interviewJean Pierre Rawie

Schrijvers over boeken in coronatijd: ‘Eindelijk gaan ze opzij als ik er aankom’

Met welk boek trekken schrijvers zich terug in de coronacrisis? Deze week de Groningse dichter Jean Pierre Rawie (1951).

Dichter Jean Pierre Rawie en zijn kat.Beeld Joost van den Broek

Welk boek leest u nu?

‘Ik ben al heel lang bezig met de Goddelijke Komedie van Dante in het Italiaans. Ik heb een editie met veel commentaar en annotaties. Dantes Divina commedia is een compendium van de middeleeuwse filosofie en theologie, en zit vol verwijzingen naar gebeurtenissen uit zijn tijd en daarvoor; dat vergt een uitgebreid commentaar, want veel van die dingen zijn ons nu onbekend. Sommige historische details vind je alleen bij Dante, een toelichting is eigenlijk bij elke regel vereist. Het gedicht is immers van rond 1300.

‘Als je geen Italiaans leest, is er een mooie vertaling die door Atheneum is uitgegeven. In Dante kun je je hele leven bezig zijn.’

Waarom?

‘Dante is enorm spannend als je erin duikt. Naarmate je er meer in verdiept, wordt alles steeds belangwekkender. Maar dat is met alles zo. Daarnaast is Dante poëtisch onovertroffen, en van een on-Italiaanse bondigheid. Er zijn veel memorabele regels; ik zal één voorbeeld geven: A te fia bello / averti fatta parte per te stesso’ (Het zal u sieren / uw eigen partij gevormd te hebben). Dat klinkt in het Italiaans als hamerslagen; de poëzie van Dante is niet zoetvloeiend, maar heel krachtig en lapidair. 

‘De ‘eigen partij’ slaat in zijn ballingschap (uit die biografische bijzonderheid komt de commedia voort) op de andere ballingen, met wie hij in onmin leefde. Dat verschijnsel zag je ook in de tijd van de Sovjet-Unie met Russische dissidenten in het Westen, die allemaal met elkaar overhoop lagen.

‘Ik zal nooit een treinreis ondernemen zonder een deel Dante in mijn zak te steken. Stel dat je gegijzeld wordt, dat zou ik allemaal wel aankunnen maar wekenlang niks te lezen hebben, lijkt me verschrikkelijk. Met zo’n deel Dante kom je de tijd wel door.’

En welke dichtbundel zou u aanraden?

‘Mijn verzameld werk natuurlijk! Ik lees voornamelijk buitenlandse poëzie van eeuwen geleden, daar wil ik mensen niet mee opzadelen.’

U houdt niet van andere hedendaagse Nederlandse dichters?

‘Nee, nee, nee. Dat is zoals een musicus ook bij goede opnamen van een andere pianist, bijvoorbeeld de sonates van Beethoven, toch denkt: dat zou ik anders hebben gedaan. Dat heb ik ook als ik eigentijdse Nederlandse poëzie lees, dan denk ik: dat is wel mooi maar mij stoort dat en dat. Dat komt omdat je zelf met dat vak bezig bent. Dat is dus geen arrogantie maar een stoornis.’

Dat heeft niets te maken met onderlinge jaloezie?

‘Nee, daar heb ik geen last van en daar heb ik ook geen reden toe, lijkt me.’

Wordt u zelf nou nog geïnspireerd door de coronatoestand?

‘Ik kan het c-woord nauwelijks uitspreken en kan het woord corona niet meer horen. Ik heb bewondering voor de journalisten die steeds maar weer een verhaaltje verzinnen over dit vervelende onderwerp. Als mensen echt opgebeurd willen worden, zegt mijn vriendin, dan moeten ze Winnie de Poeh lezen, dat helpt enorm!’

‘Ik heb niet zoveel last van de huidige omstandigheden want ik breng het grootste gedeelte van de dag toch lezend door. Het enige dat ik mis is mijn wekelijkse café-uurtje.’

Kijken Groningers nuchterder naar de situatie dan de rest van de wereld?

‘Dat valt wel mee hoor, het is verbazingwekkend hoe snel de NSB-mentaliteit de kop opsteekt: mensen die 112 bellen als ze meer dan drie voorbijgangers op straat zien. 

‘Aan de andere kant, er wordt nu eindelijk tegemoet gekomen aan de voorwaarden die ik altijd al in mijn leven heb gewild: dat ze opzij gaan als ik er aankom! Ik overweeg ook een ratel aan te schaffen zoals lepralijders in de Middeleeuwen verplicht waren te dragen. Zolang het mag, blijf ik mijn dagelijkse wandeling gewoon doen, je kunt niet de hele dag zitten lezen.’

U bent tamelijk stoïcijns.

‘Ja, je hebt zwartkijkers die zeggen dat we hiermee moeten gaan leven, ik vind dat een beetje raar. Je kunt het niet helemaal negeren maar mensen moeten zich ook niet helemaal gek laten maken. Ik vind het zielig voor mensen van negentig jaar die al zeventig jaar getrouwd zijn en elkaar nu niet meer mogen zien. Voor zulke mensen zijn deze weken zwaar. Aan de andere kant: je moet ergens aan dood gaan als je die leeftijd hebt.

‘Bepaalde reacties vind ik haast middeleeuws: de wellust waarmee mensen het zwartste scenario schilderen. Dat apocalyptische denken dat ook in de Middeleeuwen in de hele religieuze maatschappij voorkwam. De straf Gods. Je hoort voortdurend mensen op de radio die troost behoeven. Dan denk ik: waarvoor in godsnaam? Je wordt ziek of je wordt niet ziek. Maar verder heeft toch niemand echt behoefte aan troost? Ik ben ook geschokt door de gedweeheid waar de hele maatschappij, verworvenheden waar eeuwen voor gestreden is, meteen laat opschorten. Het zal bij ons wel meevallen maar zo worden dictaturen gesticht.’

Heeft u nog een tip voor de lezer om de dag door te komen?

‘In zijn memoires vertelt Joachim Fest dat hij als 12-jarige een gesprek heeft met een docent, die zegt: ‘Ik ben zo jaloers op jou, jongen, want jij moet Buddenbrooks nog lezen van Thomas Mann.’ Dat is een aardige observatie want dat is een prachtig boek. Dat geldt natuurlijk ook voor Radetzkymarsch van Joseph Roth. Het lijkt me een zegen voor veel mensen dat ze nu eindelijk tijd hebben om die boeken te lezen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden