Interview Anne Sofie von Otter

Shakespeare duiden? Te moeilijk

De Zweedse mezzosopraan Anne Sofie von Otter zingt Shakespeare, binnenkort ook in Amsterdam. ‘Ik luister naar Shakespeare, ik analyseer hem niet.’

Beeld Mats Backer / illustratie : Typex

Anne Sofie von Otter is stervende. Dat komt slecht uit, want ik heb een interview-afspraak met de 63-jarige Zweedse mezzo-sopraan. Maar er is geen twijfel mogelijk aan wat ik voor mijn ogen zie gebeuren: stuiptrekkingen, agonie, nog een paar laatste woorden, en ze gaat gestrekt.

En het was al ongewoon geweest om de artiesteningang van de Koninklijke Opera in Stockholm binnen te zeilen, over een steenkoud en spiegelglad parcours. Een medewerker van het huis had mij vast in de kantine voor een scherm geposteerd waar ik kon meekijken naar de uitgelopen repetities van Dialogues des Carmélites, de opera van Poulenc uit 1958, met Von Otter in de rol van de Franse priores van een karmelietenklooster, die vlak voor haar dood vertwijfeld uitroept dat God haar toch heeft verlaten. En die dan sterft.

Een kwartier later kan ik de herrezen zangeres de hand schudden. We zullen het hebben over Shakespeare, is tevoren afgesproken. Op woensdag 27 maart zal Von Otter, met haar vaste begeleider Bengt Forsberg op de piano en op de viool Pekka Kuusisto, een recital geven in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam, met uitsluitend werk van William Shakespeare (1564-1616). Die staat niet bekend als liedjesmaker, maar in zijn toneelstukken wordt wel een paar keer een lied aangeheven – over dood, de natuur en de liefde –, als interval tussen alle politieke intriges en onthoofdingen.

Bovendien hebben door de eeuwen heen tal van componisten zich laten inspireren door fragmenten uit zijn werk, en door zijn sonnetten. In het programma van Von Otter komen Haydn en Schubert voorbij, maar ook Korngold, Sibelius, de in Nederland minder bekende Zweed Tor Aulin (1868-1914), Benjamin Britten, de Engelse componist Michael Tippett, en zelfs de zanger Rufus Wainwright.

Een en ander doet vermoeden dat achter dit programma een geduchte Shakespeare-studie schuilgaat. Maar aan sweeping statements wil Von Otter zich niet wagen. ‘Dit Shakespeare-programma is bedacht door de Engelse pianist Julius Drake, die het in oktober 2016 heeft uitgevoerd met mij en de acteur Henry Goodman, in de Londense Temple Hall, een historische locatie, want daar is in 1602 nog het toneelstuk Twelfth Night van Shakespeare in première gegaan.’

Veel stijlen en componisten. Kunnen we toch spreken van een eenheid, vanwege de tekstschrijver?

‘Het zijn welgekozen woorden. Ook al werkte Shakespeare naar verluidt heel snel, je kunt altijd zijn toon en kleur herkennen. Dus dat is misschien de eenheid. Maar die kun je nog het best thuis, in stilte lezend, herkennen. Want eerlijk gezegd: ik hoor tussen Haydn en Tippett geen enkele overeenkomst.

Dus u moet ze samenbrengen.

‘Dat doel heb ik niet. Ik wil ze allemaal recht doen, op hun verschillende manieren.’

Tot en met Rufus Wainwright, die de sonnetten zingt alsof het hedendaagse liefdesliedjes zijn. De tekst is kennelijk 400 jaar lang fris gebleven. Wat is de magie?

‘Het rare is, dat die teksten van Shakespeare niet altijd even makkelijk te begrijpen zijn. Misschien wel tot en met het eindlied van de nar Feste, in Twelfth Night (Driekoningenavond):

‘When that I was a little tiny boy,
With hey, ho, the wind and the rain,
A foolish thing was but a toy,
For the rain it raineth every day.’

(‘Toen ik nog een klein jongetje was,/ Van je hee, ho, door regen en wind,/ Toen stampte ik voor de grap door de plas/ Want de regen regent elke dag’, vertaling René Retèl).

‘De nar is misschien wel het verstandigste personage, las ik in een interpretatie. Ik waag me niet aan een duiding. Te moeilijk. En kent u Michael Tippett, met een lied uit The Tempest:

‘Full fathom five thy father lies,
Of his bones are coral made;
Those are the pearls that were his eyes:
Nothing of him that doth fade,
But doth suffer a sea-change
Into something rich and strange.’

(‘Vader, diep rust je in zee/ van koraal is je skelet./ Parels – ah, daar keek je mee/ Niets verteerde aan je of het/ Werd door zee-omtovering/ Tot een rijk en wonder ding’, vertaling Gerrit Komrij).

‘Is dit nou alleen maar mooi, vreeswekkend, een schrale troost, een verzoening, alles tegelijk? Omdat Shakespeare helemaal niet eenvoudig is, wordt hij alleen door grote regisseurs uitgevoerd. De stukken zitten goed in elkaar en lopen mooi, maar de teksten vragen veel van de acteurs én van het publiek.

‘Waarbij nog komt: onze taal is in de loop van de eeuwen ook steeds simpeler geworden. Neem een krant van 25 jaar geleden, en vergelijk die met eentje van nu. Dat is een groot verschil. Dus om Shakespeare te lezen en te begrijpen, moet je moeite doen.’

U begint de avond met Vaughan Williams, Orpheus with his lute, uit Henry VIII:

‘In sweet music is such art:
Killing care and grief of heart
Fall asleep, or, hearing, die.’

(‘O, muziek kan toov’ren, kluist’ren,/ Moordende angst en zorg,/ Bij ’t luist’ren slapen ze in of sterven zacht’, vertaling L.A.J. Burgersdijk)

Dat is bijna programmatisch.

‘Ik begin met iets ouds. Dat wil zeggen, Vaughan Williams is niet oud, maar zijn muziek is geschreven in een barokke stijl. In Londen deed ik ook iets van Purcell, ‘If music be the food of love (play on)’, een gevleugelde tekst, maar dat lied vind ik niet geweldig. Dus Purcell heb ik geschrapt.’

En u eindigt met Wainwright.

‘Dát is nou mijn bijdrage aan het programma. Een paar jaar geleden zag ik de voorstelling die Robert Wilson met het Berliner Ensemble heeft gemaakt van de Shakespeare-sonnetten. Daarvan was de muziek geschreven door Rufus Wainwright. Die ben ik daarna apart gaan beluisteren, ik kocht de sonnetten van Shakespeare, en ik wist dat ik daar iets mee wilde. Julius Drake had nog nooit gehoord van Wainwright. Door de muziek kwam ik bij hem. Met A Woman’s Face, sonnet 20, besluit ik de avond in Amsterdam, omdat het zo’n prachtige tekst is:

‘A woman’s face, with Nature’s own hand painted
Hast thou, the master-mistress of my passion’.

(‘Jij, van mijn hartstocht meesteres en meester,/ Kreeg van Natuurs penseel een vrouwlijk aanschijn’, vertaling Peter Verstegen)

U heeft geen studie gemaakt van Shakespeare.

‘Nee. Ik ben slecht in research. Ik luister naar wat de muziek mij vertelt. Natuurlijk wil ik ook weten uit welke toneelstukken die liederen komen. Even kijken wie het personage is dat deze tekst zingt. Maar dan stopt mijn onderzoek (lacht).’

Wat vindt u van mensen in het publiek die de hele avond in hun tekstboek kijken?

‘Die zijn er ja, en die vind ik heel vreemd. Hoewel het goed is dat mensen de tekst krijgen, zodat ze bij thuiskomst later op de avond een kopje thee kunnen drinken, en nog een keer die teksten lezen. Zo doe ik dat tenminste.’

Is publiek voor u essentieel?

‘Nee, ik vind opnames in studio ook prettig. Dan is de focus op wat je doet messcherp. Ik hoef aan niemand te denken. Maar het is ook vermoeiend, want je wordt gedwongen telkens stukjes over te doen. Je bent vijf uur bezig met drie liedjes. In een zaal gebeurt er iets extra’s; ik wil dan iedereen in het publiek bereiken. Optreden voor publiek is gezond. Je bent niet alleen met jezelf en met je privézaken bezig.’

Als zangeres bent u opgeleid in liedinterpretatie.

‘Toen ik jong was, bij de pianist Erik Werba, daar deed ik een masterclass, en bij Geoffrey Parsons. Maar u moet weten; normaliter bestaat liedinterpretatie niet uit een analyse van de tekst. Je hebt mensen die naar een tekst kijken en dan weten: ‘Dit was typisch voor Goethe toen hij Weimar verliet en aan Faust zat te denken.’ Maar ik lees een tekst en luister dan, benieuwd naar frasering, nuanceringen, dictie, kleur van de woorden. Hoe je ademt als je staat. Hoe je leven in het lied krijgt. Mijn leermeester Erik Werba wist echt niet waar die liederen over gingen. Maar hij wist alles van muziek.’

Hoe kan een uitvoering verouderd raken? Vroeger vond iedereen Dietrich Fischer-Dieskau de perfecte zanger. Maar als je tegenwoordig zijn liederencyclus Die Winterreise naast die van Matthias Goerne legt, lijkt Dieskau vooral technisch hoogbegaafd.

‘Ik weet niet of ik het helemaal met u eens ben. De jonge Fischer-Dieskau was veel intuïtiever en frisser dan de oudere. Toen hij eenmaal 60 was, werd hij gemaniëreerd. Voor mij is het essentieel dat ik naar moderne muziek luister, en die ook zing, of dat met Elvis Costello is of met Brad Mehldau. Om te voorkomen dat ik verstar.

‘Nu ik erover nadenk: het is niet zo dat alleen lieduitvoeringen veranderd zijn. In de loop der decennia is acteren ook veranderd, van declamatorisch toneel naar reallife-toneel.

‘Voor mij is die verandering gunstig. Omdat ik niet houd van dat statische zingen. Ik ben rusteloos. Toen ik jong was, wilde ik balletdanseres worden. En nog steeds, als ik aan het oefenen ben, dan dirigeer ik mee. Bij uitvoeringen kan ik niet alleen maar stil blijven staan, wat vroeger usance was.’

Je kunt zeggen dat u permanent in beweging bent, in een Never Ending Tour. Het reizen over de wereld gaat niet vermoeien?

‘Ik ken mijn agenda ongeveer vier jaar vooruit. De komende twee jaar bijvoorbeeld zijn geheel vol geboekt. En ik weet ook al waar ik sta te zingen op 1 april 2022. (glimlach) Ben ik helemaal aan gewend. Het is een kwestie van voorbereiden.’

Daar wordt aan de deur geklopt. Een assistent hoopt dat het gesprek beëindigd kan worden, opdat Anne Sofie deze middag nog één keer kan overlijden.

‘In Dialogues des Carmélites heb ik maar twee scènes, en ik sterf al aan het eind van de eerste akte. Maar naar huis mag ik niet, als de uitvoeringen straks beginnen. Aan het eind van de avond moet ik namelijk het podium op, om met de anderen applaus te halen.

‘Dus ik kan niet eens mijn make-up afdoen, en moet een paar uur wachten. Meestal benut ik die tijd om te werken: neem ik mijn Händel en Offenbach mee, en ga in een achterafzaaltje oefenen.’

Wie daar per ongeluk de deur opent, ziet en hoort dus een dode priores Offenbach repeteren.  Dat is schrikken.

‘Maar ook het bewijs dat de muziek nooit ophoudt.’

Grote Zangers: Von Otter zingt Shakespeare, mmv Bengt Forsberg (piano) en Pekka Kuusisto (viool), Muziekgebouw aan ’t IJ te Amsterdam, 27 maart, 19.30 uur.

Alléén over Shakespeare

We hebben het over Shakespeare, is tevoren afgesproken, en ook dat we het over één ding niet gaan hebben: op 17 maart 2018 pleegde Benny Fredriksson (58), de man van Anne Sofie von Otter, zelfmoord in Sydney, waar hij was om zijn vrouw te vergezellen op haar Australische tournee. Drie maanden eerder had hij ontslag moeten nemen als directeur van het Stockholmse Stadstheater, vanwege anonieme aanklachten van grensoverschrijdend gedrag. Eind juli vorig jaar reageerde Von Otter eenmalig op de pijnlijke kwestie, in Die Zeit; haar man was door #MeToo gekraakt, hij kon streng zijn maar was geen rokkenjager, de beschuldigingen hadden hem in een depressie geduwd. Een onderzoekscommissie pleitte Fredriksson vrij van de aanklachten; die uitslag kwam vijf dagen na diens overlijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden