Sleen was de laatst overgebleven reus van de Belgische strip

Hij was zeer productief en werd beschouwd als een van de groten van het Belgische beeld-verhaal. Striptekenaar Marc Sleen overleed maandag op 93-jarige leeftijd.

Archiefbeeld van Marc Sleen. Beeld belga

Sleen was de laatst overgebleven reus van de Belgische strip. Samen met Hergé van Kuifje, Peyo van de Smurfen en Vandersteen van Suske & Wiske hoorde Sleen bij de groten van het Belgische beeldverhaal. Toch is hij, vergeleken met die collega's, in Nederland nooit heel populair geweest. Daar was zijn werk misschien te Vlaams voor.

Sleen was de bedenker van het oer-Vlaamse karakter Nero, die de hoofdrol speelde in 217 verhalen in de categorie 'familieklucht', waarvan er in België meer bestaan.

Toen Sleen in 1947 begon met de strip De avonturen van detective Van Zwam, speelde Nero nog een bijrolletje als krankzinnige die denkt dat hij een Romeinse keizer is: Nero dus. Uit lezersbrieven bleek dat men de halve gare leuker vond dan de detective en dus nam hij de eerste plek over. Sleen noemde zijn stripheld steevast 'het dagbladverschijnsel', vanwege Nero's langdurige optreden in de Belgische kranten.

Als gevolg van zijn hoge productiviteit moest Sleen zijn kolderieke avonturen in een rap tempo tekenen, waardoor foutjes in de logica van het verhaal niet ongewoon waren. Ook voor afwijkende 'camera-instellingen' had de tekenaar geen tijd, dus elk beeld werd ten voeten uit en frontaal gepresenteerd. Wat grafische charme betreft, mankeerde er overigens niks aan, getuige bijvoorbeeld zijn omslagontwerp voor Het Bobo Beeldje uit 1965, waarop Nero in de kookpot dreigt te verdwijnen, maar door de Afrikanen eerst nauwkeurig wordt gekeurd op eetbaarheid. In een land dat lange tijd de Congo koloniseerde, was dat een fijne omkering van zaken. Sleen was Afrikaliefhebber en dat zag je terug in zijn strips: een van de populairste karakters is Petoetje, een zwart wonderkind dat bevriend is het met blanke meisje Petatje.

Met zijn absurdistische en zeer Vlaamse plots heeft Sleen grote invloed uitgeoefend op stripmakers als Urbanus en Kamagurka. In 2003, toen Sleen zichzelf te oud vond worden, werd de serie stopgezet.

Als Marcel Honoree Nestor Neels werd de stripmaker op 30 december 1922 in Gentbrugge geboren. Hij volgde tekenlessen aan de academies van Sint-Niklaas en Gent en kon in 1944 als politiek karikaturist aan de slag, maar toen hij zag hoe succesvol Suske & Wiske van Willy Vandersteen waren, ging hij ook strips tekenen. Een van de titels waaraan hij werkte was Doris Dobbel: in 2010 is een antiquarisch exemplaar uit deze reeks voor 14 duizend euro verkocht en geldt sindsdien als het duurste Nederlandstalige stripboek tot dusverre.

Een pagina uit het album De vrolijke avonturen van Doris Dobbel. Beeld Catawiki.nl

Tussen 1952 en 1965 maakte Sleen (een anagram van zijn echte naam) de humoristische strip Oktaaf Keunink over een ambtenaar met bolhoed en bazige vrouw, een combinatie die sterk doet denken aan onze eigen Pa Pinkelman en diens Tante Pollewop. Daarnaast werkte Sleen aan De lustige Kapoentjes, een zeer populaire reeks in Vlaanderen. 'Ik was zot van de Kapoentjes', verklaarde Kamagurka een halve eeuw later voor de Vlaamse tv, toen hij zijn jeugdheld mocht interviewen.

Sleen is bij onze zuiderburen een grote meneer. Hij werd in 1997 door koning Albert II geridderd. De belangrijkste Belgische stripprijs is de Bronzen Adhemar en genoemd naar Nero's zoontje. En in de Brusselse Zandstraat, pal tegenover het Belgisch Centrum voor het Beeldverhaal, is sinds 2009 een Marc Sleen-museumpje gevestigd. Het bezit 15 duizend originelen van wijlen de veeltekenaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden