Sensatie en Sensualiteit: Rubens en zijn erfenis

Werk van Peter PaulRubens hangt in het Bozar, naast andere kunstenaars. Het getuigt van lef, deze combinatie van ongelijksoortige meesters.

Peter Paul Rubens, Venus Frigida, 1614, waarvoor zijn vrouw model stond. Beeld  Hugo Maertens
Peter Paul Rubens, Venus Frigida, 1614, waarvoor zijn vrouw model stond.Beeld Hugo Maertens

Begin dit jaar verscheen er op het Amerikaanse blog The Toast een fictieve conversatie tussen een groep eminente heren, gesitueerd in Europa rond 1500, met de titel 'Westerse kunst: 600 jaar vrouwen die uit het bad stappen'. De leider opent de vergadering: 'Heren. Europa is op het hoogtepunt van haar culturele en politieke invloed; we hebben de rijkdom van de klassieken en de ontdekkingen van de Nieuwe Tijd als vertrekpunt, nu we op het punt staan een nieuwe periode in te gaan van artistieke expressie. Welnu, heren, wat zullen we schilderen?'. Er klinkt bedeesde stilte, dan een kleine stem van achter in de zaal: 'Wat... wat als we een heleboel beelden maken van vrouwen die uit bad komen? Van de achterkant?' Er wordt wat heen en weer gefluisterd en gedebatteerd (kunnen ze ook ín bad stappen? Nee, uit bad, van achteren, naakt.) en dan wordt er gestemd.Eén zaal in de tentoonstelling Sensatie en Sensualiteit: Rubens en zijn erfenis had met enige variatie op de titel van deze blogpost kunnen heten: '500 jaar vrouwen die alles wat ze doen, naakt doen'. Soms, inderdaad, uit bad stappen (Pierre-August Renoir, Paul Cézanne, Edouard Manet), soms slapen (Watteau, Fragonard, Rembrandt, Rubens, Anthony van Dyck), al staat er een Pan, een Jupiter, Liber of Nessus naast om het een beetje narratief te geven. Naakte vrouwen overal. Veelal van het type Lena Dunham, maar dan met weelderig lang haar. Dat krijg je natuurlijk ook als je een tentoonstelling maakt over Peter Paul Rubens en zijn artistieke erfenis in de 500 jaar daarna.

Een bezoeker maakt een foto van een schilderij van Peter Paul Rubens. Beeld anp
Een bezoeker maakt een foto van een schilderij van Peter Paul Rubens.Beeld anp

Zeg je Rubens, dan zeg je vrouwelijk naakt het was vreemd geweest als er niet zo'n zaal zou zijn hier. En zo hangen de grootste kunstenaars van de 18de en 19de eeuw naast de kunstenaar die de vrouw een nieuwe schoonheidsstandaard aanmat met dames die, volgens kunsthistoricus Winckelmann, 'goed in het vlees zitten'. Een standaard diein de eeuwen daarna, al naar gelang de norm pendelde, werd verguisd ('vleesmassa's... onbeschrijflijk weerzinwekkend') of bezongen, en waaruit men ook geregeld een karakter van 'de' vrouw dacht te kunnen destilleren, zoals Ingmar Bergman die in de film De grote stilte (1963) over de 'onnozele glimlach' van Rubens' naakte Deianeira spreekt. Zie hier in Bozar de kans om deze vrouwen, dit zachte, glanzend blanke vlees en de vrijwel altijd dubbelzinnige blikken en houdingen, bij elkaar te beschouwen en er zelf wat van te vinden. Conservator Nico van Hout van het museum voor Schone Kunsten in Antwerpen kreeg, nu zijn museum wordt verbouwd, de mogelijkheid om in het mooie Brusselse Bozar deze conceptuele tentoonstelling te maken. Er hangen veel goede bruiklenen zoals de monumentale, bijna als een dans geschilderde Liefdestuin (circa 1635) uit het Prado in Madrid. Van Hout werkt bovendien samen met de Royal Academy in Londen, waar deze tentoonstelling hierna te zien zal zijn. Een prestatie van formaat, waardoor je bijna blij zou zijn met de verbouwingstijd van musea: juist dan wordt er geëxperimenteerd, lijkt wel. Van Hout heeft al aangegeven dat ook in de toekomstige zalen in Antwerpen de chronologie zal worden losgelaten en zalen meer naar thema's worden ingericht.

Wervelwind

In deze tentoonstelling komen naast het thema naakt (wellust) langs: geweld, compassie, macht, elegantie en poëzie. Daar is weinig bescheidens aan, maar als er één kunstenaar is wiens oeuvre zich ervoor leent, is het grootproducent Rubens wel. De man die de katholieke beeldtaal nieuw leven inblies in Vlaanderen, die de Italiaanse schoonheidsidealen bestudeerde en vertaalde naar zijn eigen norm, die nooit is overtroffen. Wat je er ook van vindt; overdreven volgens velen, druipend van emotie, zo veel gebrek aan ingetogenheid, dat je de onderwerpen bijna niet serieus kunt nemen. Het ís er, onvermijdelijk: Rubens en zijn stijl. Groot, kleurig en dynamisch als een wervelwind kunst die je nadert tot in je gezicht, dwars door je comfortzone. De tentoonstelling gaat soms wat ver, bijvoorbeeld door Rubens als een hedendaagse Quentin Tarantino te bestempelen alles om de hedendaagse kijker erin te trekken. Maar juist hier, in het thema geweld, is het toch niet vreemd. Rubens' geweldsscènes zijn, net als zijn naakten, zo ingesleten in ons kijken dat onze ogen deels op slaapstand staan: we zien ze, maar we zien niet écht wat er is geschilderd. We staan er net zomin bij stil hoe controversieel het is dat de kunstenaar zijn eigen vrouw als een verleidelijke naakte Venus schilderde (iets wat, naar de huidige maatstaven, slechts met Jeff Koons is te vergelijken), als dat we de moorddadigheid van zijn vechters en wilde dieren direct zien.

Peter Paul Rubens Beeld anp
Peter Paul RubensBeeld anp

Overdrijving

Deze kunst behoort tot de meest gewelddadige kunst die er is geschilderd. En toch is het niet zo pijnlijk en desolaat als Goya's werk, of zo wrang als Richters Oktoberserie. Dat komt door iets wat die kunst, inderdaad, gemeen heeft met Tarantino-films als Reservoir Dogs, Pulp Fiction en Kill Bill: overdrijving. Het geweld komt larger than life, en is zo uitvergroot dat je er ook om moet lachen. Alles wat duister is, is zo verpakt dat het bijna een karikatuur is, bijna ironie. In het grote schilderij Jacht op tijger, leeuw en luipaard (circa 1617) is het beestachtige, wild instinctieve geweld bij mens en dier te zien een tijger sleurt een Romeinse consul van zijn paard, dat in paniek steigert, een andere krijger scheurt de bek van een leeuw open, twee soldaten staan geladen als kanonnen klaar om toe te slaan. Alles staat op punt uit en open te barsten, lijkt het. In ander werk van Rubens, zoals de grote Amazonenslag (1613) dat hier niet hangt, is zo'n ineengewrongen storm van vechtende lichamen en bewegingen dat de verf een tornado lijkt en die wij recht in het oog kijken. Nergens in de schilderkunst beweegt de verf zo, en vloeien figuren zo woest ineen als bij Rubens, vooral in dat gewelddadige werk.Opmerkelijk genoeg is eigenlijk het idee van deze tentoonstelling de invloed van de kunstenaar op latere schilders zo oud als de kunstgeschiedenis een vak is. Al sinds 150 jaar praten wetenschappers in termen van invloed in materiaalgebruik, stijl, onderwerpen en aanpak. Het is vreemd dat er niet zo vaak in tentoonstellingen vorm aan wordt gegeven.

Peter Paul Rubens. Beeld anp
Peter Paul Rubens.Beeld anp

Confrontatie

De vertaalslag van idee naar tentoonstelling heeft hier wel een makke; het vergelijkingsmateriaal, de kunst van ná Rubens, is lang niet in elk hoofdstuk even sterk. In 'geweld' neemt Rubens het visueel op tegen Delacroix heel spannend , maar ook tegen schilders als Antoine Wiertz en Arnold Böcklin. In de tweede zaal gaat één tekening van Rubens de confrontatie aan met kunstenaars als Hans Makart, Charles le Brun, Hans Canon en Lovis Corinth dat is veel, en niet in evenwicht naast Rubens. Zonde, want er komt nog zo veel moois na. Zoals 'elegantie', waarin levensgrote portretten van Rubens balanceren met even grote schilderijen in de Britse traditie: Anthony van Dyck, Joshua Reynoulds, Thomas Lawrence en Elisabeth Vigée-Le Brun. Daar wordt de verwantschap geweldig goed zichtbaar: die adellijke ontspannenheid, de licht gedragen weelde, het mengsel van realisme en droom.Het is een waagstuk, zo'n transhistorische tentoonstelling, dat werd de laatste jaren in meerdere musea duidelijk. Schilders werkten in verschillende tijden met andere materialen, formaten en zeker stijlen. Wat zich hier enigszins wreekt, is die vertaalslag van idee naar expo. Soms hangen werken bij elkaar die in theorie sterk verband houden, zoals twee piëta's van Rubens en Delacroix, maar dat naast elkaar niet aantonen: om de simpele reden dat hun formaten te veel verschillen. Christus op het stro (1617-18) is zó veel groter dan Delacroix' Rubens-geïnspireerde piëta, dat de vergelijking doodslaat. Maar wat een lef om met zo'n groot kunstenaar als Rubens een transhistorische presentatie van dit formaat te maken. Hij hangt naast Kokoschka en elders naast Constable. Het getuigt van moed om zulke ongelijksoortige kunstenaars te combineren. Je moet academisch gezien de touwen laten vieren. Alleen dan ben je niet meer één op één aan het vergelijken, als een puzzel en kunnen de associaties loskomen in je hoofd en kunnen nieuwe perspectieven op Rubens ontstaan. Bozar heeft dat aangedurfd, met een mooie catalogus ter verantwoording.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden