SLECHTS EEN DOORGEEFLUIK

Televisie als kunstvorm is een hot item - zie de tentoonstelling Satellite of Love in Rotterdam, en zie het advies van de Raad voor Cultuur om meer kunstsubsidie te besteden aan onder meer interactieve tv....

'Ik heb het!'. De schreeuw moet tot in de wijde omtrek te horen zijngeweest, op de eerste vrijdag van oktober 1925, toen de jonge Engelseonderzoeker John Logie Baird de eerste tv-beelden zag van zijnbuikspreekpop Stooky Bill. Rechtstreeks uitgezonden en met een'onwaarschijnlijke helderheid', zoals hij later in zijn memoires zouschrijven.

Het zou nog enkele jaren duren voordat hij de finish van The Derby livemet beelden zou verslaan, maar Baird vermoedde al wel dat de tv zouuitgroeien tot het 'machtigste aller massa-media', zoals Edwin Carelsschrijft in Kan televisie rijmen met revolutie?. Carels is de samenstellervan de tentoonstelling Satellite of Love die momenteel in de kunstcentraWitte de With en TENT in Rotterdam is te zien.

De expositie wil niets minder dan een feest van nieuwe mogelijkhedenzijn, van verwachtingen hoe de televisie er in de toekomst uit zal gaanzien. Televisie is kunst, is de gedachte, of kan dat op zijn minst worden.Door het hele gebouw staan monitoren opgesteld en verschijnen projectiesop de muur. Vanuit provisorische studio's vol met de meest geavanceerdeapparatuur, monitors, laptops, animatie-programmatuur, honderden stekkersen kilometers elektriciteitsdraad worden programma's rechtstreeks de wereldingezonden. En tijdens workshops worden de grenzen van het uitzend-heelalonderzocht, het fenomeen van de micro-tv-stations, hoe je je eigen tv kanbouwen, maar ook 'hoe televisie een kunstpraktijk is geworden', zoalstijdens de demonstratie van Avant-TV werd uiteengezet.

Als onderdeel van het Rotterdams filmfestival-programma ExplodingTelevision, zal de rol van kunstenaars binnen de vernieuwingen vantelevisie contouren moeten krijgen. Want tv als kunstvorm is een item. Endaarin staat de tentoonstelling niet alleen. Zo overlaadt PARK TV altwintig jaar lang de grootstedelijke huiskamers met een nachtelijkekunstprogrammering van 'puur beeld en geluid'. Hetzelfde gold voor hetonlangs beëindigde Nachtpodium van de VPRO, en de uitzendingen vanDeEenMinuten, met video's, films en animaties die exact zestig secondenduurden.

Een indicatie voor de opmars van de nieuwe media, waaronder televisie,binnen de kunst is ook het advies van de Raad voor Cultuur aanCultuurminister Medy van der Laan, voor de periode 2005-2008, een 'hogerstructureel subsidiebedrag toe te kennen' aan de grensoverschrijdendekunstinstellingen, waaronder het Virtueel Platform en Submarine die eenpaar jaar geleden in Rotterdam interactieve televisie lanceerden. Integenstelling tot de grote bezuinigingen bij de traditionele instellingen,wil de Raad met name aan de e-cultuur ruim 900 duizend euro extra te geven.

Maar of het optimisme over tv als kunst gerechtvaardigd is, is maar devraag. Bij de dood, afgelopen zondag, van de Koreaanse tv-kunst-goeroe en'vader' van de nieuwe media Nam June Paik, is de kwestie plots nog actuelergeworden. Ook hij meende aanvankelijk dat tv als kunstdiscipline eentoekomst zou hebben. Wat op het eerste gezicht tot de mogelijkheden hadkunnen behoren: tv heeft ontegenzeggelijk artistieke eigenschappen. Geenmedium dat van zichzelf zo'n verslavende aantrekkingskracht heeft, door debedwelmende combinatie van beeld en geluid, de beweeglijkheid van deopnames, alle mogelijkheden van digitale bewerking, met graphics enanimaties.

Televisie heeft bovendien in de loop van zijn bestaan veleonvergetelijke beelden opgeleverd: de eerste wandeling op de maan, de valvan de Berlijnse Muur, de begrafenis van Winston Churchill of de duizendenherhalingen van de aanslag op de Twin Towers. Opnames die met haastkunstzinnige kwaliteiten werden uitgezonden.

En natuurlijk, op de televisie kan je kunst laten zien, met opnames vanschilderijen en sculpturen. Je kan foto's als een diaserie vertonen, eenartistieke speelfilm draaien of (meestal na middernacht) een verzamelingkorte kunstenaarsvideo's. Maar de uitzendingen zelf worden er geen kunstdoor, wat ook geldt voor al die filmpjes en video's die wél speciaal voorhet medium zijn gemaakt.

Het ligt namelijk in de aard van het medium dat tv überhaupt geen kunstis, net zo min als er radio-kunst is of telefoonkunst (op tweeuitzonderingen na: Monique Toebosch' tijdelijke Engelenzender die tebeluisteren was op dijk tussen Enkhuizen en Lelystad, en de telefoontjesdie de Schotse kunstenaar Douglas Gordon pleegde met bezoekers in eencafé). Het verschil zit 'm in het onderscheid tussen afbeelden enverbeelden, tussen het mimetische en het iconische.

Televisie is in wezen een wetenschappelijke ontdekking, een geluidskasten pixelkanon, afgesteld op herkenbare klanken en kleurvlekken. Eentweedimensionale wereld van visuele en auditieve informatie, die elderswordt geregistreerd en vastgelegd, en door een draadje aan de voordeurwordt afgeleverd - zonder zich al te zeer te bekommeren op wat voor toestelhet wordt uitgezonden en of het bankstel daar bij past. Een wereld dieweliswaar gemanipuleerd kan worden en artistiek vormgegeven, maar waarvande techniek gebaseerd is op een zo getrouw mogelijke nabootsing (mimesis)van de werkelijkheid.

Kunst heeft daar weinig mee van doen. Hoezeer kunstenaars zich ook opde waarneming en werkelijkheid baseren, hun werk is niet als representatiebedoeld. Integendeel, kunst genereert zelf beelden, éigen beelden, diebovendien niet alleen visueel zijn, maar ook stoffelijk, en appelleren aanhaast alle zintuigen. Een 'icoon' dat imaginair én materieel, metaforischén reëel is. Of zoals bij een schilderij, dat gelijktijdig een herkenbaarportret is én een hoop abstracte verf. Zelf bij de videokunst speelt devorm van de monitor, de juiste projectie op de muur of de donkerte van demuseumzaal een doorslaggevende rol. Niet bij televisie.

De combinatie van programmering, netwerk en ontvangst - wat televisieonderscheidt van de andere visuele media als video, fotografie en film -is en blijft enkel een elektronisch doorgeefluik. Net als radio en telefoonuitgevonden om zo veel mogelijk mensen mee te kunnen laten genieten van eengebeurtenis die ergens anders plaatsvindt. Dat is ook het unieke vantelevisie: the best of both worlds, de huiselijkheid van de woonkamergecombineerd met het enerverende van de buitenwereld.

Komt bij dat de wereld áchter de beeldbuis een heel andere is dan bijde kunst. Daar kwam Nam June Paik ook achter op het moment dat hij beseftedat televisie meer was dan bewegende beelden. Hij raakte gefrustreerd doorhet idee dat de tv ook een industrie was die zich de opdracht had gesteldde massa te bedienen van zoveel mogelijk gelijke programma's.

De kritiek sluit aan op waar in de jaren vijftig door filosofen alsHorkheimer en Adorno al voor werd gewaarschuwd, dat de massaliteit van hetnieuwe medium 'homogenisering' in de hand zou werken. En daarmeenivellering en vervlakking. Om maar te zwijgen van de macht die dezendgemachtigden op den duur zouden krijgen, met alle gevaren vanmanipulatie en indoctrinatie.

De stemming is vanaf de beginjaren van de televisie beslist niet alleenoptimistisch geweest. Temeer omdat met zoveel mensen aan de knoppen de kansop uitgesproken, onderscheidende en non-conformistische tv-programma'sbehoorlijk werd verkleind. Bureauredacties, regisseurs, producers, camera-en geluidsmensen, omroepverenigingen, netmanagers, directeuren - samen metde facilitaire ondersteuning (camera's, studio's, zendtorens en -wagens ensatellieten) is de tv-wereld vele malen groter en complexer dan deorganisatie die er voor nodig is om een enkel kunstwerk aan de muur van hetmuseum te hangen.

Uit frustratie en weerzin tegen zoveel logistiek en verlies vankwaliteit richtte Nam June Paik in de jaren zeventig zijn eigen bescheidennetwerk op (net als Andy Warhol die zijn eigen commerciële station had).Afgaande op wat er in Witte de With te zien is, waren beide kunstenaars huntijd ver vooruit: de televisie in zijn klassieke gedaante - als uitzendingvan wat anderen elders hebben opgenomen - is in een rap tempo aan hetveranderen.

De ontwikkeling zit in een stroomversnelling. Mede door dedemocratisering die het medium sowieso eigen is: dat iedereen er aan deelkan nemen. Niet alleen als kijker, maar nu ook als producent. De grotezendstations krijgen concurrentie. Hun monopoliepositie wordt doorbrokendoor kleinschalige initiatieven. Iedereen met een computer kan tegenwoordigeen montageset downloaden, om zelf opnames aan elkaar te plakken; opnamesdie met camcord camera's, fototoestel of een mobieltje zijn opgenomen.Kijkers zullen in de toekomst ook niet meer om acht uur het toestelaanzetten voor het journaal, maar op ieder gewenst moment. Als het omtechnische vooruitgang gaat, lijkt de sky inderdaad de limit te zijn.

En precies dát maakt de presentatie van studio's en apparatuur inRotterdam ook zo treurig: deze innovaties leveren geen enkel interessantbeeld op. Terwijl er vele manuren worden besteed aan het meest bekeken enmeest informatieve beeldsysteem ever, wil het maar niet lukken iets temaken, dat in de verste verte even waardevol is als een schilderij vanGerhard Richter, Luc Tuymans of Jeff Koons. Wat je toch zou verwachten vaneen expositie in een kunstinstelling, en bezien in het licht van de 9 tonextra die de overheid op de kunstbegroting uit trekt voor vergelijkbareinitiatieven.

De progressie in de 'tv-kunst', e-cultuur en nieuwe media is nietkunstinhoudelijk maar facilitair. Het maakt de presentatie in Rotterdammeer tot een huishoudbeurs voor elektronica dan een tentoonstelling. Hetmerendeel van de activiteiten is gericht op puur technischeaangelegenheden, om het bereik te vergroten, te verfijnen en teindividualiseren.

Dat geeft de Raad voor Cultuur in haar advies ook indirect toe. Dehogere subsidies voor de 'grensoverschrijdende instellingen' wil zijnamelijk bekostigen uit het Actieplan Cultuurbereik. Zoiets duidt op eenlogistiek motief: de promotie van nieuwe media dient een breder engevarieerder publiek, geen artistiek doel. Lees alle websites van de nieuwegeneratie tv-stations er maar op na: e-cultuur gaat over toegankelijkheid,een groter bereik, 'netwerkarchitectuur', en het 'deconstrueren van defundamenten van intellectueel infotainment'. Zelden over verbeelding of eenandere beeldopvatting.

Is Nam June Paik dan voor niets gestorven? In 1992, na een paarnetwerk-experimenten, liet hij uiteindelijk een goudvis zwemmen in een leegtelevisietoestel. Paik had de stekker uit de tv-kunst gehaald.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden