Sidibé in de juiste vorm

Log is de westerse blik. Die maakt zich niet zomaar even los van de archiefkast vol beelden van waaruit hij alles wat hij ziet onmiddellijk met iets anders associeert om het zo een vaste plek te kunnen geven....

Dat wéét je. En je bent het je helemaal bewust wanneer je met je westerse instelling niet-westerse kunst gaat bekijken. Desondanks tuin je er halverwege de tentoonstelling van de Malinese fotograaf Malick Sidibé in het Amsterdamse Foam toch nog in.

Aan de muur hangt een zwart-wit foto van een zwarte vrouw. Een blote zwarte vrouw – nou ja, een onderbroek heeft ze nog aan. Flits, pats, boem, voor het geestesoog verschijnen meteen de bekende 19de-eeuwse plaatjes van blote inboorlingen die door blanke fotografen schaamteloos werden geobjectiveerd en zelfs geseksualiseerd. Het pijnlijke register van koloniale fotografie wordt, zonder dat je het een halt kan toeroepen, opengetrokken.

Totdat je beseft dat deze foto werd gemaakt door een fotograaf uit Mali, een zwarte fotograaf. De halfblote vrouw blijkt hem, ergens in de jaren zeventig, de opdracht te hebben gegeven om haar op deze manier te fotograferen voor haar vriend. Objectivering, seksualisering? Nog steeds aanwezig, maar is deze vrouw daarvan het slachtoffer? Welnee. Ze is de dader. De blik dient te worden bijgesteld.

Maar we waren toch al redelijk gewend aan niet-westerse kunst? Die heeft de westerse kunstwereld én de westerse kunstmarkt de afgelopen jaren immers min of meer overspoeld. De elfde Documenta, in 2002 samengesteld door de Nigeriaan Okwui Enwezor, is daarvan het bekendste voorbeeld. En met name de (Zuid-)Afrikaanse fotografie is bezig met een opmars. Naast de tentoonstelling van Sidibé opent over een week in het Stedelijk Museum in Amsterdam Snap Judgements, georganiseerd door opnieuw die Enwezor, met werk van 35 Afrikaanse fotografen en kunstenaars die bewust proberen af te rekenen met vooroordelen over hun continent.

Malick Sidibé (Soloba, 1935 of 1936) probeert nergens mee af te rekenen. Nu niet en vroeger niet, hij doet gewoon zijn werk. Uit zijn foto’s blijkt nergens dat hij bewust bezig is met zijn Afrikaanse achtergrond. Dat die blote zwarte vrouw beelden uit een koloniaal verleden oproept – hij heeft er echt niet van wakker gelegen. Foam biedt een overzicht van zijn foto’s tot nu toe, met de nadruk op zijn vroege studiowerk en werk op locatie in Bamako. Hoe onbekommerd en ongekunsteld kunnen beelden zijn!

Ongeveer tegelijk met de onafhankelijkheidsverklaring van Mali in 1960 ontpopte Sidibé zich als de chroniqueur van de hoofdstedelijke jeugdcultuur. In een drukke nacht liep hij wel zes feesten af, waar hij met zijn zakcamera dansende jongeren en pasgetrouwde echtparen (een bruidegom met zonnebril) vastlegde.

Die foto’s ontwikkelde hij ’s ochtends vroeg, wanneer het nog niet zo warm was en de ontwikkelaar nog niet onbruikbaar. Hij plakte de contactafdrukken op gekleurde vellen papier, zodat feestgangers ze dezelfde dag nog konden bekijken. Chemises heten die, inmiddels gewilde, vellen. Er zijn er meer dan duizend van bewaard gebleven.

Overdag stroomde Studio Malick vol met mensen die graag in vol ornaat en met hun mooiste bezittingen op de kiek wilden. Trots wees men op blinkende horloges, spieren en borsten werden ontbloot, en soms kwam iemand zelfs met brommer en al de kleine studioruimte binnenrijden.

Sidibé gaf geen sikkepit om rechtlijnigheid, kadrering of goede belichting. Hij liet mensen in de meest contrasterende prints poseren, kreeg het immer voor elkaar om de horizon angstaanjagend te laten hellen, vond voeten duidelijk niet interessant, en flitste zo fel dat zijn modellen bijkans lijken op wezens van gene zijde. Kortom, behalve sociologisch interessant zijn Sidibés foto’s ook uiterst charmant en vermakelijk.

Geen wonder dat ze halverwege de jaren negentig door de westerse fotografiewereld werden binnengehaald als de Afrikaanse ontdekking van de eeuw. Zijn werk was zo anders dan het veel klassiekere van zijn landgenoot Seydou Keïta, die al langer bekend is in het Westen.

En het was een verademing vergeleken bij de toenmalige westerse fotografie die zich steeds meer begon te profileren als beeldende kunst, en dientengevolge met opgeblazen formaten en schilderachtige composities de fotografieprijzen tot in de hemel liet stijgen. Parallel daaraan ontstond een hang naar imperfectie en foto’s met een hoog amateuristisch gehalte (een ontwikkeling die overigens nog steeds bezig is). Daar paste het werk van Sidibé prima bij.

Zijn foto’s zijn nog altijd populair op fotografiebeurzen. Op Paris Photo bieden verschillende internationale galeries, waaronder Galerie du Jour Agnès b., elk jaar weer zijn werk aan. Een beter bewijs voor de westerse inburgering van de Malinese fotograaf is er niet, zou je zeggen. Bovendien ontving Sidibé vorig jaar op de Biënnale van Venetië de Gouden Leeuw voor zijn gehele oeuvre.

Toch is het lastig om te bepalen wat zijn werk nu eigenlijk betekent voor de fotografiegeschiedenis. Is het ondanks zijn krakkemikkige vorm gewoon goed, zoals enkele kenners beweren? Is het ‘slechts’ interessant in documentair opzicht? Of is het niet meer dan het perfecte antidepressivum voor het verwende en verveelde westerse kunstpubliek?

Het gekke is dat pas nu, op deze tentoonstelling, blijkt hoezeer de westerse kunstmarkt zich het werk van Sidibé heeft toegeëigend, heeft ‘verwesterd’ eigenlijk. De foto met de blote vrouw zul je niet snel aantreffen in het verkoopaanbod, waarschijnlijk vanwege die koloniale associaties en de vooroordelen over Afrikaanse fotografie die ermee gepaard gaan.

Bovendien zijn de studiofoto’s op beurzen en in galeries doorgaans veel groter afgedrukt dan Malick Sidibé ze bedoeld heeft. Het is natuurlijk een tegemoetkoming aan wat men in het Westen is gewend: grote, esthetische prints voor aan de muur, zodat er echt iets hangt.

Maar het gaat tegelijkertijd lijnrecht in tegen die zogenaamde hang naar imperfectie. In Foam hebben de foto’s, na intensief contact tussen de fotograaf en de Franse samensteller, het juiste formaat: 25 bij 25 centimeter. Het maakt ze intiemer, en zoveel beter dan de verwaterde beursfoto’s.

Gelukkig is het geven van een antwoord op de vraag waar Sidibés werk zich precies bevindt in de ‘canon’ van de fotografie nog niet mogelijk. En misschien is het ook helemaal niet nodig. Wat in elk geval blijkt uit zijn nieuwste tentoonstelling, is dat we nog moeten beginnen met het opnieuw te leren kennen, in de juiste vorm. En oog in oog met de foto’s in Foam is dit voorlopig de enige conclusie: dat is helemaal geen onaangenaam tijdverdrijf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden