interviewluwten

Singer-songwriter Luwten: ‘Ik dacht vroeger dat ik me van anderen moest afsluiten om mijn eigen stem te vinden’

Met Draft, het tweede album van Luwten, zet de vroegere loner Tessa Douwstra de deur op een kier om andere mensen binnen te laten.

Tessa Douwstra in haar studio in Nijmegen.  Beeld Sanne Zurné
Tessa Douwstra in haar studio in Nijmegen.Beeld Sanne Zurné

Tessa Douwstra was een loner. Zo’n artiest die in splendid isolation haar beste werk maakt. Haar titelloze debuutalbum, vol delicate elektronische popliedjes, gedragen door een zachtzoete stem, had ze helemaal in haar eentje geschreven en gemaakt op de computer. En dan noemde ze haar band, waarmee ze live speelde, ook nog Luwten, naar die buitenplekken zo beschut dat er geen zuchtje wind te voelen is.

Die verstilling stond in schril contrast met het gejuich waarmee Luwten vier jaar geleden werd onthaald. Jubelende cd-recensies, aanwezigheid op alle belangrijke Nederlandse festivals én DWDD, en aandacht van hongerige vertegenwoordigers van de grote internationale platenlabels, die allemaal Luwten aan hun stal wilden toevoegen.

Nu zou je zomaar kunnen denken dat Douwstra, die als 6-jarige al begon met zingen in kerkkoren, voor haar tweede plaat Draft opnieuw de afzondering heeft gezocht. In het titelnummer lijkt ze zoveel te zeggen; het steeds herhaalde ‘I want to be alone’ klinkt als een trage do-not-disturb-mantra. Maar aan het eind blijkt die zucht naar afzondering niet absoluut, als Douwstra zingt: ‘I want to hear you looking for/ Who wants to be alone’.

Douwstra: ‘De tekst was een gedichtje dat ik op mijn telefoon had staan. Ik had het geschreven omdat ik er na het uitkomen van mijn eerste plaat in 2017 achter kwam dat ik niet zozeer alleen wilde zijn omdat ik dat fijn vond. Ik hield eerder uit vrees mensen buiten.’

Ze raakte ‘super geëmotioneerd’ toen ze rond die tijd tot dat besef kwam, terwijl ze door een nachtelijk Rotterdam slenterde en de ambientklanken van producer Jon Hopkins van haar oortjes in haar hoofd kropen. ‘Thuisgekomen heb ik die aangehouden toon van een van zijn nummers ingezongen op de computer en daar weer overheen dat gedichtje. Het klopte.’

Vervolgens zocht ze muzikaal gezelschap voor haar eenzaamheid. De meditatieve zoem die haar stem omgeeft is een opeenstapeling van vriendelijke stemmen die allemaal die ene toon neuriën: onder anderen Douwstra’s moeder, haar zus, haar vader, haar beste vriendin en haar vriend Torre Florim (voorman van de Nederlandse band De Staat).

‘Eigenlijk was het een liedje dat ik voor mezelf had gemaakt; iets dat ik kon opzetten wanneer ik me alleen voelde en dat me liet denken: o, daar zijn ze.’

Ze lacht verlegen. ‘Ik wilde iets zeggen als: je mag best alleen zijn, als je maar anderen in je nabijheid hebt.’

De windstilte op eiland Tessa heeft plaatsgemaakt voor een briesje. Luwtens tweede album heet dan ook Draft, het Engelse woord voor ‘tocht’. Want dat is wat je krijgt als je de deur op een kier zet om mensen binnen te laten. En waar muzikanten voor haar eerste plaat mochten opdraven toen ze al lang en breed haar liedjes af had, heeft ze die nu al ingeschakeld toen haar songs nog een schetsmatig karakter hadden. ‘Schets’ is dan ook een tweede betekenis van het woord ‘draft’.

Bij een bezoek aan haar geluidsstudio voel je dat de ruimte waar Douwstra al die schetsen heeft gemaakt een persoonlijke plek is. Een privé- en werkruimte met een poster van Billie Holiday naast een kaptafel, geflankeerd door in gelid opgestelde akoestische gitaren. Niet meer in Rotterdam maar in Nijmegen. In de nabijheid van Torre Florim, die ook daar woont.

Je proeft een parallel met James Blake, de grootste naam in de elektronische muziek, een voormalig loner die aangespoord en geïnspireerd door een nieuwe liefde, actrice Jameela Jamil, een nieuw album maakte, Assume Form, dat zijn coming-out als socialer mens markeerde. Het was te horen in de optimistischer toon van zijn nummers. Wellicht dat Torre...?

Douwstra, laconiek: ‘Neuh, hij heeft helemaal niets met de plaat te maken gehad. Ik ben heel specifiek in wat ik wil en moet mijn gevoel daarbij volgen.’

Ze werd gewoon ouder, zegt de 31-jarige zangeres.

‘Toen ik mijn eerste album opnam, was ik heel erg op zoek naar authenticiteit, mijn eigen stem. Ik dacht dat ik me moest afsluiten om die te vinden, dat ik het alleen moest doen. Op die momenten voelde ik me het sterkst. Dat gevoel is omgeslagen in eenzaamheid. Die eerder genoemde angst voor de buitenwereld kwam op. En ik wilde niet leven met die angst voor wat mensen van me zouden vinden.’

Tessa Douwstra Beeld Sanne Zurné
Tessa DouwstraBeeld Sanne Zurné

Ze zegt bij alles wat ze doet iets te willen leren. Een nieuw project voelt als ‘op zoek gaan naar dingen die je nog niet weet van jezelf’. Dus liet Douwstra de teugels vieren en gaf zichzelf meer bloot.

Je kunt het horen. Die kalme, cleane esthetiek waarin elk melodielijntje en arrangementje op zijn plek is geklikt, die is er nog. Maar het resultaat is losser. Die dromerige Luwten-sensualiteit heeft een fysieke component gekregen, doordat haar muziek ook dansbaarder is geworden. Douwstra: ‘Ik was nu veel meer op zoek naar beweging. Ik merkte dat ik erg hou van die lichamelijke ervaring die muziek teweeg kan brengen. Dat als je dit doet,’ (ze knipt met haar vingers) ‘je automatisch ook dit doet’ (ze schokt met haar schouder).

En dan is er ook nog soul te bespeuren in de manier waarop Douwstra, fan van D’Angelo, Erykah Badu en Solange, zingt. ‘Ik weet nog dat ik, toen ik lang geleden meer in het folkcircuit zat, met bandjes als Orlando en Wooden Saints, weleens zo’n soullijntje deed. Daar werd dan op gereageerd van ‘dat past hier niet zo’. En ik dacht: maar ik vind het wel lekker.’

Sleeveless bijvoorbeeld, met die basis van bas en vingerknips, die langgerekte vocale frasen die worden aangestuurd door emotionele urgentie: een soulballad in een ingetogen elektronische context. De beat van Airport klinkt alsof hij is ontsnapt uit het laboratorium van Timbaland terwijl Luwtens warm fluisterende stem op diezelfde thermiek zweeft als die van wijlen zangeres Aaliyah.

Ja, ze heeft iets van haar controle laten varen. Voorzichtig nog. In de bezwerende clip van Control voeren zeven Tessa’s een identieke, minimalistische choreografie uit, totdat je ontdekt dat zich hier en daar een kloon subtiel onttrekt aan de uniforme dansdiscipline. En ja, ze gunt zichzelf meer openheid. In de clip van Sleeveless, waarin Douwstra filosofeert over een wereld waarin alles van iedereen te zien is, wordt haar jurk langzaam ontrafeld, totdat ze zich helemaal heeft blootgegeven.

Maar tegelijk kun je opmerken dat die uitbeeldingen van meer vrijheid met een enorme perfectiedrift en dus controle in elkaar zijn gezet.

Ze lacht schuldbewust.

Douwstra: ‘Maar dat moet ook echt zo. De noodzaak om wat ik zing op precies die manier tot uiting te brengen is zo sterk. Ik heb een heel concreet gevoel over wat ik wil meedelen in het beeld. Het hoort bij dezelfde ervaring die aan zo’n liedje ten grondslag ligt en moet ook in dienst daarvan staan.’

Ze bewondert iemand als zangeres St. Vincent, koningin van de indiepop, die alles, van beeld en videoclips tot interviewsettings, vormgeeft in de stijl van het lopende project. Een artiest die zelfs interviews geeft als het personage uit haar videoclips.

Het is het soort totaalkunstenaarschap dat ze ambieert. Wat iets anders is dan er de totale controle over houden. Want: ‘Voor alles wat ik doe, heb ik allerlei mensen en hun input nodig.’

Een groot verschil tussen St. Vincent en Douwstra is dat die eerste voor elk album nieuwe personages creëert. Iets dat haaks staat op dat concept van eenduidige authenticiteit dat Douwstra vier jaar geleden nastreefde.

‘Maar nu ben ik er niet zo zeker van of authenticiteit, helemaal los van anderen, wel bestaat. Je kunt goed beweren dat iemand die met zijn ouders praat een ander mens is dan wanneer die met zijn vrienden verkeert. Doet dat iets af aan diens authenticiteit? Je kunt ook volhouden dat je als mens een heleboel verschillende types bent. En als artiest kun je dat gegeven aanwenden voor je kunst, zoals bijvoorbeeld St. Vincent dat doet.’

Dus Douwstra heeft nu niet helemaal de touwtjes uit handen gegeven, maar ze is ook niet meer haar eigen strenge suppoost, die vier jaar geleden nog anderen op afstand hield om haar creatieve zuiverheid te bewaren. ‘Ik heb een balans gevonden in controle en vrijheid. Een evenwicht dat je krijgt met het accepteren van een bepaalde schetsmatigheid, een vloeibaarheid in je identiteit en hoe je je presenteert.’

Ze staart zich niet meer blind op een ondubbelzinnig zelfbeeld. Datgene wat haar, losgezongen van anderen, uniek zou maken. ‘Ik zeg niet meer: dit ben ik en ik ben onveranderlijk. Maar: dit ben ik nu, dit heb ik onderzocht, dit zijn mijn inzichten en dit zijn de vragen die ik overhoud.’

Luwten – Draft (Glassnote)

Net als James Blake

De muziek van Tessa Douwstra wordt meer dan eens vergeleken met die van het Britse wonderkind van de moderne popmuziek, James Blake. Eenzelfde delicaat stemgeluid ingebed in een minutieus geconstrueerde elektronische omgeving. Kort geleden ontdekte Douwstra nóg een overeenkomst. Ze las in een interview dat Blake als kind niet hardop durfde te zingen. ‘Ik ook niet. Ik had liever niet dat de buren me hoorden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden