Reportage

Siliconenborsten en heroïnenaalden in ondergrondse strips

Leuk weetje: een van de eerste belangrijke underground-stripbladen was ook daadwerkelijk ondergronds. Metro, zoals het heette, werd opgericht in 1944 door niemand minder dan Marten en Jan Gerhard Toonder - de Bommel-strips verschenen toen al in De Telegraaf - en werd gedrukt in de Spuistraat 28 in de geheime (dus: illegale) drukkerij D.A.V.I.D..

null Beeld Rechtenvrij
Beeld Rechtenvrij

Een van de eerste edities van het satirische verzetskrantje - 'Ondergrondscher dan Hitler's schuilkelder' - toonde op de cover een ontbindende soldatentronie waarin in de verte een bewoner van Rommeldam valt te herkennen. Voor Artistiek Directeur Tonio van Vugt de uitgelezen opener van Van Pontiac tot Guthrie, een kleine, maar mooie tentoonstelling over underground-strips in Nederland.

Een van de eerste edities van het satirische verzetskrantje - 'Ondergrondscher dan Hitler's schuilkelder' - toonde op de cover een ontbindende soldatentronie waarin in de verte een bewoner van Rommeldam valt te herkennen. Voor Artistiek Directeur Tonio van Vugt de uitgelezen opener van Van Pontiac tot Guthrie, een kleine, maar mooie tentoonstelling over underground-strips in Nederland.

De expositie werd gemaakt ter ere van één van de beste striptekenaars die ons land ooit heeft gekend, de in januari 2015 overleden Peter Pontiac, en om het probleem maar direct bij de etymologische horens te vatten: het voorvoegsel, underground, mag ruim worden opgevat. Het eindigt niet bij verzetskranten. In de praktijk betekent het: iedere maker (en uitgever) van strips die eigengereid en non-conformistisch te werk gaat. Van Vugt: 'Voor mij verhouden underground strips zich tot gewone strips zoals auteurs-cinema zich verhoudt tot de films uit Hollywood.'

Die kunstvorm kwam in Nederland weliswaar traag op gang, maar maakte van, zeg, de jaren zestig tot de late jaren tachtig een bloeiperiode door; in zekere zin duurt ze, in do-it-yourself-vorm en digitaal, tot op heden voort. Noemenswaardig uit die periode zijn tijdschriften als Hitweek (later: Aloha) en Modern Papier, lijfbladen van de tegencultuur die in het benepen Nederland (hoogleraar Psychologie F.J.T. Rutten noemde strips in 1948 nog 'een haard van besmettelijk nihilisme') beginnende tekenaars een dankbaar platform boden.

null Beeld Rechtenvrij
Beeld Rechtenvrij

Siliconen-borsten en heroïnenaalden

Wat aldaar de revue passeerde was vaak grappig, meestal scabreus, en soms puberaal, figuren als Hakenmuis en Hans en Ans - je moet er zin in hebben, maar vooral: goed getekend. Wat Theo van den Boogaard en Joost Swarte als jonge twintigers maakten, kan op om het even welke kunstbeurs worden verkocht.

In de Vishal, waar veel originele tekeningen hangen, zijn daar fijne voorbeelden van te zien. Curieus zijn een strip van de latere filmregisseur Dick Maas over twee piraten, Mug en Zifter ('Ik moet zeggen dat we de laatste tijd niet slecht geboerd hebben, Zifter!'), en het eerste stripblad gemaakt door Gummbah, God, getekend in een meer aaibare stijl dan de bewust lelijke anti-esthetiek waarmee hij bekendheid kreeg; meer dan curieus zijn bijvoorbeeld de cartoons van de geestige, maar vooral naargeestige cartoonist Charles Guthrie. Van diens hand is er onder meer de omslag van de fictieve comic Crystal Meth, een verhaal over ene Betty die verleid wordt door een diabolisch ogende superheldin met siliconen-borsten en heroïnenaalden in haar jarretel.

De diabolische heldin: 'Come on, Betty... let's take drugs and have some HOT fun together!'

Betty, peinzend: 'Gosh... I don't... I suppose al little PCP would be ok...'

Daaronder in kapitalen: TERRIFYING! BETTY'S STORY: 'I WAS SATAN'S BREEZER SLUT!'

null Beeld rechtenvrij
Beeld rechtenvrij

En dan is er nog voornoemde Peter Pontiac.

Zijn werk is aanwezig met meerdere bladen, en die over de punkers Gogo & Gaga is misschien wel het mooist. Ze zijn vol en druk, alles gevuld met details, gebouwen, posters, leren jackies, buttons, leggings met streep-motief, Amerikaanse auto's, hijskranen etcetera, en, net als bij een goeie barokschilder, ondanks de drukte nooit rommelig.

Het is gecontroleerde chaos, zo'n strippagina van Pontiac, met een geweldig gevoel voor ritme en totaalbeeld, en een vinnige, zij het soepele lijn-voering en arcering. Van Vugt: 'Bij een minder getalenteerde tekenaar worden zulke arceringen steriel. Niet bij Pontiac. Bij hem heeft het expressie. Iedere lijnt swingt.'

Van Pontiac tot Guthrie, De Vishal, Haarlem, 3 juni t/m 3 juli, 2016

Debuutprijs

De Silvester Strips Debuutprijs, de prijs voor het beste Nederlandstalige stripdebuut van de afgelopen twee jaar, is toegekend aan de Vlaamse tekenaar Ben Gijsemans voor zijn boek Hubert (verschenen bij uitgeverij Oogachtend). ‘In Hubert gebeurt bijna niets en daardoor juist ontzettend veel’, schrijft de jury in het rapport. ‘En dat in een stijl die het midden houdt tussen Chris Ware, Winsor McCay en Olivier Schrauwen.’ Hubert wordt door de jury ‘een ode aan het beeldverhaal’ genoemd, een ‘debuut uit duizenden’. Het album De woekeraar van Pieter Coudyzer kreeg een eervolle vermelding.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden