

Haar foto's laten zien hoe ze in dat leven stond: voor alles open, blakend van dynamiek en optimisme. Ze kreeg erkenning. Het leven lachtte haar toe. Tot het persbureau waar ze voor werkte, liet weten dat haar foto's niet meer onder haar naam gepubliceerd mochten worden. Het was 1932, de jodenvervolging was begonnen, ze merkte het ook op straat. Ze bracht nog één zomer in Duitsland door, aan de Oostzee, met haar nieuwe liefde de Nederlandse fotograaf en filmer John Fernhout, voor ze naar Nederland vluchtte. Het was een overweldigend mooie zomer, zeggen haar foto's, vol hoop en vertrouwen in het leven, de laatste zorgeloze zomer van het oude Europa van haar jeugd.

In Nederland werd ze opgevangen in een al even stimulerende kring, die van Fernhouts moeder Charley Toorop en haar kunstenaarsvrienden. Weer begon ze een praktijk op te bouwen en met succes. Haar werk trok grote belangstelling. Een fotografe zoals zij was er niet in Nederland. Ze bracht een nieuwe visie mee, een jonge, moderne, dynamische; ze werd een exponent van de moderne Nederlandse fotografie naast Cas Oorthuys, Carel Blazer en Emmy Andriesse. Tot de oorlog ook Nederland overspoelde en alles veranderde.

Er kwam daarna nog veel uit haar camera. In diepe portretten en dromerig mooie stadsgezichten, in stille getuigen van de Watersnoodramp in Zeeland en in een reeks monumentale architectuur- en industriefoto's. Maar het bijzondere van die Berlijnse jaren halen die latere foto's niet meer. Ze hebben vaak alles wat dat vroege werd uit Berlijn ook heeft, in ongebruikelijke standpunten die een ongekend blikveld openen, in wondermooie composities en biologerende diagonalen. Het was alleen een herhaling geworden, een stijlkenmerk, de dynamiek van de ontdekking van toen ontbrak.

Er zit een tragiek in haar leven, die vele vrouwen van haar generatie zullen herkennen. Ze wilde verder na de oorlog, maar kon het moederschap niet met haar werk combineren. Pas eind jaren zestig vond ze een nieuwe bloeiperiode in haar fotografie. Ze werd dé fotograaf van Dolle Mina, actiefotograaf van een emancipatie. Haar werk was niet meer vrij en ongeremd als vroeger, maar stond in dienst van de beweging.

Al vrij snel daarna stopte ze opnieuw met fotograferen. Haar ogen waren te slecht geworden. Ze kon het beeld dat ze zocht niet meer zien, maar ze bleef geïnteresseerd in het werk van anderen en in de verspreiding van haar werk in een reeks van boeken. Vrijdagmorgen overleed ze, 93 jaar oud, in het Rosa Spierhuis in Laren.

Die kracht van toen, waar ze beroemd mee werd, zit heel dynamisch in twee zelfportretten, die ze in 1931 in Berlijn maakte, direct achter elkaar. Ze symboliseren - als een getuigenis - die beslissende ervaring. Eva Besnyö, net twintig, portretteerde zich beide keren met haar Rolleiflex aan een riempje om de hals. De eerste foto toont een ernstig meisje, keurige scheiding in het haar, met peinzende ogen. Het is een romantisch-poëtisch portret, met schilderachtige effecten in lichtval en schaduwwerking. De tweede foto barst van de dynamiek. Het keurige haar is een woest voorover vallende golf geworden, de neutrale achtergrond veranderd in flitsende diagonalen van hel kunstlicht. Er zit een en al spanning en beweging in het beeld, een overdonderende esthetiek, niets stils en dromerigs meer. Ze had haar stijl gevonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden