Interview Cultuurbeleid

Simon ­Reinink, directeur Concert­gebouw, over uitspraken Kamerlid: ‘Thierry Aartsen zet zich af tegen iets dat zijn VVD wenst’

Thierry Aartsen, cultuurwoordvoerder van de VVD, sprak in deze krant zijn onbegrip uit voor het feit dat het Amsterdamse Concertgebouw meer subsidie krijgt dan het bloemencorso. Simon ­Reinink, directeur van het Concert­gebouw, reageert.

Simon Reinink, algemeen directeur van het Concertgebouw Amsterdam, poseert voor het Concertgebouw. Beeld ANP

Wat neemt u Aartsen het meest kwalijk: dat hij nog nooit in het Concertgebouw is geweest, of dat hij twee cultuurliefhebbers tegen elkaar opzet: de ‘blauwbekkende bloemencorsovrijwilliger’ versus de ‘chablisdrinkende concertgebouwelite’?

‘Het zijn twee dingen waarop ik gespitst ben: dat we, in een samenleving die lijkt te fragmenteren, respectvol over en met elkaar spreken. En dat we discussies voeren op basis van juiste feiten. Die feiten zijn: we krijgen alles bij elkaar ruim 1 miljoen euro subsidie en trekken ruim 730.000 bezoekers per jaar. We zijn voor 95 procent verantwoordelijk voor onze eigen ­inkomsten. En volkscultuur wordt, anders dan Aartsen beweert, ook ­gesubsidieerd, via het Fonds voor ­Cultuurparticipatie.’

Wat vond u van de woorden van Aartsen?

‘Hij zet de mensen die hoog welstandig zijn, weg als een wittewijndrinkende elite, terwijl die mensen, via hun donaties uit privévermogen en sponsoring van hun bedrijven een ongelooflijk belangrijke financiële steunpilaar zijn onder dit huis. Wat ik onbegrijpelijk vind: Aartsen zet zich af tegen iets dat zijn VVD juist wenst: dat culturele instellingen zoveel mogelijk eigen inkomsten genereren. Ik snap bovendien niet waarom Mark Rutte het toelaat dat in zijn partij zo laatdunkend over hele bevolkingsgroepen wordt gesproken – nota bene de kern van zijn achterban.’

Waarom blijft dat beeld van het concertgebouwpubliek als elite zo hardnekkig?

‘Het is kennelijk een trend in de politiek om stevige uitspraken te doen. Daar zet ik graag een ander geluid ­tegenover. Wij zijn er voor alle Nederlanders, programmeren heel breed, en bereiken daarmee veel verschillende publieksgroepen. Van babyconcerten tot pop en jazz. We ontvangen scholen uit alle hoeken van het land, we organiseren gratis lunchconcerten, de zomerconcerten trekken een divers publiek.’

Is dat voldoende? Jet Bussemaker, lid van de Raad van Commissarissen, zei onlangs: het publiek is nog niet zo divers als je zou willen.

‘We zijn hard bezig publiek te bereiken met Surinaamse, Turkse, Antiliaanse, Afrikaanse en Marokkaanse roots.’

Moet het Concertgebouw ook een plek zijn waar de fanfare kan komen oefenen?

‘Onze primaire rol is dat we de top van de klassieke muziek veiligstellen en daarnaast de top van andere bij ons passende muziek programmeren. En ik denk dat de basis daar ook van profiteert. Uiteindelijk spelen hier topprofessionals, amateurs en ook jeugdorkesten.’

Heeft u Aartsen al uitgenodigd op werkbezoek te komen?

‘Nog niet. Maar het is een goed idee.’

Met welk concert zou u hem verrassen?

‘Misschien wel met hiphopconcert Jazzmatazz, aanstaande maandag.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.