Sexy sculpturen schaamteloos opgeblazen

'Rosa, Rosa, bloemen op je hoed. Alle mooie meisjes zijn zo zoet. Rosa, jij moet kie-ie-zen, bloemen op je hoed!' Alle kinderen blèrden mee, kleuters en tieners onder mekaar....

Zo'n lief lenteliedje: hoewel het niet lang genoeg kon duren, hebben we dat gedoe van om elkaar heen draaien nu wel gehad. Wel in het Groninger Museum, waar de streetkids, gadegeslagen door fotograaf Larry Clark, hun hormonen temmen zonder condooms, en met injectienaalden of revolvers.

Het lijf is een schietschijf, volgens Clark - een man uit Amerika, maar dat zegt niks. Lidy Jacobs is een vrouw uit Rotterdam, en ook zij gaat recht op het doel af. Borsten, billen en ballen zijn van alle tijden en aantrekkelijk voor iedereen, groot of klein, dus seksspelletjes zullen we spelen, op tv en in de kunst.

Heavy Petting heet haar show, die in het verlengde ligt van Clarks retrospectief en door vier kapitale erecties wordt gedomineerd: piemels van pluche, 'kinderknuffels' als hijskranen zo hoog. Oranje, groen, geel en roze.

Groot is mooi en veel is lekker, vooral dat roze, dat zo roze en zo stijf is als een zuurstok, om aan te likken zo lekker - alleen de weemoed slikken we weg. Net als Lidy Jacobs (1959) zelf, die graag wil delen in de macht van reclame en commercie, maar zich in de Groninger Museumkrant eerst even bevrijdt van haar bedenkingen.

'Het imago dat ons door de reclame wordt opgedrongen is zo sterk dat het tussen de lakens sluipt en onze seks gaat beïnvloeden. Tijdens het vrijen maken mensen zich onderhand meer zorgen of hun mooiste bil wel voor ligt, of dat hun mascara niet uitloopt.'

Haar werk, erotische collages en zinnelijke sculpturen van pluizige stoffen, gaat over 'deze verwarring, die ontmenselijking', die wel eens het gevolg zou kunnen zijn van 'een verstedelijkt milieu, waar de sociale structuren steeds minder traditioneel worden, zodat de macht van de commercie daar ook een stuk sterker kan zijn.'

Jacobs wil niet prediken, alleen: 'Voor mij heeft dat weinig meer te maken met de rituelen die er altijd waren en die op een bepaalde manier het leven vorm gaven.' Met andere woorden: zoete lenteliedjes zijn voorgoed voorbij, verdrongen door het onomwonden bloot op billboards of in de pornotijdschriften die bij elke supermarkt voor het grijpen liggen. In Groningen wordt de toeschouwer nog eens extra opgegeild. Is het niet door de kunstenaars zelf, dan wel door het museum, dat hun zogenaamd kritische spel met de massacultuur schaamteloos opblaast en uitbaat.

Tot voor kort hadden Jacobs' sexy sculpturen handzame afmetingen. Haar fluwelige fallussen met rode kletskopjes en zoenlippen als eikel, vonden gretig aftrek op elke kunstbeurs.

De kopers namen ze, liefst oningepakt, onder de arm mee naar huis, giechelend, want wat waren ze lekker stout, die met gezichtjes verlevendigde Willy's. Bingo, moet het in kunstkijkcijfers gespecialiseerde Groninger Museum hebben gedacht, en het haalde Jacobs over haar succesnummer te herhalen, maar dan nu: formaat extra-extra large.

Zo komt het dat er nu vier van die langnekken de kop op steken in het Coop Himmelb(l)au-paviljoen, hun ballen groter dan zitzakken, hun eikels op dikke stengels overspannen kusknotsen hoog in de lucht. Er op en er in klimmen is verboden, het geplaagde bezoek wordt geacht zich netjes te gedragen. Alleen vanaf de loopbrug kan het deze helden in het gezicht zien. En keihard uitlachen, want de Willy's zijn niet langer kunstknuffels, maar alleen nog maar kunst: kapsoneslijers, grotesk en monsterachtig, banaler dan de grofste kermistrofee.

Lidy Jacobs vond 'de uitdaging' haar beelden van schaal te doen verschieten 'angstig, maar leuk'. Dat daar valt in te komen, maakt het niet minder tragisch dat ze zich ervoor geleend heeft. Door een erfelijke afwijking is Jacobs altijd klein gebleven. Haar lengte heeft haar extra alert gemaakt op uiterlijk vertoon en de proporties van het menselijk lichaam, die zelden aan het ideaal voldoen. 'Dat ik zo door transformaties geboeid ben, komt door de geschiedenis van mijn eigen lijf. En het gevoel dat ik altijd een stukje in mijn eigen rug tekort kom. Ik ben met mijn 1.34 meter niet groter dan een kind.'

In haar eerdere beelden relativeerde ze het onbereikbare ideaal met Lidyaanse humor, een subtiele mengeling van vrolijke en verdrietige toespelingen op de schoonheid. Ze poseerde up in glamoureuze zelfportretten, mooi, maar ongewoon ernstig: een pin-up zonder glimlach uit de tandpastareclame; eentje die onze blik probeert te peilen.

En ze troostte zichzelf en haar publiek met aaibare 'mutatiebeesten': teddyberen waar een steekje aan los kon zijn. Van zulke beren zitten er nu ook drie op een rij in Groningen: machteloos gebocheld, en weggemoffeld, in de schaduw van krachtpatser Willy.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden