Interview Sjoukje Hooymaayer

Sjoukje Hooymaayer speelde haar laatste voorstelling: ‘Het was prachtig van vreselijkheid’

Actrice Sjoukje Hooymaayer (78) is woensdag overleden aan de gevolgen van kanker. Dat heeft theaterproducent en oud-collega Hans Cornelissen vrijdag namens de familie bekendgemaakt. Hooymaayer is vooral bekend van haar rol als huisarts Lydie van der Ploeg in de populaire VARA-comedy Zeg 'ns Aaa. Lees hier het interview met haar terug dat ze in juni dit jaar gaf na haar laatste voorstelling.

Sjoukje Hooymaayer Beeld Imke Panhuijzen

Onlangs kreeg actrice Sjoukje Hooymaayer te horen dat ze ongeneeslijk ziek is. Na een emotioneel afscheid in Carré vertelt de actrice aan V over haar lange carrière, het ongekende succes van Zeg ’ns Aaa en haar keuze zich niet verder te laten behandelen.

Met haar rol in de musical My Fair Lady nam actrice Sjoukje Hooymaayer (77) vorige maand in het Amsterdamse theater Carré afscheid van het theater en haar publiek. Bij het slotapplaus kwam producent Hans Cornelissen op haar af met een enorme bos bloemen, haalde haar naar voren en heel Carré gaf haar een staande ovatie, half in tranen. Want iedereen wist dat dit afscheid definitief was: anderhalve maand eerder had Hooymaayer gehoord dat ze eierstokkanker had en ongeneeslijk ziek was. Op zich had ze behandeld kunnen worden, in de hoop dat het leven dan nog wat gerekt kon worden, maar vrij resoluut besloot ze daarvan af te zien. Liever nog korte tijd op acceptabele manier leven dan allerlei chemokuren, bestralingen en ingrijpende operaties ondergaan.

‘Het is sloopwerk, die behandeling, en dan is het nog maar afwachten of het enig effect zou hebben. En wat is er dan nog van je lichaam over? Een lege huls, meer niet. Nee, voor mijn was er geen twijfel mogelijk: dit gaan we niet doen. Ik heb het met mijn kinderen besproken en zij waren het met me eens. Ook mijn arts drong niet aan op behandeling, wetende dat het nogal een ongunstig geval zou zijn. Nu heb ik misschien nog een jaar te leven, of een paar maanden, of minder. Het kan ook elk moment ontploffen, mijn lichaam is wat dat betreft een tikkende tijdbom.’

Op de bank in de bloemrijke serre van haar Hilversumse villa praat Hooymaayer bijna nuchter over de situatie waarin ze ineens is beland en waarin ze de eindigheid van het leven onder ogen moet zien. Naast haar Japie en Gijs, haar twee teckels  officieel: langharige black and tan kaninchen.

Omdat ze zich al een tijdlang moe voelde, wat niet paste bij haar energieke levensstijl, liet Hooymaayer zich onderzoeken. Aanvankelijk dachten de artsen aan bloedarmoede en werd ze daarvoor behandeld, maar haar klachten gingen niet over. Nadat het onheilsbericht op 1 april tot haar kwam, besloot ze via een open brief in De Telegraaf daarvan kond te doen. Niet vanwege de aandacht of het drama, maar juist om mensen die in dezelfde situatie zitten te steunen. Haar boodschap: als er nauwelijks zicht is op genezing, laat behandeling dan achterwege, laat je niet kapot maken in die laatste fase van je leven. ‘Steeds meer mensen kiezen voor niet behandelen, en ze hebben groot gelijk. Maar als je zoiets te horen krijgt, moet je wel zorgen dat je niet van je boeien losraakt. Niet in een depressie raken, dat kun je je kinderen niet aandoen. Zij hebben er niets aan als ik hier de gordijnen dichttrek, toedeledokie zeg en lamlendig op de bank ga hangen.’

Hoe reageerde u toen de arts de uitslag vertelde?

‘Ik was doodkalm, ik hoefde niet eens te doen alsof. Ik dacht: oké, dit is het dus. En: wat kan ik nu nog doen om het dragelijk te houden? En ook: wat valt er praktisch nog te regelen? Zoals afspraken maken met de notaris, met de Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie, een niet-reanimerenpenning aanvragen, een verwantschapsonderzoek ondergaan omdat sommige vormen van eierstokkanker erfelijk zijn, de financiën op orde brengen  dat soort dingen. Ik doe niet meer dan één ding per dag, want ik ben enorm teruggevallen in energie. Voorheen kon ik alles aan, ik was 18 uur per dag actief; nu merk ik dat de bron aan het opdrogen is.’

U hoorde het slechte nieuws midden in de tournee van My Fair Lady. Waarom hebt u daarna toch nog een paar keer gespeeld?

‘Omdat ik me dat verdomme niet wilde laten afpakken! En omdat ik het goed wilde afronden. Je gaat toch niet door de achterdeur af, en dat het publiek dan zegt: van haar hebben we niets meer vernomen? Kom op, zeg! Met producent Hans Cornelissen heb ik toen afgesproken dat ik één keer per week zou spelen. Uiteindelijk heb ik nog vijf voorstellingen gedaan, tot en met die twee laatste in Carré. Nee, het is niet elke acteur gegeven afscheid te nemen in Carré, dus lucky me!

Hoe kwam u in My Fair Lady terecht?

‘Hans Cornelissen – wij kennen elkaar al sinds we samen in Zeg ’ns Aaa zaten – belde en vroeg: zou jij Mrs. Higgins willen spelen, want die rol is geknipt voor je en voor mij is het ook publicitair van belang. Hij was kennelijk op zoek naar een publiekstrekker, iemand die iedereen kent. Maar ik vond het nogal wat: vijf, zes keer per week spelen, zelf bij nacht en ontij rijden, gedoe met oppas voor de hondjes. Ik heb toen twee weken nagedacht en besloten het te doen op mijn voorwaarden: niet meer dan drie keer per week spelen, en iemand die mij zou halen en brengen. Nou, dat was oké.’

Sjoukje Hooymaayer begon haar carrière in 1965 bij Toneelgroep Theater in Arnhem, waar ze vijftien jaar speelde, gevolgd door een jaar Haagse Comedie. Ze speelde tal van rollen, van Shakespeare en Ibsen tot komedies van Alan Ayckbourn en stukken van Botho Strauss. Ze won een Colombina voor haar rol in Kleine Alice van Edward Albee. Maar haar naam zal eeuwig verbonden blijven met die van dokter Lydie van der Ploeg, de huisarts die ze dertien seizoenen speelde in de Vara-tv-serie Zeg ’ns Aaa, een van de succesvolste Nederlandse series ooit. Er volgde ook nog een theaterversie, met Hooymaayer in de rol van Van der Ploeg, die 220 keer in het land speelde.

Is dat niet wrang – zo veel rollen gespeeld in het theater, en dan altijd dokter Lydie van der Ploeg blijven?

‘Televisie heeft een veel groter bereik, zo is het nu eenmaal. Hoeveel mensen gaan er naar theater en hoeveel kijken er naar tv? Bovendien is theater vluchtig, of zoals toneelregisseur Han Bentz van den Berg al zei: toneelspelen is beeldhouwen met rook. Het televisieaanbod was toen lang niet zo groot als nu, en wij zaten riant tegenover de EO op het andere net. Als Zeg ’ns Aaa om half acht begon, zat iedereen thuis op de bank, vergaderingen werden afgezegd, wedstrijden verplaatst, de straten waren leeg. Er keken op een gegeven moment zeven, acht miljoen mensen naar.’

Kon u in die tijd nog wel rustig over straat?

‘Ik raakte er op een gegeven moment aan gewend, maar zocht het contact nooit op. Mijn kinderen vonden het wel vervelend. Ik liep eens door de Rijnstraat in Arnhem met mijn twee zoons, die mij ineens een arm gaven als een soort van bescherming, omdat iedereen me zo raar liep aan te staren. Op den duur konden sommigen het ook niet meer scheiden, die dachten dat ik in echt ook huisarts was. In een paar afleveringen nam Lydie Turkse les omdat ze in haar praktijk ook Turkse mensen kreeg. Ineens stond er op een avond een Turkse meneer bij ons op de stoep: ‘Is dokter thuis? Is dokter thuis?’ Die dacht ik die dokter was die Turks sprak. Arme man.’

Was Zeg ’ns Aaa in die tijd dan ook geëngageerd?

‘Jazeker, die maatschappelijke insteek was er altijd al, maar op een gegeven moment dreigde dat wat te ver te gaan. Kom op jongens, het is maar een comedy hoor, wij gaan niet de wereld hervormen – zo dacht ik erover. Toen het té succesvol werd, vond de Vara dat het geen Vara-serie meer was, omdat het zich afspeelde in een middenstandsgezin en het niet genoeg ging over Arbeiders Voorwaarts! De leiding van de omroep wilde er zelfs mee stoppen, terwijl het Vara-publiek massaal voor de buis zat. Ongelooflijk toch? Marcel van Dam, die destijds voorzitter van de Vara was, heeft dat weten te voorkomen.’

Hooymaayer was 17 toen ze voor de eerste keer toelatingsexamen deed voor de toneelschool. Maar toen werd ze hartstochtelijk verliefd (‘als je 17 bent, ben je niet goed snik’) op een zeeman, een jongen van de grote vaart. Ze trouwde met hem en kreeg in vier jaar tijd drie kinderen. Net op tijd kwam ze erachter dat dat haar toekomst niet zou zijn: thuis zitten en enkel voor de kinderen zorgen. Toen ze in verwachting was van haar derde kind, zette ze een punt achter het huwelijk en zes weken na de geboorte van haar zoontje deed ze opnieuw toelatingsexamen – en werd alsnog toegelaten. Ze was 24 jaar en kwam in de klas met onder anderen Jeroen Krabbé, Carol van Herwijnen en Marja Kok.

Keken ze niet raar op: een medestudent met een derde kind op komst en zonder man?

‘In het begin zag je ze wel denken: wat doet dat mens hier? Maar dat was snel over en het kon me bovendien weinig schelen, want ik had wel wat anders aan mijn hoofd. Namelijk actrice worden en voor mijn kinderen zorgen. In die tijd kon je na het eindexamen meteen aan de slag bij een van de grote gezelschappen en kreeg je standaard een contract voor twee jaar. Vanaf dat moment had ik dus een vast inkomen. Marginaal weliswaar, maar ik kon het redelijk bolwerken.’

Op de toneelschool hebt u ook uw nieuwe man leren kennen, René Lobo, later een alom gerespecteerd docent op de Toneelacademie Maastricht.

‘Wij zijn vijftig jaar samen geweest en kregen onze dochter. Drie jaar geleden is hij overleden, hij had een atypische vorm van longkanker. In Maastricht is hij op een geweldige manier herdacht – hij heeft daar hele generaties acteurs opgeleid. Dat de kinderen na hun vader straks ook mij moeten missen, is natuurlijk vreselijk, dus ik moet proberen rust uit te stralen om het niet te belastend te maken. Een toekomstperspectief is er niet, maar plannen maken kan nog wel: een weekend Italië, een bezoek aan het Singer Museum, al naargelang de pet staat. Elke dag is er een, en het is alleen maar nu, en eigenlijk is dat ook wel heerlijk.’

Dan mengt dochter Jessica zich even in het gesprek. De laatste maanden verzorgt zij haar moeder dagelijks en behartigt haar zaken.

De dochter: ‘Natuurlijk staan wij achter de keuze van mama, maar ik vind het heel erg verdrietig dat wij kinderen binnen zo’n korte tijd onze beide ouders moeten verliezen. Wij hebben alle vier, ieder op onze eigen manier, een bijzondere band met haar. Wij komen uit haar voort en ons thuis zal straks weg zijn. Maar daar moeten we niet te veel bij stilstaan, want zover is het nog niet. We moeten het nu goed hebben met elkaar. Wij steunen en koesteren haar, want mama heeft er niets aan als ik uit elkaar val.’

De moeder: ‘En zij hebben er niets aan als ík nu uit elkaar val. Dus we vallen nog niet uit elkaar. Daarom kijk ik met voldoening terug op die laatste avond in Carré. Het was een bruisende voorstelling, maar vanwege deze bijzondere omstandigheid was het ook dubbel: het was mooi, en ontroerend, en het was prachtig van vreselijkheid.’

55 jaar ervaring

Hans Cornelissen speelde in Zeg ’ns Aaa de rol van Gert-Jan, de zoon van dokter Van der Ploeg. Later werd hij theaterproducent en produceerde met Hooymaayer de theaterversie van Zeg ’ns Aaa, en onlangs dus de musical My Fair Lady. Cornelissen: ‘Wat Sjoukje als actrice zo aantrekkelijk maakt, zijn haar natuurlijke chic, kracht en technisch vakmanschap. Daarnaast is ze natuurlijk een erg mooie vrouw, met dat zwarte haar en die donkere ogen. Ik vond het fantastisch dat ze na dat vreselijke bericht toch nog vijf keer in My Fair Lady heeft gespeeld. In die laatste voorstelling kwam alles samen: 55 jaar techniek, timing, en ervaring – en dat allemaal met een speels gemak.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.