Simone Lamsma tart Tsjaikovski in het Concertgebouw

Chef-dirigent Edusei hield als koele badmeester orde, terwijl violiste Simone Lamsma het Münchner Symphoniker af en toe naar adem liet happen.

Violiste Simone Lamsma.Beeld Otto van den Toorn

Dat Robeco SummerNights, de zomerconcertserie van het Concertgebouw, niet de avontuurlijkste serie van het jaar is, daar hoeven we niet weer over te beginnen. Niet per se erg: op het programma staan lekker veel crossovers, jazz en pop en vooral klinken er de hoogst genoteerde hits uit de top-2000 van het klassieke repertoire.

Zondagavond was weer zo'n roestvaste combinatie: het duizelingwekkende vioolconcert van Tsjaikovski, de olijke Vierde Symfonie (Italiaanse) van Mendelssohn en als voorafje natuurlijk nog een Verdi-ouverture. Je fluit alles mee als je niet oplet, mits de uitvoerders je niet van je stuk brengen met onverwacht magisch spel.

De Münchner Symphoniker, voor het eerst in het Concertgebouw (ook leuk aan de SummerNights: de komst van de doorgaans meer lokaal georiënteerde orkesten), begeleidde de jonge Nederlandse violiste Simone Lamsma in het vioolconcert. De Münchenaren hebben Tsjaikovski uiteraard al duizend keer gespeeld en toch wist Lamsma hen af en toe flink te pesten met een spannende uitgestelde frasering. Hoorbaar is dan hoe het orkest opkijkt, dirigent Kevin John Edusei gespannen volgt en na de alsnog geslaagde inzet weer durft te ademen.

Edusei, slagwerker van huis uit en sinds twee jaar de gewaardeerde chef-dirigent van de Symphoniker, kon dat wel aan. Als een vader stond hij op de bok, met zijn lange rechte rug, zijn armen sloegen een heldere slag. Niet het type maestro dat kermt en met zijn vuisten door de lucht hengelt, meer een koele, intelligente badmeester. Soms deed hij helemaal niets, dan liet hij de strijkers de lijn in hun melodie zelf maar opbouwen. Bij Tsjaikovski kon daar nog wel aan worden gewerkt, er bungelden iets te veel losse eindjes.

Lamsma zette daarentegen een overtuigende interpretatie neer, met haar vlezige, romantische toon, niet bang voor een glissando meer of minder. Opvallend sterk waren passages in het derde deel, waarin Russische volksmuziek opduikt. Naadloos en met zichtbaar plezier schakelde ze over op een boerse, botte klank, alsof ze ermee was opgegroeid. Jammer daarom dat het orkest niet altijd de lange adem had voor de opbouw van haar verhaal. Tijdens de cadenza viel dat pas echt op, toen Lamsma er plots alleen voor stond en iedereen de adem inhield. Na afloop speelde de Friezin solo nog een verbluffend puntgaaf deeltje Eugène Ysaÿe. Donker dreinde het Dies Irae-motief na.

In de Vierde symfonie van Mendelssohn klonk een ander orkest. Schoon, strak en toch vol levensvreugde. In het tweede deel liet Edusei de celli en bassen voluit hun sombertonen brommen, onder de voorname melodie van houtblazers en hoge strijkers. Niet te dramatisch en dit keer wel met het oog op de horizon. Edusei toonde hoe ver hij kon mikken, toen hij bij het applaus zijn boeket diep de zaal in slingerde. Dat zie je zelden in het Concertgebouw.

Verdi, Tsjaikovski, Mendelssohn. Simone Lamsma (viool), Münchner Symphoniker o.l.v. Kevin John Edusei.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden