Slopen in redelijkheid

Nog niet zo lang geleden was het heel uitzonderlijk als een architect zijn werk beschermde door aanspraak te maken op de Auteurswet....

H ET voortbestaan van De Meerpaal in Dronten gaat velen aan het hart. Afgelopen woensdag nog schreef Jan Pronk, minister van VROM, een indringende brief aan het Drontense college van B & W om toch vooral zorgvuldig te handelen. Eerder schreef de Rijksbouwmeester, mede namens de directeur van de Rijksdienst Monumentenzorg, een dergelijke brief, net als de hoogleraar-decaan van de faculteit bouwkunde van de TU Delft en de directeur van de Bond van Nederlandse Architecten.

Dergelijke steun van zwaargewichten is nooit weg, maar of het iets uithaalt, valt te betwijfelen. Toch, ook als De Meerpaal tegen de vlakte moet ten gunste van een nieuw stadshart, is er nog hoop. Want Nora van Klingeren, de dochter van de op 16 juli overleden architect Frank van Klingeren, kan als erfgename alsnog een beroep doen op de Auteurswet om de sloop van zijn meesterwerk te voorkomen.

De Meerpaal-kwestie staat niet op zichzelf. Begin dit jaar, op 17 maart, deed het gerechtshof in Leeuwarden - zetelend in een gebouw ontworpen door architect Abe Bonnema - een opvallende uitspraak in hoger beroep.

De Stichting Bouw Bejaardenhuizen in Emmeloord wilde verzorgingshuis De Golfslag in Emmeloord slopen. Het in 1970 voltooide gebouw van Bonnema voldeed niet meer, er moest een nieuw tehuis komen. Daartoe had de stichting begin 1997 al toestemming gekregen van de Leeuwarder rechtbank. Slopen mocht.

En daar had de andere partij hoger beroep tegen aangetekend. Die partij was, jawel, de in Hurdegaryp wonende en daar ook werkende architect Abe Bonnema (1926). Hij deed als ontwerper van De Golfslag via zijn advocaat een beroep op artikel 25 van de Auteurswet. En met succes: het Hof stond de sloop niet toe.

De Auteurswet lijkt een nieuw wondermiddel dat verder reikt dan de Monumentenwet en machtiger is dan welke pressiegroep dan ook. Maar zo simpel ligt het niet.

De wet uit 1912, oorspronkelijk bedoeld voor 'auteurs', is in de loop der tijd steeds ruimer geïnterpreteerd. Zelfs computerprogramma's vallen er inmiddels onder, ook die worden gerekend tot de 'werken van letterkunde, wetenschap of kunst'. Evenals gebouwen dus.

Wie een technische uitvinding doet, kan zich niet beroepen op de Auteurswet. Die moet, om namaak tegen te gaan, zelf actie ondernemen en zijn vinding laten registreren. De Auteurswet daarentegen verleent rechten op 'geesteskinderen' zonder enigerlei registratie. En die rechten blijven bestaan tot zeventig jaar na de dood van de maker - zo bezien heeft de dochter van Van Klingeren nog even de tijd.

Maar niet alleen kant en klare gebouwen, ook 'ontwerpen, schetsen en plastische werken betrekkelijk tot de bouwkunde' vallen onder de Auteurswet. Dat werd pas echt duidelijk in 1966, toen architectenbureau Van den Broek en Bakema in het geweer kwam omdat een fotograaf voortijdig interieurfoto's had gepubliceerd van 'hun' aula van de TH-Delft. De rechter gaf de architecten gelijk: zij beschikten over het auteursrecht van het gebouw en mochten zelf bepalen hoe en wanneer het openbaar werd gemaakt.

Vanaf dat moment was de vraag: hoever reiken de 'auteursrechten' van architecten nou eigenlijk?

Die rechten worden opgesomd in artikel 25 en betreffen 'openbaarmaking' en wijzigingen die aan het werk worden aangebracht. Zo heeft de maker in principe 'het recht zich te verzetten tegen elke andere wijziging in het werk'. Maar onder voorbehoud, zegt de wetgever: 'Tenzij deze wijziging van zodanige aard is, dat het verzet in strijd zou zijn met de redelijkheid'.

Wat dat betekent, merkte een Zeeuwse architect die in 1969 wilde voorkomen dat een door hem ontworpen schoolgebouw in Krabbendijke met twee leslokalen werd uitgebreid. Hij beriep zich tevergeefs op de Auteurswet, omdat uitbreiding van de school noodzakelijk was. Bovendien meende de rechtbank dat het karakter van de school door een uitbreiding niet wezenlijk anders werd. De architect had zijn toestemming niet mogen weigeren.

Een dergelijke overweging maakte ook de rechtbank van Utrecht in oktober 1977. Toen spande een architect een kort geding aan tegen een corporatie die een rij woningen van zijn hand wilde voorzien van dakkapellen. De architect verloor, de rechtbank vond het verzet van de architect 'in strijd met de redelijkheid'. Daarmee was de toon voorlopig gezet. De rechters vonden de rechten van eigenaren kennelijk belangrijker dan die van architecten.

Toch staat heel nadrukkelijk in artikel 25 geschreven dat de maker zich kan verzetten 'tegen elke misvorming, verminking of andere aantasting van het werk, welke nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van de maker'.

Frank van Klingeren spande in 1988 een kort geding aan omdat er plannen waren De Meerpaal in Dronten drastisch te verbouwen. De rechtbank vond echter dat een beroep alleen mogelijk was als het bouwwerk door de wijzigingen onherkenbaar zou veranderen zonder dat daartoe een noodzaak bestond. En daarvan was volgens haar bij De Meerpaal geen sprake. Van Klingerens klacht werd dus in strijd geacht met de 'redelijkheid'.

Maar de rechter voegde er iets aan toe: zou er een echt proces worden gevoerd, een zogenaamde bodemprocedure, dan was het zeer wel mogelijk dat de wet anders werd geïnterpreteerd.

Helaas, Van Klingeren kreeg een beroerte, zag van een verdere rechtsgang af en zijn familie nam genoegen met een financiële regeling.

Sindsdien zijn heel wat architecten voor de rechter verschenen. Allemaal in kort gedingen. Abe Bonnema kwam in 1988 in verzet tegen de gemeente Tietjerksteradeel, die zonweringen wilde aanbrengen op het door hem ontworpen gemeentehuis. Bonnema kreeg gelijk: de zonneschermen bleven weg. Jelle Abma beriep zich op zijn rechten toen zijn gemeentehuis van Ruinen ingrijpend dreigde te worden verbouwd. De rechter gaf hem gelijk, maar achtte het terugbrengen in de oude toestand een te kostbare ingreep. De architect kreeg een schadevergoeding van 70 duizend gulden.

Ook D. van Mourik stapte naar de rechter: een door hem ontworpen bank zou vergaand gerenoveerd worden. En ook hij kreeg gelijk. De rechtbank in Breda was van mening dat het auteursrecht prevaleerde boven de economische belangen van de nieuwe eigenaar. De renovatie moest worden stilgelegd. En architect Chris Vegter kreeg van de rechter een schadevergoeding van maar liefst 150 duizend gulden toegekend, omdat de Friesland Bank 'zijn' gebouw door een ander liet verbouwen.

Hoezeer de jurisprudentie is veranderd in de loop der jaren, blijkt wel uit een uitspraak van het Hof in Amsterdam in 1992, waarbij zelfs de sloop van een gebouw werd gezien als inbreuk op de Auteurswet. 'Het Gebouw van IJzer' was niet zomaar een hoekpand aan de Amsterdamse Nieuwe Prinsengracht, maar maakte deel uit van het belendende kantoorgebouw Metropool (1966) aan de Weesperstraat. Volgens de architect, Arthur Staal, was de voorgenomen sloop derhalve een 'verminking' van zijn werk, die schade toebracht aan zijn naam en waarde als maker van het gebouw.

Het Hof gaf hem gelijk, maar vond dat bepaalde wijzigingen in de gevel toch toegestaan waren op grond van de redelijkheid. Het pand is, na een schikking, alsnog gesloopt, maar het rechterlijke vonnis betekende een doorbraak die er zeker toe heeft bijgedragen dat het Hof in Leeuwarden zich dit voorjaar ondubbelzinnig uitsprak vóór de rechten van Abe Bonnema op zijn bejaardenhuis De Golfslag.

Bonnema en het bejaardenhuis hebben elkaar inmiddels 'in goed overleg' gevonden. Het bejaardenhuis gaat op een andere locatie een nieuw tehuis bouwen en ondertussen wordt er gezocht naar een nieuwe bestemming voor De Golfslag. Voorlopig blijft De Golfslag in elk geval bestaan, dankzij de Auteurswet.

Op kamervragen naar aanleiding van de uitspraak van het Leeuwarder Hof antwoordde de staatssecretaris van VROM, J. Remkes, schriftelijk dat 'natuurlijk de vraag kan worden gesteld of de Auteurswet de rechten van de ontwerper niet te veel beschermt ten opzichte van die van de eigenaar. Voor een discussie (hierover) acht ik op zich voldoende aanleiding, omdat het vraagstuk naar alle waarschijnlijkheid in de toekomst nog aan belang zal toenemen.'

Dat is zuinig uitgedrukt. De discussie is al volop gaande. De architecten juichen, maar intussen wijzen juristen op de vele kanttekeningen die de rechters zelfs in hoger beroep maken. Bovendien vinden ze de sloop van een gebouw typisch een zaak waarop de Monumentenwet toepasbaar zou moeten zijn. Monumentenzorg bepaalt immers welke gebouwen tegen sloop beschermd kunnen worden.

Maar de Monumentenwet is alleen toepasbaar op gebouwen ouder dan vijftig jaar. Het is niet voor niets dat de twee belangrijkste rechterlijke uitspraken over sloop juist panden uit het eind van de jaren zestig betreffen. Na zo'n dertig, veertig jaar raakt een gebouw vermoeid en versleten of het is simpelweg lelijk, ouderwets geworden. Daarbij is de tijd voorbij dat gebouwen gemaakt worden voor de eeuwigheid. Sloop is, met andere woorden, nu veel eerder een reëele optie dan vroeger.

Dan rest de Auteurswet, en stapt er wel eens een architect naar de rechter. De kans op succes is twijfelachtig. Niet iedere rechter is bereid de beroepsgroep gelijk te schakelen met auteurs en componisten. Bovendien kan het begrip 'redelijkheid' verschillend worden uitgelegd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden