Schubert: liederen

Van tenorale honingstem tot imposante bulderbas

Weinig zangers hebben zich zo verdiept in het liedoeuvre van Franz Schubert als Matthias Goerne. De Duitse bariton heeft voor zijn lopende cd-serie tweehonderd van de zeshonderd liederen geselecteerd, inclusief de verzamelingen Die schöne Müllerin, Winterreise en Schwanengesang. Goerne, in de liedkunst opgeleid door de vorig jaar overleden Schuberttitaan Dietrich Fischer-Dieskau, is inmiddels aangeland bij deel zeven van zijn op elf cd's begrote reeks.

Dit keer kruipt Andreas Haefliger achter de piano. Deze jonge Zwitser legt het helaas af tegen eerdere Goernebegeleiders als Ingo Metzmacher en Christoph Eschenbach. Haefligers toon is keurig rond, maar verder volgt hij de bariton zonder al te veel karakter in een van romantische eenzaamheid vergeven recital. In het centrale lied, de Goethe-ballade Erlkönig, toont Goerne zijn jaloersmakende breedte: van tenorale honingstem tot imposante bulderbas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden