Sinjavski was in íeder milieu een buitenbeentje

De Russische schrijver Andrej Sinjavski werd in de jaren zestig beroemd door zijn satirische verhalen die in het Westen werden gepubliceerd, en het proces dat tegen hem en zijn vriend Joeli Daniël in 1966 in Moskou werd gevoerd....

SINJAVSKI'S voorkomen en optreden waren bepaald niet imponerend. Hij zag eruit als een soort kabouter, een kleine gebogen gestalte met een puntbaard, die zacht sprak en een zeer verlegen indruk maakte. Met z'n ene oog keek hij omhoog de verte in, z'n andere had een aardse blik. Op reis werd hij begeleid door zijn vrouw Maria Rozanova, een kordaat type, die hem geen minuut uit het oog verloor en voor wie iedereen altijd bang was. Naast haar leek hij nog verder ineen te schrompelen tot een hulpeloze dromer.

Hij had, kortom, niet het postuur en de uitstraling van een held. Aan helden en anti-helden had hij trouwens een hekel en die afkeer bepaalde zijn lot. Het Westen hoorde voor het eerst van hem in 1959, toen hij in Frankrijk zijn essay publiceerde Wat is socialistisch realisme?. Hij kritiseerde hierin de geldende Sovjet-norm voor literatuur, waarin slechts plaats was voor sjablonen en een stichtelijk geloof in een communistisch paradijs.

Literatuur - en daarbij had hij Gogol als ideaal voor ogen - moest voor Sinjavski speels, impulsief, absurd, fantasmagorisch en grotesk zijn. Zelf schreef hij zo en hij liet dat het jaar daarop zien met de publicatie, ook in het buitenland, van de novelle die hij de merkwaardig voorspellende titel gaf Het proces begint. In 1961 volgde de bundel Fantastische verhalen, in 1964 Ljoebimov en in 1965 Invallen.

Stuk voor stuk konden de verhalen gelezen worden als een bijtende politieke satire op de Sovjet-werkelijkheid. In de stad 'Ljoebimov' ('Dierbare'), bijvoorbeeld, krijgt een fietsenmaker plotseling de macht. Hij hypnotiseert de inwoners en brengt ze tot de overtuiging dat ze de meest bevoorrechte mensen op aarde zijn.

De Sovjet-autoriteiten maakten al jaren jacht op de auteur, die het waagde om het reëel bestaande socialisme belachelijk te maken. Maar ze wisten niet wie hij was. Sinjavski - die werkte als literair criticus en docent aan het Gorki-instituut voor literatuur in Moskou - publiceerde in het buitenland onder het pseudoniem Abram Terts. Deze joodse naam was op zichzelf al een provocatie. Later verklaarde Sinjavski zijn keuze met een verwijzing naar een aforisme over de rol van de schrijver als buitenstaander. 'In deze aller-christelijkste wereld zijn de dichters joden.'

In september 1965 wist de KGB eindelijk wie zich achter Abram Terts verborg. Sinjavski werd gearresteerd, samen met zijn vriend, de schrijver Joeli Daniël, die onder het pseudoniem Nikolaj Arzjak eveneens satires in het Westen had gepubliceerd. Het proces tegen Sinjavski en Daniël (1966) wordt gezien als het begin van de dissidente mensenrechtenbeweging in de voormalige Sovjet-Unie. Het was vlak na de val van Chroesjtsjov en er heerste grote angst dat het schrijversproces de terugkeer van het net gesmolten stalinisme zou inluiden.

Sinjavski en Daniël gaven geen krimp. In plaats van hun 'misdaden' te bekennen of spijt te betuigen, stonden ze pal voor het recht op creatieve vrijheid. Hoewel de rechtszaak achter gesloten deuren plaatsvond, druppelden via de vrouwen van de schrijvers dagelijks berichten naar buiten over wat er in de zaal gebeurde. Die werden dan weer door westerse radiostations uitgezonden en in Rusland beluisterd. Later verscheen in samizdat ('zelfuitgeverij') zelfs een volledig stenogram van het proces.

Sinjavski werd veroordeeld tot zeven jaar kamp met streng regime. Hij zat vijf jaar uit in Mordovië, werd vervroegd vrijgelaten en emigreerde twee jaar later, in 1973, naar Parijs. Over zijn kamptijd heeft hij nooit als een gekwelde martelaar gesproken of geschreven. Hij beschouwde het kamp als een fascinerende leerschool voor het echte leven, waarmee hij als beschermde intellectueel anders nooit in aanraking was gekomen.

Hij doorstond het kampleven door er van buitenaf naar te kijken en zich over te geven aan bespiegelingen en fantasieën. Een stem uit het koor en Goedenacht waren hiervan de literaire neerslag. In het Russische milieu, in íeder milieu, was Sinjavski een buitenbeentje. Met zijn liberale en ironische inslag kon hij de Russen tot razernij brengen. Een van de vele bewijzen hiervan: zijn verhandelingen over de negentiende-eeuwse dichter Poesjkin bezorgden hem de naam een 'Russofoob' te zijn.

Hella Rottenberg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden