'Slatkin? Een Amerikaanse held'

Opwinding golfde over de boorden van de Potomac, toen Leonard Slatkin in 1996 aantrad in Washington als de eerste Amerikaanse chef-dirigent van The National Symphony Orchestra....

GEHOORZAMEND aan een ijzeren wet die voorschrijft dat Amerikaanse orkesten en concertzalen zich schikken naar de helpende hand van een women's committee, opereert in Washington het John F. Kennedy-centrum voor de podiumkunsten onder het hoge engelbewaarderschap van zes erevoorzitsters. Het huisblad Stagebill noemt Mrs. Hillary Rodham Clinton, Mrs. George Bush, Mrs. Reagan, Mrs. Carter, Mrs. Ford en Mrs. Johnson. Om een of andere reden ontbreekt mevrouw Nixon. Zo ongenaakbaar als het Kennedy Center for the Performing Arts eruit ziet, met zijn witte, torenhoog oprijzende foyermuren en zijn roerloze vlaggenverzamelingen aan de plafonds van de wandelgangen, zo magnifiek is het zicht op de Potomac River. Beneden aan de straatkant lonkt eenzaam in het naburige Watergate-complex de coffeebar Cup'a Cup'a.

De onopvallende presidentiële loge in de concertzaal onderscheidt zich bij nader onderzoek door een achterkamer waarin foto's hangen van Bill en Hillary, respectievelijk Hillary en Bill, nog eens Bill en Hillary en weer Hillary en Bill, en twee spiegels waarin het paar kan controleren of het er nog net zo uitziet als op de foto's.

Clinton staat bekend als een liefhebber op afstand: het schild met het presidentiële zegel hoeft niet bepaald elke week aan de balkonrand te worden opgehangen, maar toen de concertzaal na de jongste verbouwing feestelijk werd heropend, was Clinton zonder voorbehoud van de partij. Het staatshoofd dirigeerde Stars and stripes for ever van de getructe John Philip Sousa, en deed dat 'eigenlijk heel goed', zegt Leonard Slatkin.

Slatkin, sinds 1996 chef van The National Symphony Orchestra, reed naar het Witte Huis toen zijn president hem om een dirigeerles vroeg, en ontmoette een talent. 'Hij zei: ''Als ik langzamer wil worden, zal ik daar de slag dan breder nemen?'' Ik zeg: ''Hoe weet u dat?'' De les duurde een half uur. We hebben wat gepraat . . . het is aardig om een president te hebben die je zijn vriend noemt. Een beetje ontroerend zelfs.'

Er is een theorie, die zegt dat de machtigen der aarde heimelijk van jaloezie zijn vervuld jegens dirigenten. Slatkin: 'Clinton vertelde me dat hij zijn optreden nooit zou vergeten. Hij zei: ''Het was de enige keer in mijn leven dat honderd mensen precies deden wat ik zei, en allemaal tegelijk.'''

Senator Ted Kennedy nam de mars Washington Post op zijn dirigentenrepertoire ('opgewonden en exuberant'), en er zijn meer politici die zich de associatie met de Amerikaanse toonkunst graag laten welgevallen. Slatkin: 'Zelfs Newt Gingrich was hier, van wie iedereen zegt dat hij een hekel heeft aan alles wat kunst is. Hij bleek een groot supporter van wat we hier doen.'

Slatkin heft zijn stokje. Nieuwe dirigent legt nadruk op het 'nationale' van het National Symphony Orchestra', kopte in september '96 de Washington Post op de voorpagina. Onmiskenbaar waren volgens verslaggever Tim Page de 'gevoelens van opwinding' op het terras aan de boorden van de Potomac, toen de opvolger van Mstislav Rostropovich zijn chefschap inluidde met een programma dat volledig uit Amerikaans werk bestond. 'Bernstein, Ellington, maar ook minder bekende figuren als Claude Baker, Howard Hanson en Dominick Argento.'

Sterker, van de 24 stukken die Slatkin de eerste vijf weken van dat seizoen zou dirigeren, waren er zeventien van Amerikaanse herkomst. Van de betrokken componisten waren er negen nog in leven - een ongehoorde statistiek.

Dat Slatkin zich in St. Louis een kleine twintig jaar lang niet alleen bezig had gehouden met Mahler en Robert Schumann, maar ook met Bill Schuman, Bill Bolcom, Piston, Thomson, Barber, Schwantner e tutti quanti, weerhield Time Magazine er niet van hem in te huldigen als een nieuwe ambassadeur van de Amerikaanse muziek. 'In Washington', zegt Slatkin, 'zingen de dingen nu eenmaal gauw rond. Dit is een stad van mensen die elkaar tegenkomen. Je hebt hier meer advocaten dan in welke stad ook ter wereld.'

'Twee boze brieven stroomden binnen', zegt orkestdirecteur Robert C. Jones met blijde ironie. Hij kent het dictum 'het publiek stemt met de voeten' (vuistregel en dooddoener van het muziekprogrammeren in Amerika). Ook was hij vertrouwd met het 'oude verhaal' dat het publiek in de klassieke sector geen Amerikaanse componisten wil horen, en met de ijzeren regel dat donateurs 'net als investeerders' eerst 'succes' willen zien, voor ze het chequeboek grijpen. Jones is, met andere woorden, nog verbaasd over de onmiddellijke respons op Slatkins Amerikaanse excercities. 'Eigenlijk weet niemand precies wat er aan de hand is', zegt Jones.

SLATKIN, DE eerste Amerikaanse chef in de muziekgeschiedenis van Washington, verwijst niet zonder bescheidenheid naar andere voorbeelden. 'Dave Zinman liet zich in Baltimore ook niet onbetuigd.' En in San Francisco zit 'Mike' Thomas. 'Bij een Amerikaan heeft het publiek meer het gevoel dat de dirigent er zelf in gelooft.'

Het Amerikaanse componeren en het Amerikaanse muziekleven zijn niet samen opgegroeid. Slatkin: 'De Amerikanen hebben een lange traditie van Europese dirigenten. Tot in de jaren vijftig zijn Amerikaanse stukken bijna uitsluitend door Europeanen in première gebracht. Weinig is herhaald. Er is geen traditie opgebouwd. Telkens opnieuw doet zich het verschijnsel voor van nieuwe stukken die nauwelijks in verhouding staan tot een historisch perspectief.'

De opwinding is intussen wat geluwd. Er gaat nog steeds geen Slatkin-programma voorbij of naast Dvorak klinkt Adams, of naast Bernstein een JFK Suite van John Williams. Of, naast de Amerika-toerist Puccini, een Symfonie nr 2 van de Chinese, naar Brooklyn verhuisde componiste Chen Yi. Dat stuk was hem opgevallen temidden van de stapels nieuwe partituren die bij Slatkin door de brievenbus komen.

Als ambassadeur van Amerikaanse zaken heeft Slatkin niettemin een 'stapje terug' gedaan terwille van de 'balans'. Gedruis aan de boorden van de Potomac is nu hoofdzakelijk afkomstig van overscherende vliegtuigen, of schoolklassen die plukharend afsnellen op de metershoge bronzen John Kennedy-kop die in de Grand Foyer staat opgesteld (volgens hun gids toont de ene gezichtshelft van het gevaarte de trekken van de jonge Kennedy, en is aan de andere kant een vermoeide, oudere president te zien).

In de concertzaal repeteert Slatkin de symfonie die Chen Yi opdroeg aan de nagedachtenis van haar vader, een arts die tijdens de Culturele Revolutie te werk werd gesteld, en aan ontberingen stierf. 'Ikzelf moest drie jaar stenen sjouwen', lacht Chen gul. Ze werd op haar zeventiende teruggeroepen om violiste te worden bij de Peking Opera, en kwam later in de compositieklas van het conservatorium terecht. Met medestudenten als Tan Dun, Guo Wenjing en Qu Xiasong maakt ze deel uit van een Chinese diaspora die is uitgezwermd over Europa en de VS, successen boekend met mengvormen van Chinese traditie en westerse avantgarde.

Chen Yi, wier herdenkingssymfonie na een geheimzinnig begin uitmondt in striemende bekkenslagen, blijkt een opgeruimde natuur. Op besliste toon zingt ze de solocellist boeddhistisch georiënteerde accenten voor. Schaterend vraagt ze of het slagwerk in maat zoveel iets zachter kan.

Het stuk beleefde vijf jaar geleden zijn première bij het Women's Philharmonic Orchestra in San Francisco, dat het ook op een cd zette. Ze heeft geen idee wie haar partituur bij Slatkin heeft bezorgd, maar haar waardering is enorm. 'Als ik een dochter had, noemde ik haar Leona Slaki.'

Wie hem het stuk toezond, is ook Slatkin ontgaan. Van zijn dirigentenkamer loopt hij naar de kast waar ingezonden partituren aanspoelen, veertig of vijftig per maand. 'Van de meeste lees ik een paar bladzijden. Dan gaan ze naar mijn assistent. Kan die nog eens kijken.'

Hij vist een exemplaar uit de stapel, leest de titel (Sea fable) en duwt het stuk terug. 'Jammer. Ik zal nooit een stuk doen dat Sea fable heet.' Nog een greep: een stuk van Justin Dello Joio. 'Moet een zoon zijn van de oude Dello Joio. Ik zal kijken, wie weet.'

Wie hem niet kent, zou misschien denken dat Slatkin zijn hele muziekgeschiedenis uit een grabbelton haalt, maar niets is minder waar. 'Ik heb geen masterplan voor het neerzetten van een Amerikaanse traditie. Maar als je iets uitvoert, en nog eens uitvoert, met overtuiging, dan zullen je toehoorders uiteindelijk iets van een beeld zien oprijzen.

'William Schuman had een lyrische manier van schrijven voor de strijkers. Zijn kopersecties klinken onvervalst Amerikaans. Twintig seconden en je herkent Bill Schuman. Walter Piston, ook heel identificeerbaar. John Corigliano, een van de belangrijkste geluiden in de Amerikaanse muziek van vandaag. De première van zijn Dylan Thomas Trilogy was in maart een succes. Zijn stuk The red violin zal in Amsterdam veel belangstelling wekken.'

AMERICAN Adventures, het Amsterdamse festival waarin Slatkin vier keer zal optreden met het Concertgebouworkest, biedt ook het contemplatieve String quartet and orchestra van Morton Feldman. Een eigenzinnig werk, dat door Slatkin subtiel wordt ingedeeld (met John Cage) onder de noemer 'interessant deel van ons verleden'. Het waren de heren en de mevrouw van het - minder dan Slatkin op de mainstream ingestelde - Kronos Kwartet die Feldman graag op het programma zagen. 'Dat hele festival in Amsterdam zou in Amerika toch moeilijk te organiseren zijn', relativeert Slatkin. Sommige stukken zijn bijna cliché, maar andere zijn dat juist niet, en dat is het punt.'

Over John Williams filmmuziek uit Schindler's list: 'Als je een suite uit een opera speelt, klaagt niemand, dus waarom zou je dan geen suite spelen uit een filmscore?'

Over het Amerikaanse van Amerikaanse muziek: 'Het is net als het land, een combinatie van alle snuiters die ernaar toe zijn gekomen. Maar je kunt het toch heel aardig generaliseren. Het is altijd energieke muziek. Ook als een stuk lyrisch getint is.'

Slatkins vader was in Hollywood concertmeester van het studio-orkest van 20th Century Fox. Zijn moeder speelde eerste cello bij Warner Bros. Slatkin: 'Om de week logeerden we bij Frank Sinatra. Danny Kaye kwam bij ons koken. Ik werd meegenomen naar Stravinsky, en toen er geen oppas was, namen ze me mee naar Schönberg. Voor mij was het allemaal gewoon. Maar één keer zaten we na een opnamesessie in de kantine, en aan de tafel naast ons zat Doris Day. Ik was zeven, en leefde in de overtuiging dat haar liedjes over mij gingen. Mijn ouders zeiden: ''Aan die andere tafel zit Betty Grable, wil je daar dan niet heen?'' Ik greep mijn kans, en ontmoette Doris Day.'

De Amerikaanse wisselwerking: 'De greep naar de song, de dans, de ragtime, de blues. Bijna iedereen deed het of doet het. Van Christopher Rouse heb ik net de première gebracht van een pianoconcert waarin hij componisten parafraseert die in het gekkenhuis belandden, Robert Schumann en de gitarist van de rockgroep Moby Grape. Ontroerend.'

De rap: 'Ik heb de laatste weken weer zitten luisteren naar disco uit de jaren zeventig, en naar hiphop en rap. Goede akkoorden, goede ritmen, goede baslijnen, goed koper. Verbluffend soms. Zal vroeg of laat ook wel terugkomen in het symfonische metier, waarom niet? Ik vraag me wel af of die geweldteksten van de laatste jaren op echte sentimenten berusten.'

Over de politieke (in)correctheid van een nationale cultuur: 'Muziek is de laatste kwarteeuw steeds beschouwd als een internationale taal. Volgens mij verdwijnt dat rare idee. Ik spreek geen Hongaars, maar als ik Hongaarse muziek hoor, denk ik aan dat land. Goede Amerikaanse componisten, Adams, Corigliano, Schwantner, die zwaaien niet met vlaggen, maar ik herken ze wel als Amerikaan.'

'Slatkin? Een Amerikaanse held', meent Frances Richard, vice president van de ASCAP, auteursrechtenbureau en belangenorganisatie van componisten, tekstschrijvers en uitgevers. Richard zetelt in New York tegenover de Metropolitan Opera en de concertzaal van de New York Philharmonic (gemelijk: 'Elke dag zie ik de zon over Amerika ondergaan'), en ze weet wie Chen Yi's partituur naar Slatkin stuurde.

Richard: 'Ik ben een koppelaarster.'

Richard bestiert de klassieke afdeling van de ASCAP, bemoedert vijfduizendvijfhonderd componisten van kamermuziek, elektronisch en symfonisch werk, en deelt prijzen uit in categorieën als 'avontuurlijke programmering' en 'uitvoeren van Amerikaans werk tijdens buitenlandse tournees'. Voor 'educatieve programmering' bedacht ze een Bernstein Award.

'Leonard is anders dan Lennie. Als Lennie Bernstein naar Hiroshima ging, dan was dat op het nieuws. Slatkin is meer het type dat op de radio een honkbalwedstrijd gaat verslaan, met de boodschap ''Ik ben Amerikaan, ik begrijp jullie en nou komen jullie ook naar mij''.

'Op de dag dat Lennie stierf, dirigeerde Slatkin toevallig in New York. Hij veranderde zijn programma onmiddellijk in een Bernstein-programma. Toen ik in de pauze door de achterdeur naar binnen kwam, stond hij moederziel alleen met zijn gezicht naar de muur te huilen. Na een tijdje klaarde dat op, en hij zei: ''Nu Lennie dood is, kan ik zijn muziek doen zoals ik vind dat het moet.'''

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden