Serpentine Paviljoen is een caleidoscopisch gebouw

Het nieuwe Serpentine Paviljoen in Londen, een speeltuin voor architecten, bestaat dit jaar vooral uit plastic. Het resultaat is een caleidoscopisch gebouw waarin je een psychedelische trip beleeft.

Serpentine Paviljoen 2015 is ontworpen door Selgascano, van het Spaanse architectenduo José Selgas en Lucía Cano.Beeld Iwan Baan

Aan de oever van de Theems, hartje Londen, staat tussen de straatmuzikanten en levende standbeelden een bellenblazer om wie jongens en meisjes heen drommen als ware hij de rattenvanger van Hamelen. De zeepbellen waaien met de wind weg richting de rivier. De kinderen rennen, springen erachteraan; de verleiding om de bellen aan te raken is onweerstaanbaar, en zo worden ze een voor een doorgeprikt.

Stel je voor: een zeepbel weet te ontsnappen. Langzaam zweeft hij richting Kensington Gardens, waar hij neerdaalt op het gazon van de Serpentine Gallery. Het reusachtige vlies begint te groeien; vier 'tentakels' strekken zich vanuit het midden uit over het grasveld. Dan verandert de zeepbel in een constructie van witte stalen bogen, omspannen met kunststof folies in alle kleuren van de regenboog. Dat is het Serpentine Paviljoen 2015 van het Spaanse architectenbureau Selgascano, dat donderdag is geopend voor publiek.

Vijftienjarig bestaan

Een feestelijk gebouw, voor een feestelijke gelegenheid: het Serpentine Paviljoen bestaat vijftien jaar. Vijftien jaar van architectonische experimenteerdrift door grote namen als Rem Koolhaas, Frank Gehry, Jean Nouvel en Toyo Ito. Tijdelijke toparchitectuur, vrij en gratis toegankelijk voor iedereen; jaarlijks trekt het zomerpaviljoen, met een café en ruimte voor culturele evenementen, driehonderdduizend bezoekers. Dat moest gevierd worden.

De keuze voor architecten José Selgas en Lucía Cano is niet toevallig. Selgascano, opgericht in 1998, maakte de afgelopen jaren naam met uitbundige ontwerpen in zuurstokkleuren, waarin het de mogelijkheden van 'goedkope' materialen als plastic en golfplaten onderzocht. In het Spaanse Merida ontwierpen de architecten een 'jeugdfabriek' met klimtoren: een knaloranje, organisch gevormd dak boven een betonnen skatelandschap. In Cáceres lieten ze een congrescentrum als een doorzichtige meteoriet landen. Hun eigen kantoor in de bossen bij Madrid is een 'tunnel' van transparante acrylplaten.

Frank Gehry (2008).Beeld Nick Rochowski

Ruimtelijke ervaringen

De opdracht om een folly te bouwen is bij uitstek besteed aan Selgascano. Ze houden van uitproberen, zien gebouwen als prototypes. Meer dan in het maken van architectonische 'juweeltjes', zijn ze geinteresseerd in het scheppen van ruimtelijke ervaringen. En een ervaring, dat is het Serpentine Paviljoen. Laat je opslokken door dit wormgat en je belandt in een andere wereld - een psychedelische trip.

De essentie van het ontwerp is hoe je er doorheen beweegt. Het paviljoen heeft vier ingangen, die allemaal uitkomen op het centrale cafégedeelte, maar elk een andere beleving bieden door variaties in kleur en vorm. De ene entree is zo groot als een flinke deur, verderop verandert de constructie in een metershoge poort. Deze variatie hebben de ontwerpers bewerkstelligd door een dubbele gevel te maken van ETFE (ethyleen-tetrafluorethyleen), het plastic dat onder meer voor de Allianz Arena in München is gebruikt. Het mooie van dit materiaal is niet alleen dat het sterk en brandwerend is, maar ook dat je het in allerlei kleuren kunt laten vervaardigen, lichtdoorlatend of reflecterend. De architecten hebben er ook stroken van geknipt, die - hoe toepasselijk - als serpentines rond de boogconstructie zijn gedrapeerd. Op sommige plekken kun je tussen de gevels door lopen, op andere raken ze elkaar bijna.

Het resultaat is een caleidoscopisch gebouw dat voortdurend van aanzien verandert, afhankelijk van het perspectief en licht. Vanaf de ene kant lijkt een vlak lila, vanuit een andere hoek is het hardroze. Als de zon doorbreekt, is het ineens alsof je achter een enorm glas-in-loodraam staat. 's Avonds oogt het paviljoen weer anders; dan licht het op als een gloeiworm.

Meer durven experimenteren

Het Serpentine Paviljoen is er in de eerste plaats om te plezieren. Maar de vrije opdracht biedt ook de mogelijkheid om een statement te maken. Selgascano doet geen expliciete uitspraak over de maatschappelijke rol van architectuur. Tijdelijk gebruik, goedkoop en demontabel bouwen, aandacht voor de natuur - die thema's zijn in al hun werk aanwezig; daarvoor hebben zij geen paviljoen nodig. Wel zou je dit project kunnen zien als een aansporing om meer te durven experimenteren. Architectuur wordt steeds vaker gedicteerd door regelgeving en risicomanagement; in opdrachten voor woningbouw of kantoren is nauwelijks nog ruimte om een nieuw materiaal te gebruiken, of een ander type plattegrond.

Selgascano heeft bewust de grenzen van wat mogelijk is in zes maanden - de tijd tussen de opdracht en de opening - opgezocht; tot op het laatste moment hebben de architecten gesleuteld aan het ontwerp. Nog niet eerder werd EFTE - met een beperkt budget - in deze vorm toegepast, en in zo'n rijke schakering aan kleuren.

Inherent aan deze experimentele aanpak is dat bepaalde zaken niet helemaal zijn uitgewerkt. Daar waar het paviljoen van Niemeyer een klein monument was, en het ontwerp van het Japanse bureau SANAA tot op de laatste millimeter geperfectioneerd, is dit veeleer een werk in uitvoering. De plastic stroken zijn simpelweg met plakband aan de staalconstructie vastgetapet. En als het begint te regenen, druppelt er water door het dak, op de witte betonvloer.

Bezoekers lijken het de architecten te vergeven. IPhones worden alle kanten opgericht om foto's te maken. Passanten vergapen zich aan de kleurenpracht in het park, kunnen het niet laten om te voelen aan de plastic gevels - als kinderen die een zeepbel proberen te pakken. Het opwekken van dit ongecompliceerde enthousiasme voor architectuur - waar het Serpentine Paviljoen ooit om is begonnen - is de grote verdienste van Selgascano.

Architecten gezocht

Ter gelegenheid van de vijftiende verjaardag van het Serpentine Paviljoen, lanceert de Serpentine Galleries de Build Your Own Pavilion: Young Architects Competition - een digitaal platform en nationale campagne 'om architectuur te vieren en promoten, en om jonge architecten te onderwijzen en aan te moedigen bij het ontwerpen van toekomstige Paviljoens'. Kinderen tussen de 8 en 14 jaar (wonend in Groot-Brittannië) zijn uitgenodigd om hun ontwerp online in te dienen en kunnen deelnemen aan workshops door het hele land. De beste plannen zullen worden tentoongesteld, de winnaars worden aan het eind van de zomer gekozen.

15 jaar pop-uppaviljoen

Het Serpentine Paviljoen heeft in vijftien jaar een wereldwijde reputatie opgebouwd als ruimte voor architectonisch experiment, culturele hotspot en locatie voor glamourfeestjes. Het nu zo populaire pop-uppaviljoen is op deze plek groot geworden.

Het begon in 2000, met een 'feesttent' ter gelegenheid van het 30-jarig jubileum van de Gallery, ontworpen door Zaha Hadid. Het bouwwerk was bedoeld voor een galadiner, maar de toenmalige minister van Cultuur - aanwezig op het diner - vond het zo geslaagd dat hij de makers ervan overtuigde om het gedurende de zomer te laten staan. Het trok veel bekijks en zo werd een nieuwe traditie geboren, waarbij jaarlijks een 'onderscheidende' architect (die nog niet eerder in Londen heeft gebouwd) gevraagd wordt om een 'tijdelijke vleugel' te bouwen.

In het begin werden gevestigde namen aangetrokken: Daniel Libeskind (2001), Toyo Ito (2002), Oscar Niemeyer (2003), Alvaro Siza en Eduardo Souto de Moura (2005). Niet dat jonge honden geen kans kregen: in 2004 werd het toen nog niet bekende Nederlandse bureau MVRDV uitgenodigd. Ze vervulden hun rebellenrol met verve - misschien iets te veel; hun plan om de gehele Serpentine Gallery te overkappen met een 'berg', bleek niet uitvoerbaar.

Vervolgens veroorzaakte de Nederlandse architect Rem Koolhaas, samen met de nieuw aangetreden curator Hans-Ulrich Obrist, in 2006 voor een omslag. Koolhaas' paviljoen, met een opblaasbaar ballondak, verlegde de focus, van de landmark-functie naar het tijdelijke karakter van het bouwwerk, en de activiteiten die erin plaats vonden. Hij verzorgde samen met Obrist een 24 uur durende interviewmarathon. Kunstenaar Olafur Eliasson en architect Kjetil Thorsen (2007) richtten zich ook op de beleving van binnenuit. Frank Gehry (2008) viel terug op het eerdere format: een spectaculaire constructie, die eruit zag als een uit elkaar vallend mikadospel.

Uitgeblust
Het concept leek uitgeblust, de economische crisis was een feit, toen in 2009 de Japanse architecten Kazuyo Sejima and Ryue Nishizawa (SANAA) iets verfrissends bedachten: zet geen object in het park, maar breng het park in het paviljoen. Hun organische spiegelpaviljoen loste als het ware op in het landschap. Jean Nouvel (2010) was minder subtiel. Hij maakte het hele bouwwerk, inclusief de ramen en het meubilair, knalrood - voor een maximaal contrast met het omringende groen. 'A womb with a view', aldus vakblad Building Design. De Zwitserse architect Peter Zumthor (2011) koos ook de natuur als thema, maar dan in de vorm van een verstilde 'kloostertuin', ontworpen door de Nederlandse landschapsarchitect Piet Oudolf.

In het begin werden gevestigde namen aangetrokken: Daniel Libeskind (2001), Toyo Ito (2002), Oscar Niemeyer (2003), Alvaro Siza en Eduardo Souto de Moura (2005). Niet dat jonge honden geen kans kregen: in 2004 werd het toen nog niet bekende Nederlandse bureau MVRDV uitgenodigd. Ze vervulden hun rebellenrol met verve - misschien iets te veel; hun plan om de gehele Serpentine Gallery te overkappen met een 'berg', bleek niet uitvoerbaar.

Vervolgens veroorzaakte de Nederlandse architect Rem Koolhaas, samen met de nieuw aangetreden curator Hans-Ulrich Obrist, in 2006 voor een omslag. Koolhaas' paviljoen, met een opblaasbaar ballondak, verlegde de focus, van de landmark-functie naar het tijdelijke karakter van het bouwwerk, en de activiteiten die erin plaats vonden. Hij verzorgde samen met Obrist een 24 uur durende interviewmarathon. Kunstenaar Olafur Eliasson en architect Kjetil Thorsen (2007) richtten zich ook op de beleving van binnenuit. Frank Gehry (2008) viel terug op het eerdere format: een spectaculaire constructie, die eruit zag als een uit elkaar vallend mikadospel.

Het concept leek uitgeblust, de economische crisis was een feit, toen in 2009 de Japanse architecten Kazuyo Sejima and Ryue Nishizawa (SANAA) iets verfrissends bedachten: zet geen object in het park, maar breng het park in het paviljoen. Hun organische spiegelpaviljoen loste als het ware op in het landschap. Jean Nouvel (2010) was minder subtiel. Hij maakte het hele bouwwerk, inclusief de ramen en het meubilair, knalrood - voor een maximaal contrast met het omringende groen. 'A womb with a view', aldus vakblad Building Design. De Zwitserse architect Peter Zumthor (2011) koos ook de natuur als thema, maar dan in de vorm van een verstilde 'kloostertuin', ontworpen door de Nederlandse landschapsarchitect Piet Oudolf.

Nieuwe koers
Na Herzog en de Meuron (2012), die samen met kunstenaar Ai Wei Wei een 'archeologische opgraving' ontwierpen, werd het starchitect-hoofdstuk afgesloten. De koers is verlegd naar jong(er) talent. De Japanse architect Sou Fujimoto (2013) en de Chileen Smiljan Radic (2014) zijn 'van een generatie die niet langer iconen produceert, maar geïnteresseerd is in het creëren van een atmosfeer', aldus curator Obrist. Fujimoto's ontwerp zou je kunnen omschrijven als een gebouwde versie van The Matrix, Radic' paviljoen - een enorme 'kiezelsteen' op rotsblokken - voerde terug naar de oertijd.

Selgascano kan tot dezelfde groep worden gerekend; niet hoe het eruit ziet, maar hoe het gebouw 'voelt' staat voor hen voorop, al is het resultaat wel degelijk fotogeniek.

Volgens de traditie van het Serpentine Paviljoen, dat wordt bekostigd met sponsoring en de verkoop van het gebouw, zal het in oktober worden gedemonteerd. Een nieuwe bestemming is al gevonden; het gebouw zal in het najaar herrijzen in Los Angeles.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden