Review

Schrijverskamers in twee groepen: minimalisten en fetisjisten

Hoe zitten onze schrijvers erbij als ze aan het werk zijn en waarom?

De schrijfkamer van Gustaf Peek. 'Dat dynamische uitzicht heb ik nodig.'Beeld Corné van der Stelt

Aan hun werkruimten te oordelen zijn auteurs onder te verdelen in minimalisten en fetisjisten.

Het mooiste schrijfbureau van Nederland is met pensioen. Het staat als museumstuk opgesteld in de entree van het Meertens Instituut in Amsterdam - een hommage aan de naamgever van het instituut, de letterkundige en dialectoloog Piet Meertens, die niet voor niets is vereeuwigd in Voskuils romancyclus Het bureau.

Het ruimschoots van laden, schuiven en opbergvakken voorziene gevaarte, om zijn omvang 'het pijploze orgel' genoemd, had niet misstaan in Schrijverskamers, een tweetalig overzicht (Nederlands en Engels) van de bureaus en werkruimten van 45 Nederlandse en Vlaamse auteurs.

Samensteller Huib Afman selecteerde alleen levende schrijvers en schrijfsters, en daarmee viel Meertens af. Jammer, want in dit fotoboek draait het juist om zaken die door Meertens' schrijfaltaar worden gesymboliseerd: de bezwerende, rituele kanten van het ambacht - uitgedrukt in de (lichtelijk overdreven) ondertitel Where the Magic Happens.

Afgezien van één onder een bureau wakende hond is in Corné van der Stelts foto's geen levend wezen te bekennen. Dat correspondeert met Afmans teksten, waarin bio- en bibliografische feiten ontbreken en alleen het hoe en waarom van de werkruimten aan de orde komt.

Daarbij dienen zich twee categorieën aan: de minimalisten versus de fetisjisten. De eerste groep wil zo min mogelijk ruis (Herman Brusselmans: 'Alles moet strak, clean en gepoetst zijn - het is vrij neurotisch'), de tweede omringt zich met totemachtige objecten (bij Jan Vantoortelboom: de trouwring, foto's, brieven en paraplu van zijn overleden moeder).

Non-Fictie
Huib Afman
Schrijverskamers - Where the Magic Happens - Writers' Rooms
Fotografie Corné van der Stelt.
Lannoo; 200 pagina's; euro 34,99.

En zo staat de nachtwerker tegenover de ochtendmens. Zeldzame gevallen beginnen om vier uur 's ochtends (Marnix Peeters). Bij Geert Kimpen en Tommy Wieringa gaat de wekker om vijf uur af, terwijl Jan Siebelink en Rosita Steenbeek zes uur vroeg genoeg vinden. Dat voor Saskia de Coster de werkdag stipt om 10 uur 26 begint, ligt aan haar voorkeur voor het 'esthetische getal'.

Wel of geen uitzicht, continu muziek of absolute stilte - over alles valt te twisten. De Coster kijkt uit over daken: 'In een ruimte op gelijke hoogte als de straat kan ik niet werken. De nabijheid van voetgangers benauwt me.' Gustaaf Peek: 'Aan mijn raam trekt een constante stroom van mensen voorbij. Dat dynamische uitzicht heb ik nodig.'

Op toch nog heel wat bureaus is geen computer, maar een schrijfmachine te zien. Midas Dekkers en Jan Siebelink werken op elektrische exemplaren (Siebelink: 'De slag om de computer heb ik destijds verloren'). Peter Terrin schreef Monte Carlo op 'een Italiaanse portable met verfijnd mechaniek'. Dirk van Weelden bezit naast een Olympia SG1, 'de Mercedes onder de schrijfmachines', nog eens zeventig exemplaren. 'Dat lijkt veel maar ik ben geen verzamelaar. Ik gebruik ze dagelijks.'

Herman Brusselmans: 'Alles moet strak, clean en gepoetst zijn.'Beeld Corné van der Stelt
Saskia de Coster: 'De nabijheid van voetgangers benauwt me.'Beeld Corné van der Stelt
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden