Sloven zonder zelfrespect

Carien Overdijk

Ehrenreich haalde meer boven water dan ze zich ten doel had gesteld. Hoewel ze al bij de aanvang besefte dat ze als hoogopgeleide blanke met financieel vangnet nooit echte armoede zou ervaren (schrijft ze in haar voorwoord), hoopte ze te ontdekken hoe de laagstbetaalden rondkwamen van zes, zeven dollar per uur. Welke handige trucs hadden ze?

Met een paar honderd dollar startgeld vertrok ze uit haar oude leven. Twee garanties gaf ze zichzelf. Ze zou geen honger lijden en ze zou niet in een auto of een daklozenpension slapen.

In 2000 loopt ze vast in Minnesota. Hoewel ze fulltime en in een moordend tempo bloesjes op rekken hangt bij 's lands grootste warenhuisketen Wal-Mart, kan ze de kamerhuur van het goedkoopste motel niet meer opbrengen. Ze heeft dan al een gratis voedselpakket opgehaald bij de sociale dienst. Die verwijst haar naar de gevreesde slaapzaal voor negentien dollar per nacht. Bij dat aanbod trekt ze dus de streep. 'Maar zelfs dat bed was met mijn Wal-Martloontje een rib uit mijn lijf geweest.' Hoe haar collega's zich redden? Die wonen in bij krap behuisde families, delen een caravan of slapen in een oude vrachtwagen.

Waren de wurgende financiën van de onderklasse al onthullend ('er zijn geen trucs, arme mensen hebben juist extra kosten, er is geen uitweg'), het moeten Ehrenreichs psychologische observaties zijn die het boek tot een publieksklapper hebben gemaakt. Trefzeker en zonder gêne schetst ze het verlies aan zelfrespect, de blikvernauwing en de nervositeit die ze bij zichzelf en haar collega's waarneemt.

Na een paar weken sloven in een snackrestaurant 'was ik met iets nieuws besmet geraakt, een weerzinwekkend soort slaafsheid, samen met de keukenluchtjes die ik nog kon ruiken (. . .) als ik 's avonds mijn kleren uittrok'.

Ze bekent dat zij, militant journaliste, niet eens ingrijpt wanneer de chef een keukenhulp, een jonge immigrant, ongegrond van diefstal beschuldigt. 'Misschien had ik mijn strijdbaarheid teruggekregen als ik langer was gebleven. Maar voor hetzelfde geld was ik een volkomen ander iemand geworden, misschien ook wel iemand die een ander erbij lapt.'

Ehrenreichs banen in de Amerikaanse dienstensector hebben veel weg van een gevangenschap met geestelijke en lichamelijke marteling. Het werk is vernederend vanaf de sollicitatieprocedures (langdurig jezelf aanbieden aan ongeïnteresseerden, bejegend worden als een crimineel, op een wachtlijst komen, onder toezicht in een potje plassen voor een drugsproef), via slopende werkuren zonder privacy, pauzes of zelfs maar de kans om water te drinken, tot aan het moment dat je versleten bent. 'We moeten van het schoonmaakbedrijf op onze knieën dweilen.' En voor de collega die na twee jaar dweilen afhaakt wegens kapotte knieën, kan er geen afscheid of bedankje af.

Chefs zijn nu eens vriendelijk, dan weer schreeuwen ze dat je een rund bent. Je moet lompe bedrijfskleding aan, je kluisje 'kan ieder moment worden geïnspecteerd', en ziekte is geen geldige reden om te verzuimen. Ook veel klanten behandelen de verkoopsters, serveersters en schoonmakers als uitschot. Een uitzondering vormen de demente bejaarden in een verpleeghuis, van wie de auteur alleen maar tientallen keren de kwinkslag 'zij is Barbara Bush' hoeft te incasseren.

De aaneenschakeling van ellende is verteerbaar dankzij Ehrenreichs humor en droge stijl. Een periode bij een schoonmaakbedrijf voor particuliere woningen wordt bijna een slapstick. Op de instructievideo stofzuigen 'schaatst een knappe latina sereen rond met een stofzuiger van zeven kilo op haar rug', en de video stof afnemen is zelfs 'van een soort ascetische schoonheid'. Dan het echte werk: 'wij hollen met onze emmers en gereedschap naar de deur. (. . .) De beloofde lunchpauze is een pitstop van vijf minuten bij een snack winkel.'

De analyse van 'drie soorten stront resten' en 'het alarmerende tempo waarin Amerika's welgestelden hun schaamhaar kwijtraken' is hilarisch. Net als, verderop in het boek, het verslag van Ehrenreichs belpoging bij Wal-Mart.

Ze moet precies om zes uur een huisbaas bellen, maar dat valt in werktijd en is dus streng verboden. Haar schuilpoging ontgaat macho-chef Harold niet en leidt tot een idiote achtervolging tussen de kledingrekken. Uiteindelijk heeft Harold haar te grazen. '''Pauze'', zeg ik, met wat primatologen een angstgrimas noemen.'

De vertaling komt niet te laat, want Ehrenreichs boek is alleen maar actueler geworden. Terwijl in de VS de welvaart van de middenklasse en daarboven toeneemt, daalt het loon van de laaggeschoolden in de dienstensector. Momenteel leven veertig miljoen Amerikanen, met vaak twee van dit soort baantjes, onder de armoedegrens. Vijfenveertig miljoen hebben geen ziektekostenverzekering. Het verklaart waarom Ehrenreichs collega's op pijnstillers doorzwoegen, met versleten ruggen, sommigen zonder boventanden.

Dat ze veel alleenstaande jonge moeders treft, komt doordat hun recht op bijstand is afgeschaft. Al eerder schrapte de regering grotendeels de huursubsidie, zodat ook de kleinste flatjes voor de armen onbetaalbaar zijn geworden.

Ehrenreichs manifest heeft relatief weinig politiek effect gehad. In Europa hebben soortgelijke experimenten meer opgeleverd. Toen de Duitse journalist Günter Wallraff in de jaren tachtig op tv en in de bestseller Ik (Ali) verslag deed van zijn barre undercover-ervaringen als Turkse gastarbeider, reageerden de autoriteiten met verscherpte controles op de arbeidsomstandigheden. In Nederland werd de controle op illegale arbeid opgevoerd na Stella Braams vergelijkbare avonturen, op tv uitgezonden en opgetekend in De blinde vlek van Nederland (1994).

Een belangrijk verschil is dat Ehrenreich niet filmde en dat ze haar werkgevers, behalve Wal-Mart, anoniem opvoert. Had ze man en paard genoemd, dan was ze in het advocatenparadijs Amerika waarschijnlijk voorgoed monddood gemaakt en aan lager wal gebracht. Wallraff en Braam werden na hun publicaties ernstig bedreigd, en Wallraff kreeg twee processen aan zijn broek. Hij won ze, maar of hem dat in Amerika ook was gelukt?

Een halfjaar geleden werd de Amerikaanse droom ook al ontmaskerd in een boek van de geëmigreerde Nederlandse schrijfster Inez Hollander. Door de dotbom, het failliet van een massa internetbedrijven in 2001, verliest haar echtgenoot zijn computerbaan in Californië. Het jonge gezin moet plotseling zonder inkomsten 'overleven in de harde economie van de VS', zoals de ondertitel luidt.

Het boek, Ontwaken uit de Amerikaanse droom, is een integer en vaak geestig verslag, maar kan beter niet vlak na Ehrenreichs avonturen worden gelezen, want daarbij steekt het onzekere interen op spaargeld nog comfortabel af. Het stel vindt na twee jaar weer vast werk en weet zo zijn eigen huis en middenklassebestaan ternauwernood veilig te stellen.

Het boek hinkt jammer genoeg op twee gedachten. Een aantal hoofdstukken is gewijd aan de rampzalige verbouwing van wat een droomhuis had moeten worden. Dat leidt af van het zwaardere hoofdthema en reduceert het verhaal - hoe leuk ook - tot een Libelle-achtig 'moet je horen wat óns allemaal is overkomen'.

Het sterkst is Hollander wanneer ze haar beide vaderlanden laat contrasteren en haar strijdige loyaliteiten onderzoekt. Gepromoveerd in de Amerikanistiek koos ze twaalf jaar geleden bewust voor de VS, maar het harde sociale klimaat en de Bush-regering doen haar vaak terugdenken aan het humanere Nederland.

Met het oog op de Fortuynisering en de opmars van burgers en bagels in haar oude vaderland weigert ze evenwel te kiezen. 'Mijn hart', schrijft ze, 'is bicultureel.'

Barbara Ehrenreich: De achterkant van de Amerikaanse droom. Vertaald uit het Engels door Susan Janssen, Arnold Ovink en Cecilia Tabak. Atlas; 240 pagina's; ¿ 19,90. ISBN 90 450 0899 8.

Inez Hollander: Ontwaken uit de Amerikaanse droom - Overleven in de harde economie van de VS. Archipel; 235 pagina's; ¿ 16,95. ISBN 90 630 5121 2

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden