'Sluiting van kleine theaters verdrijft de ziel uit een stad'

Aan de vooravond van het congres voor de podiumkunsten legt Hedwig Verhoeven, kersvers directeur van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties, haar wensenlijstje op tafel. Bijvoorbeeld: meer samenwerking tussen makers en podia.

Hedwig Verhoeven. Beeld Ruben Uvez

Hedwig Verhoeven was in 2005 net directeur van het Munttheater in Weert, toen ze met vijftig van haar avontuurlijkste bezoekers in een op haar kosten gehuurde bus naar Den Bosch reed. Daar speelde Fragmenten, 'een bijna beeldende kunst-achtige voorstelling' van Olivier Provily - destijds regisseur bij het Zuidelijk Toneel. In Weert waren te weinig kaarten verkocht en een noodgreep om annulering te voorkomen was vereist. Op de heenweg naar Den Bosch had Verhoeven - zelf opgeleid als dramaturg - uitleg gegeven bij het stuk. De voorstelling bleek prachtig.

'Op de terugweg zaten vijftig mensen betoverd in de bus, die ik vervolgens één vraag heb gesteld: kunnen jullie je vermenigvuldigen, liefst in vijfvoud, zodat er straks in Weert tweehonderdvijftig man in de zaal zitten? Dat lukte, een paar weken later hadden we een onvergetelijke avond. Na afloop liep ik naar huis, en dacht: wat een bijzondere baan heb ik toch.'

Hedwig Verhoeven ( 1971 )

1989-1995 Theater- Film- en Televisiewetenschappen

1995-1998 Verkoop en publiciteit Theatergroep Maccus Delft

1999-2004 Beleidsmedewerker VSCD

2004-2005 Producer AVRO Theater

2005-2010 Directeur Munttheater Weert

2010-2015 Directeur Koninklijke Schouwburg Den Haag

2015-heden Directeur Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties

Moraal van het verhaal: als je investeert in het vinden van je publiek¿

'Dan is het voor 99 procent zeker dat je mensen waarvan je het niet had verwacht, voor een voorstelling kunt interesseren. Dat is tegelijk het frustrerende: precies die investering in aandacht, tijd en geld, maakt dat je het maar een of twee keer per jaar kunt doen.'

Hedwig Verhoeven leidt geen theater meer. Na ook vijf jaar directeur te zijn geweest van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag, werd ze in maart directeur van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties, waarmee ze pakweg honderdvijftig theaters en concertgebouwen in heel Nederland vertegenwoordigt.

Als u nu theaterdirecteur was geweest, was zo'n reisje naar Den Bosch niet haalbaar geweest - zo veel is er op de cultuurbudgetten bezuinigd.

'Het was destijds ook geen vetpot. Er zijn jaren geweest waarin het subsidiebudget halverwege het lopende kalenderjaar werd gehalveerd. Ik heb daarover felle discussies gevoerd met de wethouder. Als jouw theater het enige is in de stad, dan komen daar niet alleen professionele gezelschappen, je bent ook het huis voor het amateurcircuit. Die organisaties betaalden, ook bij gebrek aan financiën, bij lange na niet de kostprijs. Ik heb toen gezegd: word ik gesubsidieerd om de lokale carnavalsvereniging in leven te houden, of om Weert mooie voorstellingen te bieden?'

Overal sneuvelen kleine theaters. In Amersfoort moeten De Flint en Onze Lieve Vrouw fuseren. Het Grand Theatre in Groningen ging failliet. In Zaltbommel verdween Theater De Poorterij. Dat moet u pijn doen.

'In plaatsen waar maar één theater is, is het als het vertrek van de bakker en de slager uit het dorp: de ziel gaat eruit. De Poorterij werd jarenlang fantastisch bestierd door een directeur die dwars tegen alle bezuinigingen in de beste programmering binnenhaalde. De zalen zaten bovengemiddeld vol. Maar toen werd het theater gekocht door een commerciële partij, de directeur vertrok, de zaalbezetting kelderde naar 25 procent, en vorige maand trok de nieuwe eigenaar de stekker eruit. Nu wordt De Poorterij door een bedrijf in maatschappelijk en cultureel vastgoed overgenomen; ik hoop van harte dat ze een opdracht krijgen die recht doet aan het verleden van het theater.'

Onlangs klonk in deze krant de waarschuwing: met alle gemeentelijke bezuinigingen op kleine en middelgrote theaters wordt er steeds minder toneel geprogrammeerd. Deelt u die zorg?

'Ik ga het probleem niet bagatelliseren, maar er werd een landsbrede crisis gesuggereerd die er niet is. Als ik naar de toneelcijfers kijk die onze vereniging heeft verzameld over de periode 2009-2013, zie je voor de middelgrote zalen een ander beeld: op de totale programmering steeg het aandeel toneel, het aantal toneelvoorstellingen en het aantal bezoekers dat naar toneel ging.'

Volgende week vindt in Dordrecht het jaarlijkse congres voor de podiumkunsten plaats. Verhoeven zal tijdens een besloten vergadering van de VSCD voor het eerst haar leden toespreken.

Wat is voor u de meest urgente kwestie?

'Een hechtere samenwerking tussen theatermakers en podia. Dat gebeurt al: steeds meer producenten betrekken theaters in een vroeg stadium bij het maakproces. Zodat als drie gezelschappen een voorstelling in de kerstperiode maken, je als schouwburgdirecteur kunt zeggen: kan een van jullie doorschuiven naar de meivakantie, zodat we in het voorjaar ook nog iets leuks hebben?

'Verder wil ik mij hard maken voor een fatsoenlijk programmeringsbudget per theater. Nu zijn onze leden het leeuwendeel van hun subsidie kwijt aan de huur en het onderhoud van het gebouw. Die lasten stijgen jaarlijks, terwijl de subsidie afneemt. Zo blijft steeds minder geld over voor het programma. Dat is een kwalijke ontwikkeling, omdat een directeur dan aan elke 'moeilijke' voorstelling waarop hij verliest, vier commerciële voorstellingen plakt waarmee hij geld verdient. Dat kan leiden tot een onduidelijk profiel van je theater, en dat is niet goed - noch voor het publiek, noch voor de artiesten.'

Aan de kant van de producenten en de makers hoor je ook: vroeger had de schouwburgdirecteur nog liefde voor het theater. Nu is het een zalenboer geworden, die amper affiniteit heeft met de podiumkunsten.

'Ik ken de verhalen van acteurs die klagen dat ze 's avonds niet meer door de schouwburgdirecteur worden ontvangen. Nee, denk ik dan, die staat namelijk bij een gemeenteraadsvergadering om ervoor te zorgen dat zijn subsidie niet wordt gekort. Of hij zit bij een sponsordiner om een bijdrage te regelen voor een dak dat moet worden vernieuwd. Wie zegt dat theaterdirecteuren geen liefde voor hun vak hebben, weet niet hoeveel werk er verzet wordt. Zonder die liefde houd je deze baan geen kwartaal vol.'

Oproep dus aan minister Jet Bussemaker van Cultuur: 'Stel een groter gedeelte van het budget beschikbaar voor de financiering van een kwalitatief goede lokale programmering. Daarmee geeft ze een signaal af aan de gemeenten om hetzelfde te doen. Wat mij betreft kunnen vrije producenten en cabaretiers daar ook van profiteren, want die vallen buiten elke subsidiepot. En dat is niet fair.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden