'Scorsese maakt mannelijke films, die tegelijkertijd gevoelig en kwetsbaar blijven'

Met een tentoonstelling in filmmuseum Eye en een groot retrospectief van zijn films, is dit de zomer van Martin Scorsese. Wat maakt zijn werk zo meesterlijk? Nederlandse filmregisseurs leggen het uit. Vandaag Dana Nechushtan over Raging Bull (1980).

'Scorsese is voor mij de belangrijkste regisseur. Wat me in zijn werk aanspreekt is dat hij zo geïnteresseerd is in de loners en de losers van de maatschappij. In individuen die met zichzelf in gevecht zijn en vanuit dat gevecht ook de strijd met hun naasten en de samenleving aangaan. Die eenzame zielen zijn bij Scorsese vrijwel altijd mannen, maar dat maakt de films niet minder gevoelig. Integendeel. En dat fascineert me misschien nog het meest aan Scorsese: dat hij zulke mannelijke films maakt, die tegelijkertijd gevoelig en kwetsbaar blijven.

Dat geldt ook voor Raging Bull, Scorseses persoonlijke bewerking van de autobiografie van Jake LaMotta: een in verval geraakte bokskampioen die zich later ook nog aan een carrière als stand-upcomedian waagde.

Het is mijn lievelings-Scorsese. Ik zag hem voor het eerst toen ik net op de filmacademie zat, een jaar of 21 oud. Ik was meteen van slag. Dat kwam vooral door LaMotta (Robert De Niro), die elke wedstrijd gebruikt om zijn frustraties en woede af te reageren. Zijn angst dat zijn vrouw Vickie (Cathy Moriarty) vreemdgaat wordt een oncontroleerbare obsessie voor hem, en dat zullen zijn tegenstanders binnen én buiten de ring aan den lijve ondervinden - zelfs zijn broer en coach Joey (Joe Pesci), de enige met wie hij goed contact heeft. Hij is een onwaarschijnlijk eenzaam personage, en dat hakte er bij mij flink in.

Raging Bull is dan ook geen boksfilm. De wedstrijden zijn weliswaar fantastisch in beeld gebracht en ook telkens op een andere manier, maar daar gaat het in feite niet om. Raging Bull draait wat mij betreft om onmacht; om mannen die zich niet kunnen uiten en niet kunnen voldoen aan de verwachtingen van hun omgeving. De macho-echtgenoot die zijn echtgenote onder de duim moet houden, en de agressie en de jaloezie die daaruit voortkomen.

Hoe vreselijk hij ook is, ik blijf ademloos naar LaMotta kijken. Dat komt om te beginnen doordat ik, als maker maar ook als toeschouwer, niet zoveel heb met filmhelden. Het liefst kijk ik naar films die me wat dat betreft een gevoel van herkenning geven, die me tonen hoe het is om met jezelf te worstelen, hoe ingewikkeld relaties en familiebanden zijn.

Deze film zet je aan het denken over je eigen positie in het leven, over je afkomst, over de doelen die je hebt gesteld en over de tegenslagen die daaruit volgden. En dan dat enorme emotionele isolement van LaMotta. Dat voel ik sterk tijdens het kijken.

Minstens zo dwingend is de dreiging van geweld. Er hoeft maar dít te gebeuren, en LaMotta explodeert. Die geweldsbelofte wordt lang niet altijd ingelost, wat het allemaal alleen nog maar beklemmender maakt. Een van mijn favoriete scènes is die waar Joey Jake uitdaagt hem flink te slaan. De Niro en Pesci spelen het geweldig uit; het voelt haast geïmproviseerd aan en als toeschouwer denk je de hele tijd: o god, hij gaat hem echt in elkaar meppen. Dat gebeurt niet, en zo wordt al die spanning naar de volgende scènes getild - tot en met het moment dat LaMotta, in de volle overtuiging dat Joey iets met Vickie heeft, naar Joey's huis gaat en hem én Vickie onder het oog van Joey's vrouw en kinderen tegen de vlakte slaat. In het acteerwerk, de cameravoering en de montage gaan dan alle remmen los, en dan zie je wat Scorsese óók zo bijzonder maakt: dat hij als cineast net zoveel liefde voelt voor zijn acteurs als voor de mogelijkheden van het medium.

Dana Nechushtan (Afula, 1970) is cineast. Sinds ze debuteerde met Ivoren wachters (1998), schiep ze een eigenzinnig oeuvre. Tot haar bekendste werk behoren Nachtrit (2006), een thriller over de Amsterdamse taxioorlog, de serie plus speelfilm Dunya en Desie (2002/2008), Annie M.G. (2010) en de met een Gouden Kalf bekroonde serie Overspel (2011). Ze legt nu de laatste hand aan het tweede seizoen van de misdaadserie Hollands Hoop.

De Niro, die LaMotta persoonlijk kende, wilde de film al veel eerder maken dan Scorsese. Maar Scorsese zag het niet zitten en wees De Niro's plannen constant af. Tot hij er nog een keer goed over nadacht en besefte dat de boksring symbool staat voor het leven. Dat bleek de ingang die hij nodig had tot het verhaal, om er een film van te kunnen maken.

Vervolgens vroegen De Niro en Scorsese aan Paul Schrader, de scenarist van Scorseses Taxi Driver (1976), om het script te schrijven. Schrader sprak met hen af dat hij de hoofdlijnen, de personages en de structuur zou leveren, en het daarna verder aan Scorsese en De Niro zou overlaten. Bijzonder dat een scenarist zoiets doet, en het illustreert de vertrouwensrelatie die Scorsese graag met zijn medewerkers opbouwt. Steeds keert hij terug bij dezelfde editors - Raging Bull werd net als vrijwel alle andere films van Scorsese gemonteerd door Thelma Schoonmaker - dezelfde cameramensen en dezelfde scenaristen. Met Schrader was het wel een soort knipperlichtrelatie; na The Last Temptation of Christ (1988) besloten ze nooit meer samen te werken, en toch hebben ze in 1999 nog samen Bringing Out the Dead gemaakt.

En dan dus De Niro, met wie Scorsese tot nu toe acht keer samenwerkte en met wie hij momenteel The Irishman maakt. Ik heb veel van De Niro's films gezien, maar nergens is hij zo goed als bij Scorsese. Dat bewijst dat een acteur nooit in zijn eentje een topprestatie kan neerzetten: daar heeft hij de regisseur voor nodig. Een acteur is enkel gericht op zijn eigen rol, hij heeft nooit het overzicht over de andere personages. Dat kun je ook niet van hem verwachten; het bewaren van dat overzicht is de taak van de regisseur. In dit geval dus van Scorsese, die De Niro steeds weer tot onwaarschijnlijke hoogten weet te tillen.

Dat heeft te maken met hun symbiotische werkwijze. In het geval van Raging Bull zijn ze gaan improviseren met Schraders script en die improvisaties zijn vervolgens als vaststaande scènes in het scenario opgenomen. Aan elke opname ging een intensieve repetitie vooraf en zodoende kon het echt hún film worden. Een ideaal maakproces, waarvoor je als Nederlandse filmmaker vrijwel nooit geld en tijd hebt.

De Niro kreeg alle kans om zich LaMotta eigen te maken. Dat merk je tot in de kleinste details. Kijk bijvoorbeeld hoe hij zich fysiek voorbereidt, voorafgaand aan het moment dat hij de trap oploopt om zijn vrouw van overspel met zijn broer te beschuldigen. Terwijl hij in zijn eentje in de woonkamer staat en niemand meekijkt, staat hij zichzelf klaar te stomen. Alsof elk moment de volgende ronde kan beginnen. Zo knap, hoe dat personage helemaal in De Niro's lijf zit. Dat hij 25 kilo aankwam voor de rol, interesseert me minder. De scènes met de dikke LaMotta vind ik sowieso de minst indrukwekkende . Op eentje na: die waarin hij zijn broer op straat aanspreekt als ze elkaar al jaren niet hebben gezien. Aangrijpend, hoe hij Joey als een logge beer probeert vast te houden en niet merkt dat hij geen enkele affectie terugkrijgt. Misschien wil hij het ook niet merken, is hij al die tijd geen spat vooruitgekomen. Om zulke scènes draait Raging Bull: dát zijn de echte bokswedstrijden van de film.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden