TEGENSPREKERSRalph Ellison

Schrijver Ralph Ellison wist met zijn werk overleven tot kunst te verheffen

null Beeld Seb Agresti
Beeld Seb Agresti

Waarover hebben we het, als we onderscheid maken tussen rassen? Wat maakt iemand ‘zwart’ of ‘wit’ en hoe ongemakkelijk is die terminologie? In een serie over Afro-Amerikaanse schrijvers die zich zulke gewetensvragen stellen vandaag: ‘integrationist’ en communisme-criticus Ralph Ellison.

Tegensprekers

In de onregelmatige serie ­Tegensprekers beschrijft en ­onderzoekt publicist Stephan Sanders Afro-Amerikaanse schrijvers die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het racismedebat en ten onrechte onbekend zijn bij het Nederlandse publiek. Sanders laat zijn licht schijnen op onder anderen jazzcriticus en schrijver Stanley Crouch, kunstenaar Adrian Piper en journalist en schrijver Margo Jefferson.

Voor de Amerikaanse schrijver Ralph ­Ellison (1913-1994) was 1953 het Jaar der Wonderen, zijn annus mirabilis, zoals zijn latere biograaf Arnold Rampersad schrijft – en dat zou Ellison niet aanstellerig hebben gevonden. Ellisons roman Invisible Man verscheen in 1952, schijnbaar uit het niets, en kreeg laaiend enthousiaste recensies.

Zeer in het kort: een zwarte man, simpelweg aangeduid als ‘Invisible’, heeft zich teruggetrokken in een kelderachtige ruimte, ergens in New York op de grens van Harlem. Hij blikt terug op zijn jeugd, zijn universiteitsjaren en zijn vele baantjes: Waarom is alles tot mislukken gedoemd? Er ligt een schaduw over zijn leven – de schaduw van zijn kleur, waardoor eerder zijn Huid werd gezien dan Hijzelf.

In 1953 won Ellison met die roman de National Book Award en triomfeerde hij over andere gegadigden, zoals Ernest Hemingway, die een jaar later de Nobelprijs voor ­Literatuur won, en John Steinbeck, die ’m in 1961 kreeg.

Daarmee werd Ellison in een klap niet de belangrijkste Negro writer, maar de meest gewaardeerde Amerikaanse schrijver van het moment. Want hoe hoog andere zwarte schrijvers als Richard Wright en Langston Hughes ook werden aangeslagen door het Amerikaanse culturele establishment – beiden waren ook vrienden van Ellison – er klonk in de lof toch altijd een zacht apartheidsdeuntje mee. Alsof er stiekem werd gefluisterd: ‘Geweldig boek, hoor, zeker voor zo’n zwarte auteur.’

Het leek er sterk op dat de literatuurpausen een eigen hoekje hadden gereserveerd door ‘dat soort mensen’, waar de literaire maat­staven net wat minder golden, en de politieke boodschap van de auteur doorslaggevend was. Richard Wrights ­roman Native Son (1940) was bijvoorbeeld een duidelijke antiracistische getuigenis. Van zwarte schrijvers werd verwacht dat zij in hun romans protest aantekenden, en dat zij niet hun eigen literaire hemel of hel schilderden, maar spraken namens hun kleurgenoten, ‘hun mensen.’

Nooit eigen baas

In 1953 had Ellison die dubbele standaard definitief achter zich gelaten, want Invisible Man is een zeer gelaagde roman, met klassieke literaire verwijzingen: de adem van Fjodor Dostojevski’s Aantekeningen uit het ondergrondse (1864) is bijvoorbeeld voelbaar. Het idee van de Onzichtbare Man ging ook in tegen het heersende gezonde verstand. Want hoe kon een zwarte man nu ‘onzichtbaar’ zijn, in een door witte Amerikanen gedomineerde samen­leving, waarin gekleurden vaak letterlijk op hun plaats werden gezet?

In Ellisons roman wordt de zwarte protagonist niet gezien als individu, met unieke kenmerken, maar als een soort. Hij is het projectiescherm waarop anderen hun ­eigen verlangens projecteren. Als zwarte man wordt hij altijd gereflecteerd in andermans ogen: hij bestaat in the eye of the beholder en is daardoor nooit eigen baas. ‘Ik ben onzichtbaar (...) door de innerlijke blik van de mensen die ik ontmoet. Je vraagt je af of je niet simpelweg een fantoom bent, dat opdoemt in het hoofd van anderen.’

Tegelijkertijd laat Ellison zijn Onzichtbare Man al op de eerste pagina van zijn roman denken: ‘Ik klaag niet, en ik wil ook niet protesteren.’

Het welwillende aparte hoekje, dat is ingericht voor de klacht van de ‘Negro’ wordt bij voorbaat geweigerd. Ellison legt een verwoest innerlijk landschap bloot, dat des te angstaanjagender is, omdat er geen snelle, politieke duiding op volgt.

Er zit een uitgesproken politiek element in Invisible Man maar dat gold als tegendraads. Ellisons protagonist sluit zich aan bij een organisatie die de Brotherhood wordt genoemd. En hier is een parallel met het leven van Ralph ­Ellison: geboren in Oklahoma, eenvoudig milieu, vader ijsbezorger. Ralph zal als tiener werken als ober, schoenpoetser en fabrieksarbeider.

Dan wordt hij toegelaten tot het Tuskegee Institute, de all black university, nog opgericht door de zwarte voorman Booker T. Washington. Ellison studeert er muziek (trompet) en plundert in zijn leergierigheid de bibliotheek. Daar zal hij ook Albert Murray ontmoeten (vorige maand in deze serie geportretteerd): een jongerejaars, die dan al huizenhoog opkijkt tegen Ellison, en die later in New York een vriend voor het leven zal blijven.

Ellison verlaat Tuskugee, vertrekt naar New York en verbindt zich daar aan de Communistische Partij. Er zijn wel erg veel raakvlakken met The Brotherhood die in de ­roman wordt beschreven, en Ellisons deceptie is even groot als die van de Onzichtbare Man. Zijn kleur wordt hooguit instrumenteel gebruikt, de communisten zijn niet geïnteresseerd in de mens maar in de politieke activist Ralph Ellison. Zijn zwart-zijn is hooguit een vehikel voor een Hoger Doel. Zijn onzichtbaarheid wordt nog eens bevestigd.

In de jaren na de oorlog laat Ellison zich kennen als een ferme anticommunist, terwijl de Koude Oorlog net flink op stoom komt. De felheid waarmee Ellison ageert, valt niet goed bij het progressieve, zwarte deel van Amerika, waar marxisme wel degelijk geldt als een panacee tegen raciale ongelijkheid. Ook zijn vriend Murray zal later, in de jaren zestig en zeventig, net als Ellison sceptisch blijven over een ­revolutionair-marxistische oplossing van het ­zogenaamde rassenvraagstuk.

Zonderlingen

Beiden staan dan bekend als integrationists, mensen die de Verenigde Staten willen houden aan hun eigen grondwet en niet geloven dat een radicale systeemverandering de problemen zal oplossen. Hun vriendschap en ideeën staan geboekstaafd in hun jarenlange correspondentie, uitgegeven onder de titel Trading Twelves.

Met hun weliswaar kritische, maar zeer Amerikaanse opstelling werden Murray en Ellison na verloop van tijd gezien als zonderlingen, zeker toen de pleitbezorgers van zwart nationalisme het podium veroverden: de Afro-Amerikaanse radicalen die uitsluitend met ­andere zwarten willen samenwerken, en droomden van een eigen thuisland.

De reactionaire Ellison, die nog steeds geloofde dat ‘de zwarte Amerikaanse ervaring’ beter tot uitdrukking kwam in de kunsten dan in de politiek, geldt in het begin van de jaren zeventig als een has-been, iemand die zichzelf heeft overleefd.

Wonderjaren

Maar eerst zijn er, na het winnen van de Book Award de wonderjaren, waarin Ellison glorieert: hij wordt ontvangen door president Johnson op het Witte Huis, verkeert in de hoogste (meestal witte) kringen en wordt bedolven onder verschillende professoraten – ook zonder ooit een academische opleiding te hebben afgerond.

Al snel klinkt het verwijt dat Ellison zich inmiddels te goed voelt voor zwarte Amerikanen, dat hij zich onttrekt aan the struggle. Biograaf Rampersad, zelf een ­gekleurde man, zal later Ellisons eagerness to belong –bekritiseren, en ook zijn ‘al te ijverige mars door de instituties’. Te veel feestjes, te veel eerbewijzen en witte vips als vrienden.

De zwarte schrijver die The Great American Novel op zijn naam heeft staan, moet vooral gewoon blijven en zich niets verbeelden. Het blijft een eigenaardig verwijt. Heeft het ooit een witte, succesvolle schrijver als Truman Capote getroffen?

Ralph Ellisons ideeëngoed vertalen naar het hier en nu is niet eenvoudig. Hij had zelf ervaren wat segre­gatie inhield, hij kende de slavernijgeschiedenis van zijn voorvaderen, maar legde telkens het accent op de overlevingskunst van zwarte Amerikanen, en niet enkel op hun pijn of onderdrukking.

Barack Obama liet zich in zijn boek The Audacity of Hope (2006, De herovering van de Amerikaanse droom, 2007) inspireren door Ellisons klassieker.

Ellison was hovaardig en bepaald overtuigd; niet alleen van zichzelf, maar net zo goed van de verdiensten van zwart Amerika die het land hadden gemaakt tot het culturele richtsnoer van de wereld.

Ondanks ander prozawerk en (muziek)essays bleef hij de man van die ene roman. Hij had daarin niet alleen andere schrijvers overtroffen, maar ook zichzelf.

Maar geen zelfmedelijden. Hij was ten diepste geen slachtoffer, maar de ultieme dader. Hij was de auteur van een geweldig boek.

null Beeld Seb Agresti
Beeld Seb Agresti

Ralph Ellison: Invisible Man; Random House; €9,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden