Slapeloze is ideale filmheld

In het echt is het een ramp, in films en series een uitkomst: slapeloosheid. Want personages die geen oog dicht doen, lenen zich uitstekend voor leemten en gebreken.

Matthew McConaughey in 'True Detective'.

Jack ziet er niet uit. Zijn gezicht is bleek. De wallen onder zijn ogen zo donker, dat het lijkt alsof hij een blauw oog heeft. Kwam je de schade-expert uit Chuck Palahniuks cultroman Fight Club (meesterlijk verfilmd door David Fincher met Edward Norton en Brad Pitt in de hoofdrollen) tegen bij de koffieautomaat, je zou hem een lange vakantie in de zon adviseren. Vakantie, echter, zou Jack waarschijnlijk weinig helpen. Jack, moet u weten, lijdt aan insomnie.

Het duurt al zes maanden. En, zo zouden de experts die vanavond in Heel Nederland Slaapt van Omroep Max aan het woord komen u kunnen vertellen, het is geen pretje. 'Wie insomnie heeft', horen we ook Jack zeggen, 'slaapt nooit echt, maar is ook nooit echt wakker; zijn wakende leven voelt als een kopie van een kopie van een kopie.' Om die cyclus te doorbreken, probeert Jack van de dokter pillen los te peuteren - tevergeefs: 'Jij hebt gewoon meer beweging nodig.' 'Toe, ik lijd pijn', smeekt Jack. En inderdaad: hij oogt gepijnigd.

En hij is niet de enige. In Amerikaanse series en films is de slapeloze een graag geziene verschijning. Naast Fight Club kennen ook The Machinist, Cashback, Taxi Driver, True Detective, Memento, Chasing Sleep, Gladiator (Keizer Commodus), en, jawel, Insomnia een hoofdpersonage dat gebukt gaat onder het onvermogen zich over te geven aan de slaap. Meer titels laten zich vast bedenken, zeker wanneer men bijfiguren meetelt. Zulke titels vormen bijkans een volwaardig subgenre: de insomniafilm. Slaap zelf wordt in fictie vaak veronachtzaamd (behalve wanneer het spectaculaire, met actie volgestopte droomsequentie betreft zoals in Inception), maar de gevallen waarin de slaap juist uitblijft, zijn prominent aanwezig.

Zulke personages hebben mijn bijzondere interesse.

Heel Nederland slaapt

Vanavond zendt Omroep Max een eenmalige special uit over 'het fenomeen slaap', Heel Nederland Slaapt, met aandacht voor vragen als: wat gebeurt er met ons lichaam wanneer we met onze ogen dicht in bed liggen? Waarom dromen we? Hoe komt het dat veel ouderen aan 4 à 5 uur slaap genoeg hebben?

Vanavond om 21.20 uur, op NPO 1.

Zelfrelativering verdwijnt als eerste

Hun slapeloosheid is mijn slapeloosheid. Ik ken die nachten waarin je wanhopig zoekt naar je 'derde zijde' (Nabokov, slapeloos uit principe); waarin de slaap nader komt, steeds nader, en dan - godvertering! - weer wijkt. Ik weet ook wat erop volgt: ochtenden en middagen waarop je ronddoolt met wat voelt als een strak aangedraaide band van vermoeidheid om je hoofd, avonden waarop de slaap, die vanzelfsprekendste van alle bezigheden, problematisch wordt; waarbij alleen de gedachte aan je bed je al een adrenalinestoot bezorgt, waarbij de slaapkamer verandert van een plek voor rust en ontspanning in één van zelfkwelling. Óf van gedeelde kwelling. Een waar geliefden of tijdelijke logés het genoegen mogen smaken het bed te delen met een betonmolen.

Achteraf, tijdens periodes dat je wel slaapt, valt dat natuurlijk makkelijk te relativeren (jonge ouders maken ook korte nachten, net als beginnende artsen of nachtportiers) maar het vervelende van slapeloosheid is dat juist het vermogen tot zelfrelativering er als eerste door wordt aangetast. Ik bedoel: wie meer dan 48 uur non-stop wakker is, heeft het gevoel dat er in zijn hoofd een frituurpan aanstaat. Je zou je pink opofferen om je zintuigen te drenken in onbewustheid.

Afbeelding uit het kinderboek 'Schapen tellen' van Hans van der Meer.

Wie dat gevoel kent, weet zich een gelukkig mens wanneer hij 's ochtend wél uitgerust wakker wordt. In mijn geval heeft het me ook alert gemaakt op vertolkingen van personages met slapeloosheid.

Het kost me derhalve weinig moeite een lijstje met slapeloosheidsfilmcliché's op te stellen. De wekkerradio, dat hatelijke apparaat, prijkt bovenaan. Zij vormt de externe belichaming van de kwaal en moet dus zo snel mogelijk bedekt / losgetrokken / in het nachtkastje gesmeten worden. Vervolgens zijn daar in fictie de middernachtelijke tochten door verlaten supermarkten en het nocturnale, vanaf de bank beoefende, door de afstandsbediening mogelijk gemaakte bingen van Tel Sellafleveringen of, het kan altijd erger, het weerkanaal. Voorts: het achter het autostuur knikkebollen en net op tijd weer wakker schrikken. En net op tijd betekent in filmtermen: net voordat die truck op de andere weghelft je voertuig ineendrukt als een blikje frisdrank. Het zijn slechts een paar voorbeelden. Enkel het feit dát men de herhaling opmerkt, geeft aan hoezeer slapeloosheid tot stijlfiguur is verworden.

Geen nieuw fenomeen

Nu beperken slapeloze personages hun aanwezigheid niet tot films en televisieseries. Evenmin zijn ze een product van deze van smartphones en tablets vergeven tijd. Slapeloze personages bestonden ver voor de uitvinding van het elektrisch licht; ze bestaan sinds mensen schrijven. Shakespeare onthield Macbeth de zegeningen van de 'zachte zuster der natuur'; de Schotse koning werd wakker gehouden door zijn knagende geweten, en misschien ook doordat zijn vrouw, lady Macbeth, voortdurend in haar slaap praatte en slaapwandelde. Charles Dickens, die zelf aan slapeloosheid leed, en 's avonds lange wandelingen placht te maken om zichzelf te vermoeien, zadelde de obese bediende Fat Joe in zijn Pickwick Papers op met een slaapziekte. Tot de 19de eeuw, schrijft Paul Martin in Counting Sheep, een prachtige studie naar slaap en slapeloosheid, maakten dergelijke personages deel uit van literatuur die bol stond van de verwijzingen naar slaap en dromen. Inmiddels zijn zij er het laatste overblijfsel van.

Wie een sociologisch-medische verklaring zoekt voor de populariteit van de slapeloze in de hedendaagse cultuur (ook in romans duikt hij vaak op) is snel thuis: wij heten te leven in wat slaaponderzoeker en schrijver William Dement noemt een 'slaapzieke cultuur'. En binnen die slaapzieke cultuur geldt Amerika, hoofdleverancier van onze films en televisieseries, als gidsland. Enkele cijfers: een op de drie Amerikanen ervaart ten minste een keer per jaar lichte slaapproblemen (waarmee hier wordt bedoeld niet kunnen inslapen, evenals midden in de nacht ontwaken en moeite hebben om de slaap te hervatten); een kwart kent periodes van aanhoudende slapeloosheid; voor negen procent is insomnie het nachtelijks brood (cijfers zijn afkomstig uit Counting Sheep). Dat is bovengemiddeld. In veel andere landen heeft 'slechts' één op de vijf personen last van slaapproblemen. Slapeloosheid is dus bovengemiddeld aanwezig in Amerikaanse films omdat slapeloosheid bovengemiddeld aanwezigheid is in het Amerikaanse leven.

Edward Norton in 'Fight Club'.

Ook wie een narratieve verklaring wil, hoeft niet lang te zoeken: slapelozen zijn voor scenarioschrijvers nu eenmaal razend interessante figuren. Enerzijds omdat ze geneigd zijn de routine van alledag voor een nachtelijke, lees: spannender wereld te verruilen; anderzijds omdat ze behept zijn met enkele trekken die potentieel drama in de hand werken. Mensen met slapeloosheid, zo wijzen onderzoeken keer op keer uit, hebben namelijk niet enkel een verhoogde kans op hartfalen, verslechterende werkprestaties en, toegegeven, de incidentele opwelling van grote creativiteit, ze zijn ook vaker impulsief, agressief, roekeloos en eigenwijs. Sterk uitgedrukt: Travis Bickle in Taxi Driver zónder slaapstoornis is een eenzame, zonderlinge jongen. Travis Bickle mét een slaapstoornis is een eenzame, zonderlinge jongen die wapens maakt, presidentskandidaten probeert om te leggen en tienerhoertjes uit de handen van pooiers redt.

Overigens is lang niet ieder doorwaakt personage zo overtuigend als Bickle (wiens buitenissige gedrag ook voort lijkt te komen uit vaak met slapeloosheid samenhangende kwalen als eenzaamheid en posttraumatische stress). Natuurlijk, een film of serie is niet het echte leven en een scenarist mag zich zoveel dichterlijke vrijheden permitteren als hem goeddunkt, maar sommige slapelozen ogen schetsmatig; hun insomnie bestaat enkel op papier; on camera zie je er weinig van terug.

Denk aan de kunstacademie student die, geplaagd door liefdesverdriet, twee weken non-stop dag- en nachtdiensten draait zonder ook maar een keer te geeuwen. Of denk ook aan de rechercheur die al maanden niet heet te slapen, maar ondertussen wel de kleinste details op een plaats-delict opmerkt en zijn partner voortdurend trakteert op weliswaar monomane, maar uitstekend verwoorde en coherente monologen, ja, die, nu je er eens op let, de hele serie juist uitzonderlijk wakker uit zijn ogen kijkt (Rust Cohle in True Detective). In dat laatste geval lijkt slapeloosheid de psychologische-thrillervariant op het glazen oog of vette Oost-Europese accenten in horror-films: een gemakzuchtig manier om een personage kleur te geven. Daar staan enkele zeer ontroerende verbeeldingen tegenover.

Robert de Niro in 'Taxi Driver'.

Nooit meer slapen

Een van de indrukwekkendste ziet men in Christopher Nolans Insomnia (2002), een remake van de gelijknamige Noorse film (met Stellan Skarsgård in de hoofdrol). In die film reizen twee Californische rechercheurs, Will Dormer (Al Pacino) en Hap Eckhart (Martin Donovan) naar een dorpje in Alaska om de moord op een minderjarige vrouw te onderzoeken. Al snel gaat het mis. Tijdens een poging de moordenaar in de val te lokken raakt Dormer (naar: dormir, Frans voor slapen) verblind door mist en schiet, in een moment van verwarring, spoiler alert, zijn collega dood; een misstap die hij probeert uit te wissen, hetgeen wordt gezien door de moordenaar. Zo begint een spannend kat-en-muisspel tussen detective en psychopaat waarbij de rol van prooi en jager steeds wisselt. De moordenaar (verrassend griezelig gespeeld door Robin Williams), echter, is niet Dormers grootste vijand. Dat is zijn slapeloosheid.

Zien we Dormer in het eerste shot van de film nog even wegdommelen boven een stapel foto's van het lijk, daarna is het gedaan met de nachtrust. Het dorpje waar het onderzoek plaatsheeft, is namelijk gelegen in dat deel van de poolcirkel waar de zon niet ondergaat, waardoor er door het venster in Dormers hotelkamer zelfs in het holst van de nacht licht binnenvalt (waarom de rechercheur niet gewoon om een andere hotelkamer vroeg, is een van die filmraadselen die nooit opgelost zullen worden). Dat licht, een gloedvol, verblindend, wanhopig makend schijnsel, plus het schuldgevoel over de dood van zijn partner en zijn angst voor ontmaskering, leiden ertoe dat de rechercheur zijn nachten wakend doorbrengt.

Het doet hem weinig goed. Al snel begint Dormer onhebbelijk en onprofessioneel gedrag te ver-tonen. Hij wordt prikkelbaar, verstrooid, neemt grote risico's, en gebruikt onverantwoorde verhoormethoden. Zijn grootste probleem echter zijn niet zijn hallucinaties en de zich steeds frequenter aandienende pijnscheuten, maar de opspelende blikvernauwing. Anders gezegd: Dormer wordt meer en meer belemmerd door de onmogelijkheid informatie van buitenaf te laten doordringen.

Al Pacino in 'Insomnia'.

Gesprekken gaan letterlijk langs hem heen. Tijdens overleg staart hij verdwaasd in het luchtledige. Met elke slapeloze nacht zien we zijn wereld krimpen, totdat zij zo klein is geworden dat ze exact samenvalt met het hoofd van de rechercheur. Slapeloosheid, zo maken Insomnia en vooral Pacino's geweldige acteerprestatie invoelbaar, is naast slopend ook eenzaam. De vermoeidheid dringt de slapeloze steeds verder terug in zijn eigen geest.

Wat er dan in het slechtste geval kan gebeuren, laat een meer recente film zien: The Machinist, met een graatmagere Christian Bale in de hoofdrol. 'De slaap van de rede baart monsters' staat er onder een beroemde ets van Goya (die met dat boek en opvliegende uilen). Maar de slaap van de slaap, zo toont dit verhaal over een fabrieksmedewerker die wordt geplaagd door schuldgevoelens over (nog een spoiler alert) een doodgereden kind en die al een jaar niet heeft geslapen, baart zo mogelijk nog grotere gedrochten. En onder gedrochten wordt hier verstaan: waanvoorstellingen, hallucinaties, paranoia. Gedrag, zo heeft onderzoek uitgewezen, dat al optreedt bij meer dan een paar dagen slaaponthouding. Een leven zonder slaap, zo toont The Machinist, is een mens-onwaardig leven. Wanneer Bale aan het eind van de film in zijn hel verlichte cel eindelijk wegdommelt, heb je als kijker ook zin om je ogen even te sluiten.

Christian Bale in 'The Machinist'.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden