'Scorsese voert je dronken met woeste cocktail van geld, drank, seks en drugs'

Met een tentoonstelling in filmmuseum Eye en een groot retrospectief van zijn films, is dit de zomer van Martin Scorsese. Wat maakt zijn werk zo meesterlijk? Nederlandse filmregisseurs leggen het uit. Vandaag David Lammers over The Wolf of Wall Street.

Beeld uit The Wolf of Wall Street

'Ik heb altijd al van de vroege films van Martin Scorsese gehouden. Niet alleen van de manier waarop hij zijn verhalen vertelt en de menselijkheid van zijn personages, maar ook van de energie, de plezierige rommeligheid. Dat vind ik allemaal nog steeds ontzettend inspirerend.

Maar ook een recent wapenfeit als The Wolf of Wall Street (2013), een hilarisch en tegelijk ontluisterend portret van beursfraudeur Jordan Belfort, is wat mij betreft een echte Scorsese. Natuurlijk, in vergelijking met films als Mean Streets (1973) en Taxi Driver (1976) is het een ontzettend dure, gelikte film. Maar dat neemt niet weg dat Scorsese op 71-jarige leeftijd, binnen het commerciële Hollywood-systeem, in staat blijkt om een nieuwe inhoudelijke draai aan zijn oeuvre te geven. Waar je zijn wereldbeeld voorheen vooral zag doorschemeren via het particuliere verhaal van zijn hoofdpersonages, presenteert hij in The Wolf zijn visie op de mensheid. En die is weinig florissant.

Laat ik wat omwegen maken om dat te verhelderen. Op het eerste gezicht pakt Scorsese het hier aan op zijn vertrouwde manier: de kijker bij zijn nekvel pakken en onderdompelen in het perspectief van de protagonist. In The Wolf zien we hoe Belfort - magnifieke, magnetiserende rol van Leonardo DiCaprio - als broekie de beurswereld van Wall Street binnenwandelt, steeds meer succes boekt met zijn eigen zwendelende effectenkantoor, miljonair wordt, het ene huwelijk inruilt voor het andere en ondertussen zwaar verslaafd raakt aan de pillen en poeders. Scorsese doet er alles aan om je ook als toeschouwer dronken te voeren met die woeste cocktail van geld, drank, seks en drugs.

David Lammers (1972, Zeist) is regisseur en schrijver. Na zijn met een Gouden Kalf bekroonde eindexamenfilm De laatste dag van Alfred Maassen (2001) maakte hij zijn speelfilmdebuut met het in Amsterdam-Noord gesitueerde vader-zoondrama Langer licht (2006). Vervolgens spitste zijn werk zich toe op televisie: als creatief producent, schrijver en regisseur zette hij series op als Van God los (2011-2013) en Smeris (2014-2015).

David Lammers

Na de cocktail komt de kater. Belfort en zijn compagnon (Jonah Hill) kunnen de duurste spullen en de mooiste vrouwen kopen, maar dat gaat gepaard met een eenzaam bestaan waarin ze met niemand een betrouwbare, duurzame relatie onderhouden. Ik ben het dan ook niet eens met de Amerikaanse critici die destijds beweerden dat Belforts leefstijl wordt verheerlijkt. Wat mij betreft zet Scorsese zijn hoofdpersonages onomwonden neer als narcistische egoïsten die elk contact met de normale, menselijke realiteit verliezen.

Dat merk je zelfs aan de montage. Brengt Belfort in de voice-over de zelfmoord van een vriend ter sprake, hup, gaan we alweer door naar de volgende scène. Vertelt hij hoe zwaar hij het kreeg na zijn echtscheiding, zien we hem meteen daarna loltrappen met zijn nieuwe geliefde. Zo merk je dus tot op het niveau van de schnitts dat Belfort alleen maar vooruit wil kijken, voortdenderend op de coke en testosteron. Erg knap, hoe hier vorm en inhoud volledig samenvallen.

En neem de scène waarin Belfort FBI-rechercheur Patrick Denham (Kyle Chandler) op zijn jacht ontvangt en in hun aanvankelijk vriendelijke gesprek finaal het onderspit delft. Scorsese en scenarist Terence Winter ontmaskeren hier hun hoofdpersonage: wanneer Denham en zijn partner vertrekken smijt Belfort hun kreeften achterna en gooit briesend handenvol dollarbiljetten in het water. Hoe kun je dan nog van verheerlijking van dat personage spreken?

Continuïteitsfout

Ik heb overigens een zwak voor zulke ogenschijnlijk simpele dialoogscènes. Scorsese gaat hier onopvallend te werk - steeds schakelt hij van het ene naar het andere personage en weer terug - maar wat een spanning! Naast het fantastische spel komt dat vooral door het ritme dat Scorsese binnen de dialoog zoekt. Op een gegeven moment wordt het akelig stil tussen Belfort en Denham, en dat rekt Scorsese zo ver mogelijk uit door twee 'stille' shots achter elkaar te plakken: eerst is de camera vooral gericht op Belforts zwijgende hoofd, dan op dat van Denham. Waarschijnlijk werd de hele scène met twee camera's gefilmd, want als je goed oplet zie je Denham twee keer achter elkaar hetzelfde gebaar met zijn wenkbrauwen maken. Een continuïteitsfout in feite, maar ritme en tempo zijn voor Scorsese veel belangrijker. Iets waarin ik me als filmmaker helemaal kan vinden. Het gaat om het leven dat je in zo'n scène blaast, niet om een gladgepolijst uiterlijk.

Maar om terug te komen bij Belforts excessieve gedrag: het heeft natuurlijk iets verleidelijks, zoals hij zich helemaal laat gaan, zonder ook maar aan iemand rekenschap af te leggen. Terwijl ik het zoals gezegd niet eens ben met de kritiek dat Scorsese zijn personage verheerlijkt, kan ik me wel voorstellen dat je je als kijker door Belfort een rad voor ogen laat draaien. Precies zoals hij dat in de film doet met de mensen die zich nietsvermoedend door hem laten inpalmen en uitzuigen.

Beelden uit The Wolf of Wall Street

Dat gebeurt nergens zo duidelijk als in de allerlaatste scène. Belfort heeft dan vanwege zijn oplichtingspraktijken een gevangenisstraf uitgezeten en reist de wereld rond met lezingen over zijn briljante verkoopstrategieën. Zo ook in Auckland, Nieuw-Zeeland, waar hij zijn publiek een simpele balpen voorhoudt en wil horen hoe ze die pen aan hem zouden verkopen. Terwijl de ene na de andere toeschouwer zijn onhandig verkooppraatje uitkraamt, kiest Scorsese voor een verrassend slotbeeld: geen close-up van DiCaprio, maar een lang aangehouden shot van het publiek in de zaal dat Belfort adoreert. Allemaal mensen die willen wat die vent op het podium heeft, terwijl ze weten dat hij een oplichter is.

Dat lange shot is als de blik van een god die met een mengeling van mededogen en berusting naar de mens kijkt en denkt: jullie zijn echt een zielig zootje. Scorsese creërt dat gevoel met name door het melancholiek gelaten rockliedje dat dan op de soundtrack begint, Cast Your Fate to the Wind van Allen Toussaint. Mensen, lijkt Scorsese te zeggen, meer dan dit zijn wij niet, hiermee moeten we het doen.

Belfort beproeft zijn tactiek in The Wolf of Wall Street

Toen ik de film voor het eerst zag, dacht ik dat een eerdere scène het einde was: namelijk wanneer we Denham in de metro zien zitten, vlak nadat hij Belfort heeft ingerekend, en hij gelaten naar de 'gewone' mensen tegenover zich kijkt. Het alledaagse bestaan, beschouwd vanuit het perspectief van het moreel meest hoogstaande personage van de film. Had Scorsese de film daar afgerond, dan zouden het recht, het fatsoen en het alledaagse leven hebben gezegevierd.

Maar zo'n happy end gunt Scorsese ons niet. Liever confronteert hij ons met dat shot van Belforts publiek. Ongelooflijk. Maak je een film van 100 miljoen dollar, een tweeënhalf uur durende rollercoaster over de graaimentaliteit, en dan kom je met zo'n existentialistisch slotbeeld. Dan til je je film in de allerlaatste minuut echt op. Dat Scorsese dat voor elkaar krijgt in Hollywood, op die leeftijd, dat stemt me vrolijk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden