Senaat moet privacy burger bewaken

De senaat kan deze week justitie vrij baan geven om een jaar lang taps van telefoon en internet af te luisteren....

Tineke Strik

Tot veler verbazing ging een meerderheid in de Eerste Kamer akkoord met een vingerafdrukkenbank. De hoge verwachtingen die de senaat had gewekt met het tegenhouden van de ‘slimme energiemeter’ werden hier helaas niet waargemaakt. Bij welke van deze twee wetten heeft de Eerste Kamer zijn ware gezicht laten zien? Staat hij achter de privacy-minnende burger of geeft hij een opdringerige overheid ruim baan?

Vandaag en morgen bekent de senaat kleur: dan bepaalt de Kamer of onze telefoon- en internetgegevens voortaan worden afgetapt en een jaar ter beschikking staan van justitie. Er zijn genoeg redenen om tegen te stemmen.

Het wetsvoorstel komt voort uit de EU-Dataretentierichtlijn, die regelt dat lidstaten telecombedrijven en internetproviders verplichten om de communicatiegegevens van hun klanten te bewaren, zodat de overheid die kan opvragen voor de bestrijding van ernstige criminaliteit. Lidstaten kunnen kiezen voor een bewaartermijn tussen een half jaar en twee jaar. Het regeringsvoorstel om anderhalf jaar te bewaren, is door de Tweede Kamer teruggebracht tot een jaar. Ondanks deze verkorte termijn kleven er nog veel privacybezwaren aan het voorstel. Een dergelijke inbreuk op het privéleven is alleen geoorloofd als het noodzakelijk is.

Dat valt ernstig te betwijfelen. Met de bewaarplicht wordt ongericht informatie verzameld over iedereen, verdacht of onverdacht. De regering wil de gegevens van verdachte personen kunnen opvragen, maar de gegevensbestanden ook kunnen doorzoeken op risicoprofielen, het ‘datamining’. Hierdoor kan het OM gevoelige gegevens in handen krijgen van onverdachte personen, waarvoor het anders nooit opsporingsbevoegdheden had gekregen.

Ook het risico dat er incorrecte informatie uit de gegevens wordt gedestilleerd, is levensgroot aanwezig. E-mails zijn doorgaans niet zo nauwkeurig opgesteld, en ook nooit bedoeld om te dienen als opsporingsmateriaal. Ongerichte zoekacties in de enorme gegevensbestanden, is zoeken naar de bekende speld in een hooiberg: relevante gegevens voor de opsporing kunnen deze bijna niet opleveren.

Onderzoeken weerspreken ook de stelling van de regering dat de beschikbaarheid van gegevens aanwijsbaar invloed heeft op het percentage opgeloste misdaden. Verdachten die uiteindelijk worden veroordeeld, hebben opsporingsinstanties vaak al om andere redenen in het vizier. Bovendien zijn de verkeersdata die nuttig zijn bij de opsporing praktisch nooit ouder dan drie maanden. Een langere bewaarplicht heeft voor een strafrechtelijk onderzoek dan ook nauwelijks meerwaarde.

Maar ook om andere redenen is de effectiviteit van de wet allerminst gegarandeerd. De bewaarplicht valt doodsimpel te omzeilen door gebruik te maken van een buitenlandse provider, omdat de wet alleen kan worden toegepast op providers en telecombedrijven die in Nederland gevestigd zijn.

Daarnaast is de communicatie via skype niet vast te leggen, en valt bedrijfsmail, msn-verkeer en twitteren buiten de bewaarplicht. De communicatietechnologie ontwikkelt zich snel en het gebruik van Hotmail, Gmail en andere vormen van webmail neemt nog steeds toe. Zelfs een niet al te snuggere boef die zijn zaakjes buiten het vizier van de opsporingsdiensten wil houden, heeft dus nog een ruime keuze aan communicatiemiddelen. Resteert de privécorrespondentie van argeloze burgers.

Ict-experts verwachten dat 98 procent van de bewaarde gegevens uit spam zal bestaan. Waar providers constant bezig zijn zoveel mogelijk spam te verwijderen uit het e-mailverkeer, worden ze nu opeens verplicht deze rommel een jaar op te slaan.

Nu de wet zoveel vragen naar nut en noodzaak oproept, is de vraag of de inbreuk op onze privacy gerechtvaardigd is, eenvoudig te beantwoorden. De Eerste Kamer, die wetgeving onder meer toetst aan de grondrechten van burgers en effectiviteit, heeft dus alle reden niet in te stemmen met het wetsvoorstel.

Maar is de Eerste Kamer nog wel vrij op basis van zijn eigen criteria over het wetsvoorstel te beslissen? Het vormt immers de uitwerking van een richtlijn waaraan Nederland zich al lang heeft gebonden in EU-verband. De dataretentierichtlijn is een van de vele ferme Europese reacties op de terreuraanslagen in New York. Deze dadendrang liet weinig ruimte voor een kritisch onderzoek naar effectiviteit en inbreuk op de privacy.

Het nationale parlement moet de Nederlandse regering kritisch controleren op haar onderhandelingspositie in Brussel, want na een eenmaal aangenomen richtlijn staat het voor een voldongen feit. In dit geval heeft de Tweede Kamer nota bene de minister opgeroepen niet in te stemmen met de richtlijn.

De regering heeft de motie niet uitgevoerd en het parlement buiten spel gezet. Resultaat: een wetsvoorstel dat zonder meer naar de prullenbak zou worden verwezen als er geen Europese verplichting op lag.

Na zoveel onzorgvuldigheid mag de Eerste Kamer zich niet als stempelmachine laten gebruiken. Het moet de noodrem hanteren om slechte wetgeving tegen te houden.

Volgend jaar evalueert de Europese Commissie de richtlijn. De Senaat kan de regering opdracht geven zich dan in te spannen voor een grondige aanpassing. Tot die tijd moeten we de uitvoering uitstellen of tot de minimaal verplichte bewaartermijn beperken. Dan verdient de Eerste Kamer zijn reputatie als waakhond van de grondrechten.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden