DagboekMaria Goos (1956)

Smakkende medereizigers maken diepe haat los

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

null Beeld Getty
Beeld Getty

Amsterdam, 25 juni 2005

Al mijn agressie richt zich momenteel op een Japans echtpaar dat tegenover mij aan de andere kant van het gangpad zit. Ze zijn heel erg goed georganiseerd. Dat irriteert me in de eerste plaats.

Ze hebben een fles water geleegd in een bak die op hun tafeltje staat. Daarin spoelen ze de ­kersen die ze eten. De pitten gaan in een plastic zakje dat naast de bak met water staat. Ze lijken zich niet van mijn aanwezigheid ­bewust.

Ze smakken. Ze smakken als krankzinnigen. Ze sabbelen op de kersen en smakken ze naar binnen. Ze smakken hard. Vooral hij. Het is eigenlijk geen smakken meer te noemen. Het is een soort klakken met de tong. Alsof hun lippen tussen het smakken door vacuüm gezogen worden en ze kracht moeten zetten om ze weer van elkaar los te krijgen.

Onbegrijpelijk hoe zulke kleine geluidjes zulke intense haat kunnen oproepen, want ik haat het Japanse echtpaar. Diepe, diepe haat. Ik wil ze hun tanden door hun Japanse lip slaan.

Wat ik tegen mezelf zeg, om mezelf tot redelijkheid te stemmen, niets helpt. Ik repeteer in mijn hoofd dat het maar geluidjes zijn. Dat baby’s aan de borst ook zulke geluidjes maken en dat ik het dan lief vind. Met mijn ogen dicht zouden er twee baby’s de borst kunnen hebben, in de trein.

Maar niets helpt.

Maria Goos (1956), Nederlandse schrijver en scenarist. Ingekort fragment uit De zomer die haast had. L.J. Veen, 2006.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden