Column Peter Middendorp

Schrijver zoekt verhaal, verhaal zoekt schrijver. Schrijver belt aan, verhaal doet open

Schrijven is het onverwachte, zegt de Amerikaanse schrijver Paul Auster in interviews. In verhalen moet telkens iets gebeuren wat je niet verwacht. Niet alleen in ieder hoofdstuk en in iedere scène, maar liefst ook in iedere alinea en iedere zin. Anders vertel je geen verhaal maar gebeurt het leven.

Daarom wordt er in goede verhalen, als de schrijver eenmaal de moeite heeft genomen zijn personage het tuinpad op te laten lopen, het huis in ogenschouw te laten nemen en uitgebreid te laten aanbellen, ook nooit opengedaan.

Gebeurt nooit, let er maar eens op, het is de standaard in goede verhalen. Als er al wordt opengedaan, is het door iemand anders dan gedacht. Je partner in plaats van je minnaar. De moordenaar aan wie je al dagen probeert te ontsnappen. Paul Auster. Jezelf.

Ik begon laatst in Moeders lichaam, het nieuwe boek van Joris van Casteren. Hij hoorde eens een verhaal, schrijft hij in de inleiding. In het Limburgse dorp Oirsbeek was een zelfgemaakte doodskist uit een zolderraam getakeld, met tape omwikkeld, waarin zich de overblijfselen van een oude vrouw bevonden. Niemand wist dat ze dood was. De zoon had de resten van zijn moeder tweeënhalf jaar op zolder verborgen gehouden.

Wie doet zoiets, vroeg Van Casteren zich af, waarom? En hij reed erheen. Aan de voordeur hingen allerlei verbods- en waarschuwingsborden, waarop wild geschreven stond: Niet aanbellen! Blijf weg! Alleen op afspraak, stop, artikel zoveel!

Hij belde toch aan, en tot mijn verrassing gebeurde er meteen iets dat ik niet zag aankomen. De zoon, een zestiger, de onhygiënische ander, deed open en zei: Ha, kom binnen, ik wil je alles wel vertellen, ik heb zelfs een schrift bijgehouden, een soort dagboek eigenlijk, want ik wilde zelf een boek schrijven, maar het lukte niet. Koffie?

Hoe was zoiets mogelijk, dacht ik. Zoveel toeval. Dat zag je anders bijna nooit. Eigenlijk was het een dubbel toeval, als ik er nog eens over nadacht. Schrijver zoekt verhaal, verhaal zoekt schrijver. Schrijver belt aan, verhaal doet open, ze kijken elkaar aan en denken precies tegelijkertijd: Nou, dat is ook toevallig.

Zoveel toeval kan geen toeval meer zijn, en dat was het ook niet langer, toen ik Robert Musil er eenmaal bij had genomen, een verhaaltje in een oud essay, over een professor en een dakpan. Op zich is het toeval als er op een zeker moment een dakpan van een afdakje glijdt. Zoals het ook toevallig is dat er op datzelfde moment een professor onder het afdakje door loopt. Maar, schreef Musil, en nu kwam het, gegeven deze twee, op zichzelf staande, puur toevallige omstandigheden, is het noodzakelijk geworden dat de professor de dakpan op zijn hoofd krijgt.

Twee keer toeval is noodzaak, zo was het. Deze dakpan kon alleen maar op het hoofd van deze schrijver vallen, dacht ik, en ik las verder, benieuwd of het ook zeer had gedaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.